Dan worden we wel opgeruimd

Graven van schrijvers zwijgen niet, maar spreken. Zij roepen een leven en een oeuvre in herinnering en spreken zachtjes tot de verbeelding - voorbij de laatste woorden.

'Omdat ook hier de aan bod gekomen wereld / hun wereld brak, gingen zij, broederpaar / - gelijk zij, door de voorvlagen omdwereld, / zich weerden naast elkander - naast elkaar /

Den dood in, dit bloedjaar. / Zij wisten van geen wijken, van geen zwenken / binnen het streng perk dat het lot hun bood. / Het leven sloeg, slaags rakend met hun denken, / hen daar tot mannen, en thans heeft de dood / tot menschen hen vergroot.'

Dit zijn de eerste twee ronkende strofen van het gedicht 'In Memoriam Charles Edgar du Perron et Menno ter Braak obierunt Idibus V MCMXL' dat Adriaan Roland Holst schreef vlak nadat de twee vrienden op dezelfde dag, 14 mei 1940, de dag dat het Nederlandse leger capituleerde voor nazi-Duitsland, gestorven waren. Met de dood van 'het broederpaar' had de Nederlandse literatuur in één klap haar twee spraakmakendste schrijvers verloren. Met name de dood van Du Perron deed zich nog tot ver na de oorlog voelen, juist omdat hij daarvóór alom tegenwoordig had geschenen. In felle, persoonlijke polemieken had hij niet alleen zijn persoonlijk stempel zwaar op de literatuur gedrukt, maar ook vlijmscherp stelling genomen tegen het opkomende fascisme en voor de 'menschelijke waardigheid'.

In zijn magnum opus 'Het land van Herkomst' (1935) hield Du Perron al rekening met een mogelijke inval van de nazi's. 'Je sprak laatst over een bombardement van Parijs', zei hij tegen Héverlé, alias André Malraux. 'Het is inderdaad een vreemd besef dat in minder dan een uur de Duitse luchtvloot boven deze stad kan hangen om alles te laten regenen wat doeltreffend lijkt; men mag zich dus wel voorhouden dat gegast of afgebrand worden niet zo'n groot verschil maakt met een einde door leucaemie of angina pectoris. Na alle wroeten zie ik één wijsheid: zolang men leeft, te leven volgens de eigen aard en alsof men toch de ruimte vóór zich had, met alle nieuwsgierigheid en hoop waar men nog mee behept is, maar ook met een voldoend quantum pessimisme om ons in één minuut te verzoenen met het einde van alles wat ons leven mogelijk maakte, mogelijk in iedere betekenis.'

Het is achteraf frappant om te zien hoe Du Perron in de slotalinea van zijn belangrijkste boek dingen met elkaar in verband brengt, die in de werkelijkheid ook zouden samenkomen. Niet voor niets noemde hij 'een einde door angina pectoris'. Du Perron leed al enkele jaren aan hartkloppingen. Tegenover vrienden noemde hij zich 'een halve invalide'. In zijn laatste brief aan Ter Braak, van 8 mei 1940, kwam zijn kwaal opnieuw ter sprake: 'Gisteravond had ik koorts. De dokter is geweest en constateerde duidelijke irregularités van het hart. Maar natuurlijk, 'organisch' ontbreekt er nooit iets! Ik moet straks naar hem toe om bij hem aan huis onderzocht te worden -vanwege de compleetheid- en hij neemt zich voor me op te kalefateren. Als het hem lukt is 't een flinke vent. Ik voel me bij momenten gewoonweg als 'aan het eind van alles'.

Du Perron schreef deze brief uit het Noord-Hollandse Bergen, waar hij na zijn tijd in Parijs en een verblijf in Indië was komen wonen. Hij had samen met zijn vrouw, Elisabeth de Roos (Bep), en zijn zoontje Alain tijdelijk onderdak gevonden in het zomerhuis van David Kouwenaar sr. (de vader van de latere dichter Gerrit en de schilder David) aan de Doorntjes. Dat huis stond achter dat van Adriaan Roland Holst, met wie Du Perron bevriend was geraakt. Samen stonden zij op de vroege morgen van tien mei 1940 te kijken naar het bombardement dat de Duitse 'luchtvloot' uitvoerde op het vliegveld van Bergen. Zij hadden hun huizen moeten verlaten en schuilden bij kennissen in het dorp. De Duitse inval greep Du Perron zo aan, dat hij met hevige hartkloppingen het bed moest houden. 'Als de Moffen winnen', had hij al eens in een brief aan Marsman geschreven, 'hoeven we over een paar maanden niets meer te doen, dan worden we wel opgeruimd.' Op 14 mei capituleerde Nederland.

Du Perron raakte in paniek. Hij wilde alle boeken vernietigen, waarvan hij vreesde dat ze hem de kop zouden kosten. 'Ik wil opstaan en naar het huis gaan en dat uitzoeken', zei hij. 'Daar is geen sprake van', zei Roland Holst, 'je moet in bed blijven. Bep en ik zullen dat wel doen.' Daarop zijn Bep en hij inderdaad naar het huis gegaan om een grote lading 'gevaarlijke' boeken in de tuin begraven. Toen zij terugkeerden, was Du Perron er nog slechter aan toe. Bep is aan zijn bed gaan zitten en Roland Holst is op de fiets -de telefoon was die dag afgesloten- naar het dorp gegaan om de dokter te halen. Maar hij kwam te laat. Du Perron was in de armen van zijn vrouw gestorven. 'Naast haar', dichtte Roland Holst, 'bij hem die werd ontboden / stond ik. Streng sloot nog stugge moed / zijn mond af, als van een die node / er dan het zwijgen maar toe doet, / omdat het moet.' Wat Du Perron nooit heeft geweten, is dat Menno ter Braak, bekropen door dezelfde angst voor de terreur, op bijna hetzelfde moment, in zijn huis in Den Haag zelfmoord pleegde.

Aan de eerste, angstige oorlogsdagen herinnert in Bergen nu weinig meer. De Algemene Begraafplaats lijkt wel geschiedenisloos. Toch ligt het verleden van Bergen hier wel degelijk. De graven van Roland Holst (op zijn reuzenkei staat: 'Wat was is geweest') en de schilderes Charley Toorop zijn op een steenworp afstand te vinden. Maar ja, die keurige rijtjes en glinsterende paden. Nergens het geruis van bladeren in oude, kromme bomen. Wel het plok-plok-plok van de naastgelegen tennisbaan. Tegen die burgerlijke netheid is het graf van Du Perron een stil protest. Zijn steen is onzichtbaar geworden door ongeknipte buxus-bolletjes, die buigen als bossen ongeknipte haren in de wind. Af en toe staan ze een glimp toe op de letters van zijn naam, heel even maar, één seconde - geheel in stijl met Du Perrons eigen, ironische gedicht 'Gebed bij de harde dood': 'De dood is altijd kort, hij duurt hoogstens één seconde, / men is dood of niet dood, zoals Stendhal ons leert. / De foltering vooraf is langer aan de orde.' Gelijk had hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden