Dan redden wij onszelf wel

Zola Jackson heeft alleen haar hond nog. Als die niet mee mag in de boot, blijft ze liever in haar huis, al komt het water tot het dak

'Van de drie romans is die van Jesmyn Ward het meest verpletterend. Waar blijft de vertaling?'

Eind augustus van het jaar 2005 is een orkaan van de meest verwoestende categorie van de Golf van Mexico onderweg naar New Orleans, de stad die al zo vaak is geteisterd door natuurgeweld. Volgens de autoriteiten kan iedereen rustig gaan slapen: het Delta-plan zal de stad behoeden voor een nieuwe ramp.

Maar als Katrina op 28 augustus de baai rond New Orleans bereikt, bezwijken de dijken en wordt de stad al snel door het wassende water verzwolgen. De arme, zwarte wijken worden het zwaarst getroffen, de hulpverlening komt veel te laat op gang. Als president George W. Bush eindelijk het rampgebied bezoekt, wordt hij weggehoond. Zo'n 1500 mensen laten het leven.

De hele wereld zag de beelden: de straten die kolkende rivieren zijn geworden, de achtergebleven bewoners op de daken van hun gehavende huizen, de massale, chaotische uittocht op de uitvalswegen. Is die ravage alleen veroorzaakt door natuurgeweld, of was er ook sprake van menselijk en politiek falen? In hoeverre speelden ras en klasse een rol in deze tragedie? Al snel wordt duidelijk dat het grote Amerika, wanhopig verwikkeld in oorlogen in Irak en Afghanistan, op eigen grondgebied ernstig heeft gefaald in de bescherming van zijn burgers. Daarbij moet menigeen weer denken aan de woorden van George Orwell: All men are created equal, but some are more equal than others.

Hoewel deze nationale ramp in de VS nog niet zoveel pennen in beroering bracht als 'Nine Eleven', werd ook Katrina voer voor schrijvers. De aftrap kwam van Dave Eggers, met het inmiddels ook in Nederland veelgelezen 'Zeitoun' (2009). Net als in zijn spraakmakende boek 'Wat is de Wat' (2006), over een Soedanese Darfur-vluchteling, tekent de Amerikaanse schrijver hier het waargebeurde verhaal op van een slachtoffer en ooggetuige; dit keer is dat de Syrisch-Amerikaanse Abdulrahman Zeitoun, bewoner van New Orleans. Terwijl diens Amerikaanse vrouw en kinderen in de aanloop naar de orkaan elders een veilig heenkomen hebben gezocht, voelt Zeitoun zich verplicht om in de stad te blijven, om zijn huis en bedrijf te redden, en te helpen waar dat mogelijk is.

Het wordt een nachtmerrieachtige odyssee: met zijn tweedehands aluminium kano peddelt Zeitoun door de ondergelopen stad om te redden wat er te redden valt. New Orleans is een apocalyptische ravage, een surrealistische hel. Na ruim een week wordt Zeitoun plotseling door zwaar bewapende commando's gearresteerd, op verdenking van plundering. Zijn Syrische achtergrond en de bekering van zijn vrouw tot de islam hebben de paranoïde autoriteiten tot de slotsom gebracht dat hij geen gewone plunderaar is, maar een terrorist! Zijn vrouw blijft weken lang in het ongewisse over zijn lot.

Hoewel Eggers nogal uitvoerig ingaat op de geschiedenis van Zeitoun en zijn vrouw, gaat dit boek eigenlijk om het wantrouwen dat van een moedige held een gevaarlijke verdachte maakt. Schrijnender kun je de gekte van het Bush-tijdperk inderdaad nauwelijks in beeld brengen, maar de hartverscheurende kracht van 'Zeitoun' ligt juist in Eggers geserreerde stijl. Door Zeitouns lot voor zichzelf te laten spreken en commentaar achterwege te laten, laat hij de verbijstering bij de lezer.

Inmiddels zijn er ook schrijvers opgestaan die de Katrina-ramp in romanvorm hebben gegoten. Zoals de Fransman Gilles Leroy (1958) die vier jaar geleden in de schijnwerpers kwam te staan door zijn met de Prix Goncourt bekroonde roman 'Alabama Song', waarin hij stem gaf aan de innerlijke roerselen van Zelda Fitzgerald, de muze van schrijver F. Scott Fitzgerald. In 'Zola Jackson' kruipt Leroy in de huid van een weduwe die tijdens de overstroming koppig in haar huis achterblijft en ternauwernood van de dood wordt gered.

Zola Jackson is even stoer als kwetsbaar. De zwarte vrouw heeft in haar leven al zoveel onrecht en ellende meegemaakt, dat dit er ook nog wel bij kan. ¿

En eigenlijk heeft ze ook niet veel meer om voor te leven. In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat ze niet alleen haar (blanke) man heeft verloren, maar ook haar zoon Caryl, haar oogappel, die een glanzende academische carrière voor de boeg had, maar in 1994 bezweek aan kanker.

Sindsdien woont Zola Jackson alleen, met haar hond Lady als enig gezelschap. Als het water stijgt, weigert ze de geboden hulp, omdat ze dan haar hond zou moeten achterlaten. Terwijl de hele stad wordt geëvacueerd, blijft Zola zitten waar ze zit: "Je gaat niet weg uit New Orleans. Je wordt er geboren en je gaat er de pijp uit. zo is dat nu eenmaal."

De eerste helikopters die Zola boven de stad ziet verschijnen, vervoeren geen reddingswerkers, maar sensatiebeluste journalisten. De krankzinnigheid van het mediatijdperk wordt nog eens onderstreept door de komst van de acteur Sean Penn, die voor het oog van de camera's de blits komt maken als reddingswerker. De hulp zelf blijkt slecht georgainseerd: "Je kunt net zo goed proberen de oceaan leeg te scheppen met een vingerhoed.". Het zoveelste bewijs, vindt Zola, dat losers de leiders van het land onverschillig laten.

Terwijl het water stijgt, zinkt Zola steeds verder weg in haar herinneringen - over haar man, de geschiedenis van hun verloederde wijk, haar zoon.

Wat Leroy met dit boek vooral wil aansnijden, is de veelkoppigheid van het monster van de discriminatie. Zola is zich er weliswaar sterk van bewust dat haar leven is getekend door de kleur van haar huid. Maar intussen blijkt ze blind voor haar eigen discriminerende ideeën: de homoseksualiteit van haar zoon heeft ze nooit geaccepteerd en haar blanke schoonzoon kan in haar ogen geen goed doen. Hun verzoening verleent een nogal zoetsappig slotakkoord aan de roman. Dat is jammer, want net als in 'Alabama Song' blinkt Leroy uit in empathie, in begrip voor de emotionele ontreddering van zijn heldin.

Jesmyn Ward (1977), die vorig jaar de roman 'Salvage the Bones' publiceerde - verrassende winnaar van de National Book Award- weet misschien nog het beste wat er leeft onder de kansarme zwarte bevolking: ze komt er zelf vandaan. Van de drie besproken Katrina-boeken gaat haar roman overigens het minst over de orkaan zelf; 'Salvage the Bones' is eerst en vooral een hommage aan de overlevingskunst van zwarte losers.

Terwijl de dreiging van de orkaan zich steeds omineuzer opdringt, volgen we twaalf dagen uit het leven van een uitzonderlijk gezin: een gezin zonder moeder, met een dronkelap als vader. Alles reilt en zeilt dankzij de pubers. Esch, de vertelster, is vijftien jaar en zwanger van een jongen waar ze hopeloos verliefd op is, maar die haar niet ziet staan.

Haar broer Randall (17) droomt van een carrière als basketballer; broer Skeetah (16) projecteert alle onvoorwaardelijke liefde die hij in zich heeft op de pitbull China, en dan is er nog het nakomertje Junior (7) bij wiens geboorte de moeder het leven liet. Subtiel schetst Ward de hechte, onverbrekelijke band tussen de moederloze kinderen, die begrijpen dat zij het armoedige huishouden draaiende moeten houden. Regelmatig laat ze de moeder even opduiken in de gedachten van Esch.

Pas in de laatste veertig bladzijden vindt de confrontatie met Katrina plaats. Dan beneemt Ward je de adem met een huiveringwekkend 'ooggetuigenverslag' van een ontsnapping aan de dood. 'Salvage the Bones' (waar blijft de vertaling?) is een verpletterend boek. Zoals zo vaak in de literatuur, is dat vooral een kwestie van een overrompelend directe vertelstem, die in dit geval behalve trefzeker ook poëtisch is. In de media is de Katrina-ramp in beeld en verhaal breed uitgemeten (inclusief de honden op de daken!), maar deze drie boeken laten weer eens het surplus van de literatuur zien. Aan de hand van een indringend, persoonlijk verhaal, krijgen we zicht op een veel groter verhaal over de mens en de wereld: over waardigheid, onrecht, gezinsbanden.

Bij alle accentverschillen tussen deze verhalen is er één verbindend element: de ongebroken strijdlust. De personages ondergaan alle tegenslag met moed en gratie en zonder ooit de hoop te verliezen. Zo pakt Zeitoun na zijn detentie de draad weer op door zich met onverminderd enthousiasme te wijden aan de wederopbouw van New Orleans. Ook Zola laat zich voorlopig niet kisten. En de aanstaande tienermoeder Esch heeft een onverwoestbaar vertrouwen in de toekomst.

Haar verhaal eindigt met een refrein van We will... We will... We will... Ze zullen overleven, dat geloof tekent deze doorzetters.

Dave Eggers: Zeitoun.
(Zeitoun)Vertaald uit het Engels door Maaike Bijnsdorp en Lucie Schaap; Lebowski, Amsterdam; 400 blz. € 22,50

Gilles Leroy: Zola Jackson.
(Zola Jackson)Vertaald uit het Frans door Prescilla van Zoest; Cossee, Amsterdam; 160 blz. € 19,90

Jesmyn Ward: Salvage the Bones.
Bloomsbury, London. 258 blz. € 12,80

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden