Daniëls laat zijn licht weer schijnen

In 1987 werd schilder René Daniëls getroffen door een hersenbloeding. Op een tentoonstelling is werk te zien dat hij daarna maakte. Het is anders, maar nog net zo interressant.

Had de kunstenaar niet tegen zichzelf in bescherming moeten worden genomen? Over die vraag zal ongetwijfeld komen nu het Van Abbemuseum een overzichtstentoonstelling wijdt aan René Daniëls. Naast de hoogtepunten uit zijn oeuvre uit de periode 1976-1987, zijn in Eindhoven ook de werken te zien die hij recent maakte. En dat is een wereld van verschil, want René Daniëls (Eindhoven, 1950) werd in 1987 getroffen door een hersenbloeding.

Sindsdien kan hij niet meer praten, loopt hij moeilijk en functioneert zijn rechterhand (zijn schildershand) niet meer. Communiceren doet hij door korte steekwoorden op te schrijven. Vragen 'beantwoordt' hij met een opgestoken duim (ja) of door de duim naar beneden te richten (nee).

Jarenlang werd niets meer van Danïels vernomen. Maar enkele jaren geleden begon hij weer te 'schilderen': met viltstiften en spuitbussen. En met zijn onwennige linkerhand. Je ziet aan zijn nieuwe werk af hoeveel krampachtige energie het kost om zijn gedachtenwereld in een graffiti- en cartoonachtige stijl over te brengen op de kleine doekjes, die nu zijn formaat zijn geworden. Qua stijl en techniek staan zijn huidige werken ver af van de met veel schwung geschilderde monumentale doeken uit de jaren tachtig. Maar toch herken je er meteen René Daniëls in: zijn handschrift, de dubbelzinnigheden en ook de humor.

Gastconservator Roland Groenenboom en directeur Charles Esche van het Van Abbemuseum vonden het vanzelfsprekend om ook dit recente werk te laten zien op de overzichtstentoonstelling, die eerder te zien was in het museum Reina Sofia in Madrid.

Stijl en techniek mogen dan zijn veranderd, zegt Esche, wat er in het hoofd van Daniëls omgaat, is nog net zo interessant, fris en springerig als vroeger. Destijds waren de gedachtesprongen in zijn werk vaak ook niet te ontrafelen. Allerlei ontwikkelingen in de (kunst)wereld verwerkte Daniëls in zijn gelaagde schilderijen. Nu is zijn wereld veel kleiner geworden, dat maakt verschil. Toch zit ook in zijn nieuwe werk nog steeds dat associatieve, menen Esche en Groenenboom.

Ongetwijfeld zullen kunstcritici aanvoeren dat het recente werk kwalitatief minder is en daarom geen plek op deze tentoonstelling verdient. "Natuurlijk mag je zijn recente werk niet goed vinden", zegt conservator Groenenboom. Maar dat het daarom ook niet getoond moet worden en de kunstenaar daarvoor behoed had moeten worden, bestrijdt hij.

Groenenboom: "Als we zijn recente werk negeren, verklaren we René Daniëls eigenlijk na 1987 dood. Dat riekt naar geschiedvervalsing, omwille van het behoud van een afgesloten oeuvre van een virtuoos schilder en niet te vergeten de waarde hiervan op de kunstmarkt. Het klinkt cru, maar er zijn echt mensen die bang zijn dat de waarde van het vroege werk van Daniëls kan dalen, als er nieuw werk van hem op de markt komt."

Dat heeft ongetwijfeld te maken met de haast mythische status die de kunstenaar na 1987 heeft verworven. Voor veel jonge kunstenaars is hij nog altijd een voorbeeld. Op een tentoonstelling van jong talent, onlangs te zien in Dordrechts Museum, werd René Daniëls opvallend vaak genoemd als rolmodel. Wat ook bijgedragen heeft aan de mythevorming rond zijn persoon, is dat Daniëls er nooit behoefte aan had om uitgebreid in te gaan op zijn schilderijen, waarin vaak alledaagse onderwerpen als grammofoonplaten, mosselen, skateboards, zwanen en haringen figureren.

Eén van de weinige keren dat hij wel iets zei over zijn werk, ging het over een schilderij van haringen die elkaar opeten. Kunstcritici veronderstelden dat die haringen model zouden staan voor kunstenaars die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Maar volgens Daniëls vond hij haringen gewoon lekker. En die vissen moesten elkaar niet opeten, want dan bleef er niets voor hem over.

Het meest bekend werden zijn schilderijen van museumzalen met schilderijen aan de muur, maar dan zo gestileerd weergegeven dat je er een vlinderdas in kon zien. Het vlinderdasje dook in jaren tachtig in veel werken op, maar ook in zijn laatste werk is het weer present.

Wat de kunstenaar zelf vindt van de discussie die er zal komen over zijn recente werk, kunnen we hem niet vragen. Maar volgens Groenenboom heeft hij duidelijk kunnen maken dat hij ook zijn nieuwste werk wil laten zien. "Toen ik al een aantal doekjes had uitgekozen, kwam hij later zelf nog met andere aan die hij beslist ook wilde exposeren. René wil laten zien dat hij er weer is."

Hij hoeft dus niet in bescherming te worden genomen tegen zijn eigen werk. Groenenboom: "Nu hij besloten heeft weer te gaan werken en te exposeren, moeten we hem de kans geven zich te ontwikkelen. Wie weet overtuigt hij later alsnog de critici of niet, maar ik denk dat hem dat niet uitmaakt."

De conservator ontkent dat hij met andere, mildere ogen kijkt naar het recente werk van Daniëls. "Ik beoordeel het met dezelfde criteria als andere kunst. Mijn conclusie is dat zijn nieuwe werk anders is, maar nog net zo interessant. Door het cartoonachtige dat er nu in zit, sluit het ook mooi aan bij de beeldtaal van nu."

Op de tentoonstelling zijn voor het eerst ook de schetsen en notities uit de archieven van Daniëls te zien, die inzicht geven in het ontstaansproces van zijn schilderijen uit de jaren tachtig. Er zijn frappante overeenkomsten tussen deze voorstudies en het werk dat Daniëls nu maakt. Het lijkt alsof hij gewoon de draad uit 1987 weer heeft opgepakt.

Net als toen duiken niet alleen de vlinderdasjes weer op, maar ook de bloesemtakken waar hij destijds mee bezig was. Hij maakte in 1986 en 1987 een serie 'Lentebloesems', schilderijen van takken waaraan woorden groeien. In één van zijn laatste werken voor de hersenbloeding bestaan de bloesems uit de titels van al zijn werken. Daaruit zou je kunnen opmaken dat hij wilde samenvatten en afronden wat hij tot dan toe had gedaan. Groenenboom: "Misschien stond hij in 1987 ook wel aan de vooravond van een verandering. Alleen daarom al vind ik dat je ook het vervolg op zijn oeuvre van destijds moet laten zien."

Ook in de wandtekening die de kunstenaar in het museum maakte voor deze expositie, keren zijn vertrouwde motieven terug. Evenals de namen van de steden Eindhoven, Madrid, New York, Londen, Gent en Parijs waar hij destijds furore maakte. De mannenfiguur in deze tekening moet wel een zelfportret zijn, getuige de moeizame manier waarop deze met één hand reikt naar de stekker van een lamp die naast het stopcontact ligt. Alsof de kunstenaar met enige zelfspot wil zeggen: de stekker was eruit getrokken, maar die gaat er nu weer in. Ik ben terug en laat weer mijn licht schijnen.

Door zijn jarenlange afwezigheid en handicap is hij een buitenstaander geworden. Zo beeldt hij zichzelf nu ook af. Op één van zijn tekeningen zweeft een nietig figuurtje in de ruimte, nog wel verbonden met een draad met de wereldbol, maar helemaal alleen. Toen hem werd gevraagd of hij dat was, knikte hij. En stak zijn duim omhoog.

René Daniëls. Een tentoonstelling is ook altijd een deel van een groter geheel, t/m 23 september in het Van Abbemuseum in Eindhoven. De catalogus 'Rene Daniëls. De woorden staan niet op hun juiste plaats' kost 27,50 euro,

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden