Dan ook de doop maar verbieden?

Rabbijnen voeren een besnijdenis uit bij een acht dagen oud jongetje. © Reuters

Twee godgeleerden geven hun visie op een mogelijk verbod op jongensbesnijdenis. Komen geloofsuitingen steeds meer onder druk te staan?

In Frankrijk mogen moslims niet meer op straat bidden. In Duitsland is het in sommige deelstaten, zoals Berlijn, niet toegestaan als leraar of rechter een keppeltje te dragen of een halsketting met een kruisje of een davidsster. Publieke uitingen van religie komen steeds meer onder druk te staan.

Maar niet alleen publieke uitingen moeten het ontgelden, ook andere religieuze gebruiken vormen nu inzet van debat. Na het ritueel slachten is in Nederland een discussie losgebarsten over de besnijdenis van jongens. Het gebruik, dat in zowel de joodse als de islamitische traditie een belangrijk ritueel vormt, zou medische risico's met zich meebrengen en een te grote invloed van ouders op het leven van hun kind betekenen.

Elisa Klapheck, rabbijn van een liberaal joodse gemeente in Frankfurt, vertelt dat moeders het nooit makkelijk vinden wanneer hun zoontje op de achtste dag na zijn geboorte besneden wordt. "Moeders zijn dan altijd bleek en bang. Het is echt een uitdaging voor hen. Vanuit de traditie waren bij een besnijdenis vroeger alleen mannen aanwezig. Je moet je voorstellen dat het jongetje op de achtste dag van zijn moeder wordt weggehaald. Het gaat om een echte ingreep waar een druppeltje bloed moet vloeien. Daarna wordt hij weer teruggebracht bij zijn moeder. Hij ligt dan weer bij haar, maar hij is wel veranderd."

Dankzij vrouwenemancipatie mogen moeders tegenwoordig wel bij de besnijdenis aanwezig zijn, behalve bij de meest orthodoxe joodse gezinnen, en soms is zelfs de 'mohel', de persoon die de besnijdenis uitvoert, een vrouw. "Dat is altijd een arts", vertelt Elisa Klapheck. "Een uroloog."

Het is een kleine ingreep en niet riskant, meent de rabbijn. "Medische redenen om het besnijden van jongens te verbieden zie ik niet. In de Verenigde Staten worden de meeste jongens besneden. Ik heb nooit gehoord dat onder Amerikaanse mannen een groot trauma leeft hierover. De reden van besnijdenis in de Verenigde Staten is dat het hygiënischer is."

De betekenis van jongensbesnijdenis in de joodse traditie is niet in de eerste plaats de hygiëne, legt Klapheck uit. "Het is een teken van het verbond tussen God en de mensen. Het gaat terug op Abraham. Die heeft eerst zijn zoon Ismaël besneden, toen die dertien jaar oud was. Vandaar dat bij Arabische moslims, die volgens het verhaal van Ismaël afstammen, de jongens op een latere leeftijd besneden worden, als een soort initiatieritueel. Zijn tweede zoon Isaak heeft Abraham besneden toen die acht dagen oud was. De achtste dag is de eerste dag na de eerste week. Dit verwijst naar de toekomst, en naar de wereld van nu. Allerlei feestdagen zijn op de achtste dag, zoals de slotdag van Soekot, het Loofhuttenfeest."

Vrouwenbesnijdenis werd al in de Talmoed, de rabbijnse commentaren die in de zesde eeuw hun huidige vorm kregen, afgewezen. Elisa Klapheck: "Door een jongen te besnijden geef je hem een teken dat hij deel uitmaakt van het verbond, van een gemeenschap. Besnijdenis verwijst naar een sociale vorm van mannelijkheid, in plaats van macho-ego-mannelijkheid. De Thora heeft het ook over de 'besnijdenis van de harten'. Vrouwen hebben, volgens de Talmoedische traditie, al van zichzelf een sociale instelling, staan daardoor dichter bij God. Vrouwen gelden daarom 'als zijnde besneden'."

Een van de argumenten tegen besnijdenis van jongens zou zijn, dat het een onomkeerbare ingreep is.

Wim van Vlastuin, rector en docent aan het seminarie van de hersteld-hervormde kerk aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, vindt dat geen doorslaggevend argument. "De kinderdoop is net zo onomkeerbaar. Daarvoor kiezen kinderen ook niet zelf, want dat doen ouders voor hen. Je kunt een doop niet ongedaan maken. Gedoopt zijn heeft consequenties voor de status van een kind. Het verschil met besnijdenis is voor mij alleen die paar druppels bloed. De doop tekent iemand levenslang. Het argument dat kinderen later zelf moeten beslissen om gedoopt of besneden te worden, is gebaseerd op het voor mij foute uitgangspunt dat er een vrije keuze is. Die is er niet. Als je kinderen zonder religie opvoedt, is dat ook een keuze. Ik zie atheïsme ook als een levensovertuiging. Een neutrale opvoeding bestaat niet."

Daar sluit Elisa Klapheck zich bij aan. "Meestal is het zo dat als ouders uit onzekerheid denken de keuze aan het kind over te moeten laten, het kind later niet meer tot die keuze komt. De onzekerheid zet zich dan alleen maar voort. Een religieuze identiteit is niet iets waarvoor je later zo maar kunt kiezen. Je moet er ook in opgegroeid zijn om vanuit een zekerheid van binnenuit je eigen keuzes te kunnen maken."

Van Vlastuin ziet in de toenemende maatschappelijke bezwaren tegen religieuze uitingen, zoals besnijdenis, een 'anti-religieuze kruistocht'. "Mijn hoofdgevoel is dat de wetgeving tegen religieuze uitingen absurde vormen gaat aannemen." Van Vlastuin begrijpt niet dat artsenorganisatie KNMG een negatief advies heeft gegeven tegen besnijdenis van jongens. "Waar bemoeien ze zich mee? Dat heeft niets met hun professie te maken. Is het zo gevaarlijk? Medisch gezien is er juist iets vóór jongensbesnijdenis te zeggen. Denk aan de lagere percentages vrouwen met baarmoederhalskanker. Ik wil hier geen persoonlijk pleidooi voor besnijdenis houden, maar ik heb wel respect voor de joodse traditie."

Van Vlastuin signaleert een toenemende intolerantie ten aanzien van religieuze uitingen. "Wat is de volgende stap? Mag ik mijn kinderen nog wel laten dopen? Ik heb net Richard Dawkins gelezen, die waarschuwt tegen een christelijke opvoeding, omdat die te beïnvloedend zou zijn. Het lijkt wel of een seculiere meerderheid haar mening aan het andere deel van het volk wil opleggen. We hebben hier de Unie van Utrecht gehad in 1579, waardoor niet alleen vrede terugkwam in Europa maar ook godsdienstvrijheid werd ingesteld. Het is een christelijke waarde om tolerant te zijn. In die traditie zou de overheid ruimte moeten laten aan religieuze uitingen. Religieuze mensen moeten zich veilig kunnen voelen. En ook kunnen bidden voor het eten in een restaurant, bijvoorbeeld."

Elisa Klapheck ziet ook in Duitsland toenemende bezwaren tegen religieuze uitingen. "Dat is in Duitsland per deelstaat verschillend geregeld. In Berlijn mag je als leraar geen keppeltje dragen en eigenlijk ook niet meer een kettinkje met een kruis of een davidsster. Ouders beschouwen dat als religieuze indoctrinatie van hun kinderen. In Beieren mag dat dan weer wel, alhoewel er wel beperkingen gelden voor moslims. Deze maatregelen, ook het dreigende verbod op jongensbesnijdenis, gaan in tegen religie in het algemeen. Je wordt als religieus persoon op zo'n manier een tweederangs burger. Daar maak ik me zorgen over."

Het gaat de rabbijn niet speciaal om de besnijdenis, zegt ze. "In de jaren tachtig en negentig emigreerden veel Russische joden uit de Sovjet-Unie. Die waren niet besneden, want dat mocht daar niet. Daarmee waren die Russische joden niet minder joods. Joden blijven joden, ook zonder besnijdenis."

 Religieuze mensen moeten zich veilig kunnen voelen en bijvoorbeeld kunnen bidden in een restaurant  
Wim van Vlastuin
 Door een jongen te besnijden geef je hem een teken dat hij deel uitmaakt van een gemeenschap  
Elisa Klapheck
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden