Daniel Reuss maakt duidelijk dat Hündels ’Jephtha’ een meesterwerk is

Festival Oude Muziek

Holland Baroque Society, Cappella Amsterdam en solisten olv Daniel Reuss met ’Jephtha’ van Hündel op 26/8 in Domkerk, Utrecht.

Het oratorium ’Jephtha’ (1752) van Hündel is een meesterwerk. Het zij nog maar eens gezegd. Hündels halve eeuw aan muziektheatrale ervaring mondt hier uit in een ongelofelijk gevarieerd en rijk muzikaal drama. Sommigen van ons wisten dit al, voor anderen werd de sublieme grootsheid van ’Jephtha’ zondagavond geopenbaard in een grandioze uitvoering van Cappella Amsterdam en Holland Baroque Society onder leiding van Daniel Reuss.

Tussen ’It must be so’, de opvallende beginregel van het oratorium, en de geruststellende slotwoorden ’Hallelujah, Amen’ ligt een muzikale mijn waarvan de schatten door dirigent Daniel Reuss bijna allemaal werden gedolven. De interactie tussen Reuss en het nog jonge barokorkest Holland Baroque Society verliep wonderbaarlijk soepel en geraffineerd. In het licht van het Festival-thema ’Ars audiendi’ (De kunst van het luisteren), loonde het zondagavond om af en toe de ogen te sluiten en de oren zonder beeldprikkels het werk te laten doen. In de duisternis achter de oogleden viel nog meer op hoe ingenieus Hündel de verschillende orkestrale begeleidingen uitgewerkt had en hoe goed Reuss al die details en bijzondere accenten tot leven wist te wekken.

Die zelfgekozen duisternis paste ook wel mooi bij de omstandigheden waaronder ’Jephtha’ tot stand kwam. Hündel leed aan cataract en verloor gedurende het componeren het zicht in zijn linkeroog, terwijl het rechteroog steeds slechter werd. De derde akte werd waarschijnlijk, met behulp van een assistent, in volledige blindheid gecomponeerd. ’It must be so’, de openingswoorden krijgen daardoor een bijzondere lading; Hündel maakt ze als een statement vooraf, los van het geheel. Hij aanvaardde zijn lot, net zoals Jephtha’s dochter Iphis, die door een onbesuisde belofte van haar vader aan God moet worden geofferd.

Reuss dirigeerde met, waar nodig, van die heerlijke Harnoncourt-zweepslagen om maximaal effect te sorteren. Aan woorden als ’lash’, ’swifter’ and ’timbrell’d’ was duidelijk aandacht besteed en Cappella Amsterdam zong ze met heerlijke overgave. Thomas Walker begon wat stroef maar groeide uit tot een aangrijpende Jephtha met een prachtig ’Waft her, angels’. Opvallend mooi was countertenor Iestyn Davies, vooral in die andere top-aria ’Dull delay’. Sopraan Fflur Wyn was ontroerend in haar overgave, terwijl David Wilson Johnson (Zebul) en Ann Hallenberg (Storgé) magnifiek lieten horen dat de tijd van vocale bloedarmoede ook in bolwerken als het Utrechtse festival verleden tijd is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden