Interview

Daniël Lakens wil de psychologie uit het slop halen

Beeld TRBEELD

Daniël Lakens wil de psychologie uit het slop halen. Dat wordt tijd, die wetenschap heeft rake klappen gehad. 'Het is onze verantwoordelijkheid om de belastingbetaler meer efficiëntie terug te geven.'

Oké, en nu de blik weer vooruit. Psycholoog Daniël Lakens wil gaan denken in oplossingen. Dat zijn vakgebied met een probleem kampt, dat weten we nu wel. Maar voor de duidelijkheid toch even terug in de tijd. De psychologie heeft de nodige klappen gehad de laatste jaren. Als jonge universitair docent aan de TU Eindhoven hielp Lakens in 2015 de eerste uitdelen. Hij dacht mee over de opzet van wat een enorme knuppel in het psychologische hoenderhok zou worden.

Een project waarin wereldwijd honderd psychologiestudies opnieuw werden uitgevoerd, om er vervolgens achter te komen dat meer dan de helft geen stand hield. Er zouden nog veel van dit soort stenen in de vijver volgen. Het groeide uit tot de 'replicatie-crisis' in de psychologie; veel onderzoek bleek bij herhaling niet dezelfde resultaten op te leveren. De psychologie kreeg de naam van een ondeugdelijke wetenschap.

In een hippe koffiebar in zijn woonplaats Rotterdam vertelt Daniël Lakens, die met zijn knotje en laptop niet direct opvalt tussen de andere consumenten, graag over hoe hij die crisis wil terugdringen. Hij heeft er nu de middelen voor. Onlangs ontving hij van subsidieverstrekker NWO een Vidi-beurs van 800.000 euro voor zijn plannen om de sociale wetenschappen uit het slop te halen.

Twee promovendi en een postdoc kan hij daarvan aannemen. Wat moeten die gaan doen? Kijken of statistische spelregels die nu de hele wetenschap gebruikt, misschien per vakgebied of zelfs per studie afgestemd moeten worden. Op de planning staat ook het ontwikkelen van kosten-batenanalyses die gaan uitwijzen hoeveel tijd en geld een wetenschapper moet gaan investeren voor optimaal resultaat. En kijken hoe het collectief aan onderzoekers beter kan samenwerken.

Aan sommige vraagstukken moet je volgens Lakens helemaal niet in je eentje willen werken. Die krijgen pas een waardevol antwoord wanneer twintig personen er gecoördineerd het knappe hoofd op breken. Dan moet wel duidelijk zijn welke situaties om die coördinatie vragen.

Tot slot wil Lakens zich inzetten voor een big-databank, speciaal voor het opslaan en raadplegen van andermans onderzoeksresultaten. Een soort zoekmachine waarin je als psycholoog bijvoorbeeld de term 'agressie' intypt, met daarachter de gewenste leeftijdscategorie of zelfs diersoort. Gek genoeg is die er nu nog niet, wat voortborduren op andermans werk erg bemoeilijkt. Natuurlijk staan er al onnoemlijk veel studies online. Maar wie zijn eigen onderzoek daarmee wil vergelijken, moet die artikelen een voor een openen en naar de resultatenparagraaf scrollen. Enorm tijdrovend.

Kortom, er is genoeg te doen. "Ik wil in elk geval niet meer wegkijken. Het is onze verantwoordelijkheid als psychologen om de belastingbetaler meer efficiëntie terug te geven. Meer dan hij nu krijgt voor zijn geld."

Toch zou een buitenstaander kunnen denken dat voor het uitstippelen van een uitweg geen NWO-beurs nodig is. Zo moeilijk is het nou toch ook weer niet allemaal? Als ze zorgen voor meer deelnemers aan hun studies, leren psychologen sneller wat waar is en wat niet. Zo voorkomen ze dat ze jarenlang effecten najagen die in werkelijkheid niet bestaan.

Fata morgana's, zoals de 'wetenschap' dat mensen zich vrolijker gaan voelen wanneer ze een pen tussen hun tanden moeten klemmen, omdat daarbij hun mondhoeken omhoog gaan. Onzin, bleek vorig jaar na herhaling van het decennia oude experiment. En als sociale wetenschappers dan ook nog het onderzoek dat níet lukt publiceren zodat de rest weet wat níet werkt, dan zijn we er al. Zou je denken. Maar zo simpel is het niet.

Waarom niet?

"Als jij je me kunt uitleggen hoe groot die groepen proefpersonen dan moeten zijn, stort ik vandaag het geld nog terug naar NWO. Dat aantal verschilt per onderzoek, en om zo weinig mogelijk geld te verspillen wil je er ook niet te veel optrommelen. Oké, hoe meer, hoe preciezer de uitkomst. Maar dat vlakt bij een bepaald aantal wel af.

"Punt is: wetenschappers hebben nu vaak geen enkel idee van wat een degelijk aantal is. En dan bedoel ik totaal niet, ze doen maar wat! Ik wil kijken of daar eindelijk wat duidelijkheid in kan komen. Een soort richtlijnen opstellen: doe je onderzoek naar extraversie in kinderen, dan heb je er zoveel nodig voor een betrouwbare uitkomst. Bij onderzoek naar, ik noem maar wat, agressie zou dat aantal dan weer helemaal anders kunnen zijn."

Wat maakt dat inschatten van het benodigd aantal proefpersonen zo precair?

Lakens wijst naar buiten: "Als ik jou de straat op stuur om uit te zoeken hoeveel centimeter mannen gemiddeld langer zijn dan vrouwen, hoeveel voorbijgangers moet je dan opmeten voor je een betrouwbaar antwoord hebt? Honderd, dat kon wel eens genoeg zijn. Redelijk in te schatten. Maar het gemiddelde verschil in lengte tussen mannen en vrouwen is vergeleken met veel psychologische verschijnselen enorm. Denk aan dat vraagstuk of iemands gemoedstoestand omhooggaat van het tussen de tanden klemmen van een pen. Áls dat effect al bestaat, is het zeer klein. Het wordt dan erg onzeker hoeveel deelnemers je nodig hebt. Je kunt zeggen: voor de zekerheid doe ik er liever te veel dan te weinig. Maar dan wordt het onbetaalbaar."

Het lijkt of dat probleem eigen is aan de sociale wetenschappen, met hun soms wat vage theorieën.

"Dat is wat kort door de bocht, maar het klopt dat wij vaak claims najagen die moeilijk zijn te falsificeren (ontkrachten door een tegenvoorbeeld te vinden, red.). Filosoof Karl Popper legde dat begrip falsificeren uit met zwanen. Stel je wilt bewijzen dat alle zwanen wit zijn. Dan moet je op zoek naar een tegenvoorbeeld: een zwarte zwaan. Zolang je die niet vindt, wordt jouw claim dat alle zwanen wit zijn steeds aannemelijker. Tót de dag dat je zo'n zwarte vogel ziet overvliegen. Dan weet je: oké, dat idee dat ze allemaal wit zijn, kan de prullenbak in.

"In de psychologie werken we met kleine effecten waarvan we niet zeker weten of ze überhaupt bestaan. Het is kansberekening. Wij zien geen zwanen overvliegen, maar eerder een vage flits tussen de bomen in een dichtbegroeid bos. Was dat nou een zwaan of gewoon een duif? Laat staan dat je kunt noteren of die dan zwart of wit was.

"Hoe anders is dat bijvoorbeeld in de natuurkunde, waar ze wél duidelijk falsificeerbare voorspellingen onderzoeken. Neem die enorme deeltjesversneller van Cern in Zwitserland, waar ze joegen op het illustere Higgs-boson. Een enorm karwei. Maar ze wisten tenminste wel: als daar op die specifieke plek in de grafiek een uitstulpje staat, hebben we het deeltje gedetecteerd. Dat is tenminste duidelijk. De zwarte zwaan is gevonden.

"En er is nóg iets dat ze bij Cern op ons psychologen voor hebben. Veel mensen hebben daar een specialisatie: degene die berekent in welke baan die deeltjes rond moeten schieten, legt de benodigde kabels niet aan. Een derde weet juist heel goed grafieken te analyseren. Ze maken heel goed gebruik van ieders talent. Ongelooflijk, zoveel wetenschappers bij elkaar in één geoliede machine.

"In de sociale wetenschappen moet iedereen op zijn eigen kleine eilandje álles doen. Ze moeten onderzoeksvragen bedenken, uitrekenen hoeveel proefpersonen ze nodig hebben, het onderzoek uitvoeren en vervolgens de data analyseren. Heel gek is het niet dat er dan veel fouten worden gemaakt."

Los zand

Dan is het ook niet zo gek dat onderzoek als los zand door de vingers glipt van een collega aan de andere kant van de wereld die de studie nog eens overdoet. Daarbij komt dat het herhalen van andermans onderzoek geen populaire bezigheid is. Natuurlijk niet; je doet liever eigen en vernieuwend onderzoek. Toch kan de wetenschap er volgens Lakens niet meer omheen.

Wat helpt is dat onderzoeksfinancier NWO het belang nu ook inziet. Er komt een nog te verdelen 3 miljoen euro voor vrij. Dat had Lakens nooit durven dromen toen hij er in 2012 langsging om lobbyen voor de herhalingszaak. "Ik zei jongens, jullie hebben twee taken: één is het stimuleren van innovatief onderzoek, twee is het controleren van de betrouwbaarheid. Aan dat tweede doen jullie nu he-le-maal niets. Er is gewoon een betrouwbare basis van kennis nodig. Die moet óók gefinancierd.

"Ik zette expres zeer laag in, en vroeg ze om 0,003 procent van hun jaarlijkse budget beschikbaar te stellen. Ik blijf psycholoog, ik hoopte dat ze zo'n belachelijk klein verzoek niet konden weigeren. Maar ze zetten tot mijn vreugde onverwacht groot in, bleek afgelopen september.

"Er zijn mensen die pleiten voor nog veel meer. Ik hoorde laatst een wetenschapper opperen om het budget voor herhaling in zijn vakgebied voor vijf jaar vast te zetten op liefst 90 procent van het totaal. Hij zei: 'We hebben de afgelopen twintig jaar zóveel onderzoek gedaan, zóveel dingen geroepen in de wetenschappelijke tijdschriften. Even een pas op de plaats.' Ik wil net als hij ook even weten van die hele stapel artikelen: wat wel, en wat niet?" Lakens grijpt gespeeld verbouwereerd naar zijn hoofd. "In plaats van er een nieuwe twintig jaar roekeloos op voort te bouwen zonder te weten of het klopt."

Rest de vraag: wélk onderzoek moet herhaald, en met welk zit het wel goed?

"Ook dat ga ik onderzoeken met die beurs. Alles herhalen heeft geen zin, dat kan ook niet. Grof gezegd kijken we naar twee dingen. Eén: de betrouwbaarheid van het originele onderzoek. Hoe zeker weten we of het klopt? Daar kun je wat over zeggen door naar de onderzoeksmethode te kijken. En twee: hoeveel doet het onderzoek ertoe, hoeveel impact heeft het? Gaan veel andere psychologen erop voortborduren? Die twee moet je zien te kwantificeren."

Dat is nog niet gebeurd?

"Nee." Na een korte stilte: "Dat is ook heel lastig. Betrouwbaarheid en impact zijn appels en peren die je moet vergelijken en tegen elkaar moet afwegen. Ga er maar aan staan, ik denk dat een gemiddelde wetenschapsfilosoof hard begint te lachen bij het idee. Maar tegelijkertijd moeten we iets in de praktijk. NWO heeft die 3 miljoen te verdelen. Laten we dan maar eens gaan nadenken waar dat naartoe moet."

Wie is Daniël Lakens?

Zijn specialiteit reikt van beloningsstructuren in de wetenschap tot het ideale ontwerp van psychologische studies, en alle statistiek die daarmee gepaard gaat. Daniël Lakens, universitair docent aan de TU Eindhoven, is veel onderweg om te spreken op congressen over de hele wereld. Ook in Nederland geeft hij workshops, onder meer aan journalisten, om mensen te scholen te worden in het duiden van cijfers. In 2014 werd hij verkozen tot docent van het jaar aan de TU Eindhoven. Op Oudejaarsavond datzelfde jaar werd hij door hoogleraar Ionica Smeets en journalist Diederik Jekel in het tv-programma 'Die komen eraan... 2015' verkozen tot 'wetenschapstalent om in de gaten te houden'. Lakens geeft online een gratis online cursus statistiek, waarvoor zich sinds afgelopen september meer dan 7000 cursisten hebben ingeschreven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden