Dameshondjes helpen de verveling van vrouwen te verdrijven. Maar ook de man gaat voor deze 'flutbeestjes' door de knieën.

Alleen mannen zijn in staat honden tot iets verstandigs af te richten, schreef de Duitser Alfred Brehm in 1865, toen hij de eerste druk van zijn dierenencyclopedie samenstelde. ,,Vrouwen kunnen niet dresseren, daarom zijn schoothonden ook altijd verwende, vertroetelde, humeurige en niet zelden valse schepsels.''

door HESTER OTTER

Mannen hebben het nooit zo gehad op schoothondjes, blijkt uit het net verschenen boek 'Van de liefde, van de hond', geschreven door Jan Desmet. Het boek biedt een historisch overzicht van de relatie tussen mens en hond. Desmet duikt diep in het fenomeen dameshondjes én herenhonden. ,,De dameshond is een stigma, een woord dat is voortgekomen uit het mannelijke gevoel van suprematie. Het kwam erop neer dat een grote categorie van mannen vond dat schoothondjes geen 'echte' honden waren. Mannen hielden van de Ware Hond, vrouwen van flutbeestjes.''

De neerbuigende kijk op vrouwenhondjes is oud, stelt Desmet. In de zestiende eeuw spraken Antwerpenaars over 'jufvrouwehondekens'. In Engeland worden kleine hondjes nog steeds toy dogs genoemd. In een hondenboek uit 1570 beschreef John Caius kleine spaniëls en maltezers als nutteloos. Waarvoor dienden deze kleine viervoeters? Om de vrouwelijke pronkzucht te behagen, analyseert Caius: speeltjes waarmee de vrouwen de tijd verdrijven. Dameshonden waren volgens hem een 'onnozele' smoes voor het uitventen van 'ergerlijke ledigheid'. ,,Hun baasjes dragen ze tegen hun borsten aan, gebruiken ze als gezelschap in de slaapkamer en laten de dieren slapen in hun bed. Ze voeren ze aan tafel, laten hen op hun schoot en staan het zelfs toe dat ze hun gezicht likken.'' De liefde is intens, getuigt het gerucht over koningin Mary van Schotland. Tijdens haar onthoofding in 1587 had haar geliefde Toy Spaniel (de tegenwoordige Cavalier King Charles spaniël, van hetzelfde ras als de hondjes van Pim Fortuyn) zich verstopt onder haar rokken.

In 1879 jubelde de Nederlander Ritzema Bos over het verdwijnen van de dikke, ronde mopshond -een miskleun in zijn ogen. ,,Niemand zal zijn uitsterven betreuren: het nuffige, vaak slecht geluimde, vertroetelde, flauwe dier was een zeer ongelukkig vertegenwoordiger van 't edele hondegild.''

Het drágen van schoothondjes was al een schande, memoriseert Desmet. Een teken van 'mentale zwakte' in de middeleeuwen. Het was dan ook een onterende straf voor veroordeelden. ,,Zo'n straf was even vernederend als een schandrit omgekeerd op een ezel of het moeten rondlopen met een paardenzadel op de rug.''

In enkele gevallen, maar dan schrijven we de achttiende eeuw, begonnen ook mannen met schoothondjes rond te lopen, maar die konden op hoongelach rekenen. ,,Het geeft hun zo'n onnozele uitstraling, dat men de aandrang voelt om hen vlak voor de neus uit te lachen zodat ze weer man zouden worden'', gruwt de Franse kroniekschrijver Sébastien Mercier.

Tot na 1900 werd de vriendschap tussen vrouw en schoothond beschreven als 'belachelijk, walgelijk en vuil', zoals in een hondenboek uit 1916 genoteerd staat. ,,Honden moesten prestaties aankunnen, prestaties die profijt opleverden en de mannen hun trots en status verhoogden'', schrijft Desmet. Hij somt echter wel enkele 'prestaties' van schoothondjes op: ze golden als warmtebron, alerte kamerbewaking en als speeltjes voor de kinderen.

Al deze fragmenten brengen één vraag naar voren: hebben de auteurs het hier over een feitelijke analyse van onnozele dieren, miskleunen en flutbeestjes? Veelal vertellen de auteurs over hun eigen visie op mannelijkheid en vrouwelijkheid én op emancipatie. Zo mochten Britse vrouwen tot 1900 geen honden tijdens wedstrijden keuren en de hoogste gezagorganen van de Britse Kennel Club was tot 1978 gesloten voor vrouwen. Of er geen heimelijke wens van de man bestond om net als een schoothondje te worden vertroeteld door de vrouw, daarover laat geen enkele schrijver zich uit.

Het terrein waar schoothondjes daarentegen wél vrij spel hadden, was in het nonnenklooster. In de veertiende eeuw noteren Engelse bisschoppen dat ze tijdens hun inspectierondes heel wat nonnen 'die op hun arm of op een kussentje hun schoothondje meedroegen'. Doordat veel slachtoffers vielen door rabiës, besloot de kerkleiding honden in het klooster uit te roeien.

Op één gebied was het voor mannen niet vreemd om hun liefde voor ieder type hond te tonen: in het leger. Gedurende de Eerste Wereldoorlog droegen sommige dieren rugzakken met 15 kilo aan kogels of voedsel door de loopgraven. 'Sanitaire' honden speurden naar doden en gewonden. Andere trokken telefoonkabels door de gevarenzones of ze waarschuwden voor inslaande obussen. Daar fungeerde de hond ook als een emotionele uitlaatklep, constateert Desmet na onderzoek van talloze foto's van mensen met honden. ,,Frontsoldaten blijken hun leven draaglijker te maken door op de troost en afleiding van een hond terug te vallen.'' Op deze manier werden de stoere herenhonden getransformeerd tot troeteldiertjes.

Toch is de grens tussen 'herenhonden' en 'dameshonden' niet altijd even strak te trekken. Kleine gezelschapshonden moesten in de 15e eeuw het bestaan van zeelieden opvrolijken en zij bevolkten ook diverse koningshuizen. John Evelyn, dagboekschrijver van Karel II, schrijft: ,,Hij genoot er van als een aantal kleine spaniëls met hem meeliep en in zijn slaapkamer ging liggen.'' Vrouwen kozen daarentegen rond 1900 voor de reuzenhond bij uitstek: de sint-bernard.

Deze uitzonderingen maakten dat ook de gewone hondenbezitter zich minder door ongeschreven regels liet leiden. Vanaf de negentiende eeuw was het voor mannen níet meer uitermate verwerpelijk om door de knieën te gaan voor de troetelhond. Na 1860 kwam de 'uniseks-hond' op, zoals de labrador en golden retriever. Met het verminderen van culturele verschillen tussen mannen en vrouwen is ook de grens tussen 'herenhond' en 'dameshond' vervaagd, constateert Desmet. ,,Er zijn vrouwen die van jachthonden houden zonder ermee te jagen, of mannen die (...) hun sneeuwwitte, zestienjarige poedel omhelzen.''

De voorkeur voor een ras wordt niet meer afgemeten aan de cultuur, maar aan de eigen smaak. Honden zijn een gemakkelijk substituut voor een kind geworden. Baasjes getuigen meer van hun hond te houden dan van hun partner, kortom, de hond is een 'pastille van liefde'.

Desmet wil echter de lezer één boodschap meegeven. De hond mag dan aardig, stoer of schattig zijn, ,,de hond is geen messias die ter aarde kwam met als opdracht 'schenk die sukkels de Ware Liefde'. (...) De hond is op aarde omdat hij in een niche is verzeild waarin zijn hemelse luilekkerleven vaste vorm kreeg.''

Weelde zonder inspanning. Het paradijs is realiteit geworden en dat geldt zeker voor dameshondjes: deze flutbeestjes weten ook het hart van mannen te stelen. Al is het misschien nog steeds niet stoer om met een truttig yorkshire terriërtje door het park te paraderen, het diertje biedt namelijk wel een groot voordeel. ,,Als ik geen tijd heb, doet hij zijn behoeftes in de kattenbak op het balkon'', vertelt een trotse eigenaar van een terriër van maximaal twintig centimeter hoog. Het hondje past in een rugzak of in een fietstas, is met een beetje voer tevreden en doet nauwelijks een beroep op de conditie van de eigenaar tijdens de wandelingen. En zie hier het moderne criterium van deze 'onnozele schepsels' of 'pastilles van de liefde': ze zijn vooral erg praktisch.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden