Daniel Sprong is de enige Nederlandse ijshockeyer in de Amerikaanse profcompetitie

Beeld Getty Images

Daniel Sprong is de enige Nederlandse ijshockeyer in de Amerikaanse profcompetitie. Hij is er toe aan zijn tweede club, en hij mist De Jordaan. 

Op een bankje in een verre hoek van de kleedkamer zit Daniel Sprong. Op negenduizend kilometer van de plek waar hij 21 jaar en tien maanden geleden aan de Amsterdamse Lindengracht ter wereld kwam.

Negenduizend kilometer, zo ver weg voelt voor zijn club Anaheim Ducks ook de laatste zege. Half december wonnen de Ducks voor het laatst. Sprong is de enige Nederlandse ijshockeyer in de National Hockey League (NHL), de beste profliga ter wereld. Sinds december speelt hij voor Anaheim, in de woestijn van Californië.

Drie jaar na zijn professionele ijshockeydebuut in de NHL staart Sprong naar het grote niets van een 4-7 thuisnederlaag. Na een spetterend begin – al snel kwamen de Ducks via Sprongs goal op 3-0 – verliest Anaheim weer. Het is tiende opeenvolgende nederlaag. Vanavond voor het oog van 17.000 ijshockeyfans.

Anaheim verloor in zijn 25-jarige geschiedenis nog nooit zo vaak achter elkaar. Het verklaart waarom een kwartier na het einde van de 45ste competitiewedstrijd van dit seizoen de sfeer om te snijden is in de catacomben van het Honda Center, een stenen kolos in de woestijn van groot-Los Angeles. De coach beent boos weg van de reporters. “Dat is wél een domme vraag”, bijt hij de verslaggever toe.

Roerloos

Sprong heeft zijn beschermende kleding al uitgetrokken en staart in sweatshirt en korte broek voor zich uit in de doodstille kleedruimte. Het gespierde lijf hangt roerloos tegen de muur. “Hoi”, zegt hij zwakjes.

Drie jaar geleden kreeg Sprong na zijn tiende profwedstrijd natte ogen toen hij in Calgary vertelde over de offers die zijn ouders en opa en oma hebben gebracht om hem de kans te geven. Hij was in 2005 nog een klein jochie uit de Amsterdamse wijk De Jordaan, die op de Jaap Eden-baan goed uit de voeten kon met stick en puck. Op een dag keek hij met zijn vader, ooit speler van Amstel Tijgers, naar beelden van de NHL-playoffs. Dat wilde kleine Daniel ook. Het gezin vertrok daarop naar Canada.

Sprong debuteerde in 2015 in het shirt van Pittsburgh. Na deze wedstrijd is het gezicht bleek, het lichaam bezweet en de teleurstelling rauw. We begonnen fantastisch, zegt hij in het Nederlands, maar kleine fouten straft een ‘geweldig team’ als Pittsburgh af.

Hij wrijft herhaaldelijk over zijn wang en kin. “Wij spelen niet zestig minuten hard. En dat kun je je in de NHL niet veroorloven”, zegt hij. “Het is verschrikkelijk dat we zoveel achter elkaar verliezen. We moeten echt beter spelen. En ik ook. Ik denk dat als we weer een keer winnen, alles weer in orde komt.”

Topplek

Sprong speelt sinds 3 december in Californië, nadat Pittsburgh en Anaheim besloten twee spelers te ruilen. Sprong noemt Anaheim, de laatste jaren een zekerheid voor playoff-plaatsen, een ‘topplek’. Goede club en goed team ook. Hij woont dicht bij het stadion, op een uur rijden van het centrum van Los Angeles.

Zo’n transfer, waar je zelf niets over te zeggen hebt, omschrijft Sprong als part of the business. Hij vertelt dat hij een goede drie jaar in Pittsburgh heeft gehad, dat het helaas niet helemaal ging zoals iedereen hoopte en dat hij in Anaheim nu een betere kans krijgt. Hij staat vaker op het ijs – vanavond was zijn 32ste wedstrijd – en hij scoort regelmatig. De 3-0 was zijn derde treffer in zes wedstrijden.

“Het gaat op zich goed”, zegt Sprong. “Ze leren me meer, ze praten meer met me. Over verdedigen, over man-tegen-mangevechten.”

Hij is al een jaar of vier niet meer in Amsterdam geweest, vertelt hij. Hij mist zijn opa en oma. “De komende paar jaar zal ik echt wel een keer terugkomen na het seizoen. Misschien zit er wel een clinic in”, zegt hij. “Ik mis De Jordaan wel, het is een leuke buurt. Maar het is niet anders. Ik moet vooral trainen in de zomer. Sterker worden en trainen op het ijs. Dat kan in Nederland niet.”

Dan wenkt de persmedewerker. Ook zijn gezicht staat op onweer. Er zijn vier minuten verstreken. Hij steekt twee vingers in de lucht. Afkappen. Twee vragen nog, meer niet. Of hij nog voor het Nederlands team zal uitkomen? Sprong wil wel. Of de bond zich al bij zijn agent heeft gemeld, weet hij niet en of ze de dure verzekering kunnen betalen is ook onduidelijk. Hij denkt van niet, eigenlijk. “Maar”, zegt hij, “als het wel lukt, denk ik dat er nog wel meer jongens met een Nederlands paspoort die hier in lagere profcompetities spelen, met me mee zullen gaan.”

Een klein lachje breekt door. Hij staat op van de bank. “Dank voor je komst”, zegt hij. Volgende wedstrijd: uit tegen Winnipeg, ruim 2400 kilometer noordwaarts.

Lees ook:

Vrouwenemancipatie in het ijshockey

Bij het mannenijshockey doen de toppers niet mee. Dus staan de vrouwen in de schijnwerpers. De strijd om goud gaat tussen Canada en de VS.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden