'Dan verwacht ik weer een explosie'

Kinderen in Kirkoek leven in een verdeelde stad, die vrijwel dagelijks het toneel is van aanslagen. Wat heeft dat voor effect op hun leven, op de manier waarop ze opgroeien, en daarmee voor de toekomst van de stad?

Kirkoek staat bekend om de explosies, het geweld, de etnische tegenstellingen. Het is de stad waar dagelijks vele duizenden vaten olie worden geproduceerd, waar de oranje gloed van het afgefakkelde gas 's nachts het donker verdrijft en de stank van olie overheerst op dagen dat de wind verkeerd staat of de luchten te laag zijn. Waar tot voor kort weinig effect te zien was van die enorme olie-inkomsten. Kirkoek als oliestad is het centrum van strijd tussen Koerden, Turkmenen en Arabieren, en tegelijkertijd is het Irak in het klein, waar alle groepen vertegenwoordigd zijn.

Wat is Kirkoek voor een stad voor een kind? Hoe is het om daar op te groeien? Vier jeugdige Kirkoeki's zitten aan tafel in het Jeugd en Media Centrum in het Koerdische deel van de stad: Joenis van veertien die jonger lijkt, Soemaja van zes, Naslihan die op haar vingers natelt dat ze negen is en Tina, een zestienjarige die de wereld ernstig door een grote rode bril beschouwt.

De kinderen wonen in de verschillende wijken van de stad, en behoren tot de verschillende etnische en religieuze groepen. Het gesprek verloopt via Mohammed Yusef, een politicoloog die in het Jeugdcentrum werkt en alle drie Kirkoekse talen spreekt, dankzij zijn Koerdische moeder, zijn Arabische vader en zijn Turkmeense vrienden.

Naslihan is Turkmeens, met een vader die uit Turkije komt. Haar ouders zijn soennieten, vertelt ze door te laten zien hoe ze bidden: met hun handen voor de borst. Joenis is een Arabische soenniet. Soemaja is Koerdisch, net als Tina. Daarnaast heeft Kirkoek nog sjiitische Turkmenen, sjiitische Koerden (Fayli Koerden) en christenen.

De stad komt vooral in het nieuws vanwege de vele aanslagen, die te maken hebben met de aanspraken van de grootste groepen op de stad. De Koerden willen Kirkoek bij hun autonome regio voegen, en hebben een coalitie gevormd met de Turkmenen, waardoor de twee groepen in feite de macht in handen hebben en de Arabieren klagen buitengesloten te zijn. En dat terwijl Kirkoek in werkelijkheid onder Bagdad valt, onder de centrale regering voor Irak.

Het geweld vindt vooral plaats in Arabische en gemengde wijken; de Koerdische zijn relatief veilig. Die ochtend zijn er in de stad drie bommen ontploft, waarbij vijf doden zijn gevallen.

Drie van de vier kinderen hebben ervaring met geweld. Naslihan was bij haar oom op bezoek toen er buiten een explosie plaatsvond. "Het huis schudde helemaal. Ik was bang", zegt de negenjarige ernstig. Tina vertelt over een autobom vlak bij haar huis. "De deur van de auto landde op ons dak. Het geluid was enorm en ik was bang. Ik wilde niet kijken, maar ik hoorde dat er doden waren. Een vrouw die net een baby had gekregen kwam bij ons thuis - moeder en kind zaten onder het bloed van het rondvliegende glas."

Tina denkt nog vaak aan die bom. Niet dat ze erover droomt, en ze is ook niet bang buiten. Met een jaarlijkse uitzondering: tijdens Eid, het offerfeest, dan blijft ze binnen. "Dan is het druk op de plek waar het gebeurde. Dan verwacht ik daar weer een explosie."

Hebben de kinderen enig idee waarom dit soort dingen gebeuren? Joenis: "Om mensen te vermoorden. Waarom weet ik niet." Naslihan denkt het wel te weten. "Ze willen iemand van de autoriteiten doden. Misschien omdat ze z'n geld willen, of gewoon omdat ze hem kwijt willen." Tina, de oudste, herhaalt duidelijk wat ze volwassenen heeft horen zeggen: "De enige reden is dat we onvoldoende veiligheid hebben - te weinig materialen en mensen. Hadden we die wel, dan zouden ze de kans niet hebben."

In wie er achter dit soort geweld zitten hebben ze zich niet verdiept. Alleen Joenis zegt dat de Amerikanen erachter zitten. Die reactie is verklaarbaar. Joenis is de zoon van Arabische soennieten die onder Saddam een hoge functie hadden in Basra en na diens val in 2003 berooid terugkeerden naar Kirkoek. Voor hem en zijn familie, net als voor veel Iraakse soennieten die hun positie verloren toen de Amerikanen Saddam verjoegen, zijn zij de oorzaak van alle ellende.

Opvallend genoeg heeft de onveiligheid geen grote gevolgen voor hun leventjes. Dat komt omdat die zich grotendeels afspelen in hun eigen wijk. Sinds de val van Saddam hebben de verschillende groepen in Kirkoek zich teruggetrokken in eigen wijken, en zijn gemengde wijken steeds monotoner geworden. De kinderen spelen in de tuin, bij vriendjes in dezelfde wijk, en mogen alleen over straat om naar de school in hun buurt te gaan.

Voor de oudere jeugd heeft de dreiging van geweld wel gevolgen. Tina noemt als belangrijkste verschil met bijvoorbeeld Sulaymaniya (de Koerdische provinciehoofdstad op een uur rijden), dat je "daar 's avonds laat nog kunt uitgaan, naar het park bijvoorbeeld".

Allevier kinderen verklaren hun liefde voor hun woonplaats. Voor de jongste twee, Naslihan en Soemaja, is het feit dat hun familie hier woont al voldoende reden. Tina roemt de mooie plekken, zoals de wijk waar de Britten in de eerste helft van de vorige eeuw hun huizen bouwden: 'mooie gebouwen en zo schoon', zegt ze. De tiener is de enige die indirecte kritiek uit. Als ze haar stad vergelijkt met de Europese steden die ze van de televisie kent, verliest die het vooral van Londen. "Ik zou willen dat Kirkoek net zo schoon wordt."

Joenis houdt van Kirkoek omdat 'er zoveel aardige mensen zijn hier'. Aardig? "Ja, mensen helpen elkaar hier." Mohammed kent de achtergrond van die opmerking: die slaat op alle hulp die Joenis' ouders kregen toen ze in Kirkoek terugkeerden nadat ze alles hadden moeten achterlaten in Basra, waar ze de wraak van de door Saddam onderdrukte sjiieten ontvluchtten. De tegenstelling met Basra moet groot zijn geweest. Door het geweld van de afgelopen jaren is de samenhang binnen de etnische groep in Kirkoek sterk toegenomen.

Soemaja heeft zich afgewend en bewondert Naslihans lange haar. Dat gaat non-verbaal, want Naslihan verstaat haar bijna niet. Ze woont in een Turkmeense wijk, gaat naar een Turkmeense school waar ze - zo vertelt ze trots - Engels leert. Maar geen van de andere talen van Kirkoek, dus kan ze met de Koerdische Soemaja nauwelijks praten.

Voor 2003 waren alle scholen in Kirkoek Arabisch en werd er in het Arabisch lesgegeven. Omdat ze gemengd waren, leerden de kinderen alle talen van de stad. Die tijd is voorbij. Naslihan heeft weliswaar een Koerdisch vriendinnetje, maar dat spreekt Turkmeens omdat ze in een Turkmeense wijk woont. Joenis heeft Koerdische en Turkmeense vriendjes die Arabisch spreken, ook al omdat ze in zijn Arabische wijk wonen.

Tina is een uitzondering, zegt ze ook zelf, die alle drie talen spreekt. "Ik heb veel vrienden", lacht ze. Sommige kinderen in Kirkoek spreken twee talen, meest Koerdisch en Arabisch, maar weinigen spreken er nog drie. Dat komt doordat de samenstelling van de stad verandert - Koerden vormen een meerderheid, zegt Mohammed, en de groepen trekken zich terug in hun eigen wijken. "De scholen geven alleen les in de eigen taal, en zijn daarmee de muur tussen de kinderen geworden."

Mohammed is, zoals de Kirkoeki's zelf zeggen, 'van de vorige generatie' die nog alle talen van de stad spreekt, en met iedereen in de stad kan communiceren. Die ontwikkeling baart hem zorgen. De opdeling van de stad heeft grote sociale gevolgen. Voor 2003 was zo'n zeventig procent van de huwelijken gemengd, nu hooguit nog zo'n twintig procent. De etnische groepen sluiten zich op in hun eigen wijken, met hun eigen scholen en zelfs universiteiten. "Dat is de perfecte situatie om mensen op te delen naar taal en afkomst", aldus Mohammed. Jongeren hebben daardoor minder kans iemand van een andere afkomst te leren kennen.

Mohammed meent dat dit een gevolg is van het Koerdische beleid om Kirkoek Koerdisch te maken. "Ik verwacht dat de stad onderdeel wordt van de Koerdische regio. Alle hoge posten zijn al in handen van Koerden. De voertaal wordt Koerdisch", voorspelt hij.

De kinderen zijn zich van die ontwikkeling niet bewust. Gevraagd naar de verschillen tussen de groepen zegt Joenis zonder aarzelen 'maku' - geen. "We zijn allemaal moslims, er zijn geen verschillen", beaamt Naslihan, die blijkbaar geen weet heeft van de grote groep christenen in Kirkoek. "Alleen de taal", zegt Tina, "verder zie ik geen verschil."

Maar juist als steeds minder mensen in staat zijn de taal van stadsgenoten te verstaan, verdwijnt uiteindelijk de saamhorigheid. Daarom neemt Mohammed zelf maatregelen: "Ik zorg dat mijn moeder Koerdisch spreekt met mijn dochters, zodat ze die taal ook leren". Hoeveel Kirkoeki's dat voorbeeld volgen is met het afgenomen aantal gemengde huwelijken echter de vraag.

Het strijdtoneel
Kirkoek is het strijdtoneel van Koerden, Turkmenen en Arabieren. Kirkoek heeft al jaren geen verkiezingen gehad - omdat er geen recente gegevens zijn over de bevolkingsopbouw. Onder Saddam zijn tussen 1991 en 2003 duizenden Koerden de stad uitgezet en Arabieren binnengehaald.

Een volkstelling die volgens de grondwet van 2004 zou moeten plaatsvinden is keer op keer uitgesteld. Die telling zou de Koerden de wind in de zeilen geven, omdat die door aan de Koerdische zijde wijken te bouwen sinds 2003 een status quo hebben weten te bereiken; geschat wordt dat van de 1,5 miljoen inwoners nu ruim de helft Koerdisch is.

De Turkmenen houden vast aan cijfers uit 1957. Toen waren er 45.000 Turkmenen in de stad, 40.000 Koerden en 27.000 Arabieren. De Iraakse president Talabani heeft voorgesteld de machtsverdeling te baseren op 32 procent voor elk van de drie grote groepen en vier procent voor de christenen, maar daar lijkt onvoldoende steun voor te bestaan.

Momenteel hebben de Koerden de overhand in het bestuur. De gouverneur, Najmadin Karim, is Koerdisch, met Arabische en Turkmeense waarnemers. Hij probeert door de 'oliedollars' te besteden aan de infrastructuur, de situatie in de hele stad te verbeteren om het verschil tussen het rijke Koerdische deel en het arme Arabische te verkleinen en de sociale onrust daarmee te bestrijden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden