Daniel Lanois graaft, gooit modder opzij en poetst de steentjes op tot er iets prachtigs ontstaat.

'Hij was noir van top tot teen: donkere sombrero, zwarte lange broek, hoge laarzen, makkelijk aan te schieten handschoenen - een en al silhouet, verduisterd, een zwarte prins uit de zwarte heuvels. Hij was slijtvast.'

door Hans Nauta

De omschrijving die Bob Dylan gaf van producer Daniel Lanois in zijn vorig jaar verschenen autobiografie 'Kronieken' voldoet niet helemaal meer. De zwarte prins draagt nu een legerpet en is eronder kalend. Zijn werk is inderdaad slijtvast maar inmiddels oogt hij zestien jaar ouder dan bij die ontmoeting met Dylan in New Orleans.

Zijn rustige uitstraling maakt het moeilijk voor te stellen hoe Lanois tijdens de opnamesessie rond 'Oh Mercy' volgens Dylan 'op een gegeven moment echt begon te koken. Hij raakte zo gefrustreerd dat hij een woedeaanval kreeg, hij draaide zich om en smeet een metalen dobro [steel guitar] op de grond alsof het een stuk speelgoed was en sloeg hem furieus aan barrels'.

Die explosie was zeldzaam. Meestal is Lanois in zijn element in de studio, die hij vergelijkt met een laboratorium, of juist met een diepe mijn waarin de oren dichtslibben door het stof.

Hij is net terug uit zijn geboorteland Canada (Hull, Quebec, 1951), waar hij in Toronto aan de Walk of Fame een ster met zijn naam heeft onthuld. Het grote publiek kent hem vooral van de klassieke albums die hij voor U2 produceerde: 'The Unforgettable Fire' (1984), 'The Joshua Tree' (1987), 'Achtung Baby' (1991) en 'All that you can't leave behind' (2000). Met Dylan maakte hij ook het geprezen 'Time Out of Mind' (1997), en verder staan onder meer Peter Gabriel ('So', 'Us'), Emmylou Harris ('Wrecking Ball'), Willie Nelson, de Neville Brothers en Robbie Robertson op zijn c.v. Lanois staat bekend om ruimtelijke opnames en bijzondere atmosferen. Vooral op zijn eigen albums neemt hij de vrijheid. Zoals op 'Shine' uit 2003 en op het nieuwe instrumentale 'Belladonna'. Werk hiervan speelt hij 's avonds in concertzaal Hiro in New York, onderin het Maritime Hotel aan 8th Avenue.

De soundcheck is net voorbij als Lanois buiten naar de 'dappere' scheepsraampjes wijst in de hoge voorgevel. Architecten moeten wel jaloers zijn op muzikanten, vermoedt hij, omdat zij al hun ideeën moeten uittekenen en verdedigen, ook vanwege de budgetten. ''Nooit mogen ze op het laatst iets ingrijpends veranderen, als ze bijvoorbeeld zien hoe mooi de zon de muur kan raken.'' Zelf zou hij niet kunnen werken zonder onverwachte vondsten, rekent er zelfs op en luistert uren naar proefopnames om iets te vinden. Zoals toen met Dylan: 'Daniel denkt dat hij ergens iets gehoord heeft', verzuchtte Dylan dan in zijn dagboek. Lanois: ''Van te voren weet je nooit wat je vindt. Je wacht tot er iets spontaans gebeurt, en past het plan aan.'' Op weg naar het restaurant begroet hij PJ Harvey, de Engelse rockmuzikante, die met een verhit hoofd de kokende stad uitkomt. 's Avonds zit ze bij het concert in een hoekje, meeknikkend op Lanois' melodieën. ''Haar vriend speelt in mijn band'', zegt Lanois even later, zijn vork vastberaden in een gebraden kip prikkend. Het liefst kookt hij zelf. In elk van zijn huizen in Toronto, Los Angeles en op Jamaica zitten mooie keukens. Zijn broer was chef-kok, zijn moeder maakt van eten een 'zen-moment'.

Als kind leerde Lanois pedal steel guitar spelen, in de gebruikelijke vlugge country-stijl. Muziek en wat lokale drugshandel kleurden zijn tienertijd. Na de middelbare school begon hij met broer Bob in de kelder een muziekstudio. Toen de Engelse producer Brian Eno zijn werk hoorde gingen ze samenwerken. Aan Eno's ambient-projecten en ook toen U2 bij Eno aanklopte. Inmiddels heeft hij zijn eigen 'sonische handtekening', maar nog steeds gebruikt hij technieken die Eno hem leerde.

Op 'Belladonna' keert hij niet alleen terug naar die eerste liefde: de pedal steel guitar, ook herinnert hij zich zijn tijd met Eno, in het bijzonder het album 'Apollo: Atmospheres and Soundtracks' dat ze in 1983 maakten voor een Nasa-documentaire. De pedal steel guitar had hij lange tijd links laten liggen, tot hij op de soundtrack van de film ' Trainspotting' (1996) een 'Apollo'-compositie van zichzelf en Eno hoorde: 'Deep Blue Day', waarop hij het instrument bespeelt.

Hij begon weer aan zijn stijl te schaven, één die ver weg staat van Nashville. ''De schoonheid van het instrument zit volgens mij in lang aanhoudende tonen, waardoor het op de menselijke stem lijkt.'' Het volumepedaal haalt Lanois vaak terug, wat een donkere toon geeft, om bij het aanzwellen een ' shimmer' te spelen, ''een geluid als een trillend blad, om van een onderbuikklank uit te komen bij een sopraan. Door die dynamiek klinkt het instrument moderner.'' Bevatte 'Apollo' meer 'onderwatergeluiden', 'Belladonna' staat in het zand, al is niet duidelijk waar precies. ''De composities moeten je een filmische reis laten maken, zonder je naar een geografische locatie te brengen. Je schaatst over de grens.'' Wel hoor je soms duidelijk zijn liefde voor Mexico terug. In de zuidelijke trompetten van 'Agave' bijvoorbeeld. En het verstilde 'Oaxaca', waarin een herhaalde melodie wordt overgenomen door een hoge stem, is geïnspireerd op de kerkklokken in de vallei van Oaxaca. Andere tracks hebben een technischer herkomst, zoals slotstuk 'Todos Santos'. Lanois veranderde één synthesizertoon door toonhoogteregelaars in een noisy symfonie.

'Belladonna' is een femme fatale, zoals de bloem waarnaar de albumtitel verwijst giftig is. De beeldrijke muziek is soms koel en dromerig maar bevat een constante dreiging.

'Soulmining', zo noemt hij zijn werkwijze. ''Diep de aarde in. Iedereen heeft zijn eigen methode, maar ik graaf en gooi de modder opzij, poets de steentjes op, tot er iets prachtigs is.'' Soms vindt hij daar beneden een plaats waar het stil is en zijn oren puur zijn. ''Alle muzikanten zouden daar naar toe moeten. Je vindt er de rust om tot iets oorspronkelijks te komen.'' Lanois vindt die plaats altijd als hij pedal steel speelt, zegt hij grappig serieus.

Vaak helpt hij met zijn vondsten artiesten die een nieuwe richting zoeken. Emmylou Harris bijvoorbeeld besefte dankzij Lanois dat ze moest schrijven of stoppen. Dylan schreef dat hij geen nieuwe berg meer wilde beklimmen, alleen nog zijn positie verdedigen. ''Bob is heel slim. Als hij bij iemand toewijding bespeurt, dan geeft hij zich wel. We bouwden die berg en beklommen hem toen.'' Op zijn eigen albums neemt Lanois meer risico dan op bijvoorbeeld een nieuwe cd van U2. ”Ik heb geen bedrijf on the road dat afhankelijk is van de verkoop, zoals Coldplay nu. Hun album moet een hit zijn. Ze hebben besloten die koppositie te willen innemen, en doen dat trouwens goed.'' Lanois beweegt tussen beide werelden. ''Ik heb wel eens bij U2 als gast meegespeeld, in New York en Los Angeles, voor 40 000 mensen. Ongelofelijk. Maar je voelt je een shakespeariaans acteur: alleen grote gebaren bereiken het publiek.'' De intieme zaal van vanavond vindt hij daarom ook prima.

ï''Als kleinere muzikant kruip je makkelijker in allerlei kieren om spontane dingen te doen.'' Zo speelde hij vorige zomer in zijn oude buurt op de markt bij een vriend die een nieuwe stand opende. Achterin een pick-up truck stond hij, naast de fruitkistjes van Monti Market. Het bracht hem op het idee om zo eens een tournee te maken: ''Een truck, een pedal steel guitar en een parkeerplaats, is alles wat ik nodig heb.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden