DAME VAN OTROBANDA STORT ZICH TER AARDE

WILLEMSTAD - Wie zijn ogen bijna sluit en door de wimpers naar theater West End op het Brionplein van het Curaçaose Willemstad kijkt, ziet weer Chevrolets rijden en een Pontiac. Mannen in witte kostuums en een linnen hoed op, vrouwen in lange bloemetjes-jurken, die voordat ze naar binnengaan nog even de affiche van hun filmheld bewonderen.

Na de Tweede Wereldoorlog, tijdens het bezoek van koningin Juliana en prins Bernhard, draait Return to Paradise, en Willem Parel. De lijnen van West End zijn voor dat koninklijk bezoek voorzien van kleurige guirlandes. Het dakterras op de tweede verdieping biedt altijd al het mooiste uitzicht over de centrumwijken Punda en Otrobanda. Maar tijdens zulke dagen - als zelfs de bogen van de drijvende Emmabrug zijn verlicht - is Willemstad op zijn best. Met dit panorama mogen de vooral Nederlandse ambtenaren, officieren van de koninklijke marine en de bourgouis van Curaçao, tafelen in het Restaurant om vervolgens op het balkon in de filmzaal plaats te nemen. Een kaartje kost 1,25, terwijl het volk voor dertig cent op de galerij plaatsneemt.

Wie zijn ogen weer opent, ziet West End in 1998. Het ooit zo statige art déco theater op Otrobanda van architect P. A. van Stuivenberg, staat op instorten. De gemeente heeft onlangs het trottoir afgezet met rood-wit geverfde olietonnen omdat brokstukken op de geparkeerde taxi's terecht kwamen. De vloeiende lijnen van beton zijn rafelig geworden, de houten lamellen hangen uit het lood. De klok is uit de toren verdwenen, maar de twee lantaarns bungelen nog in top. Binnen moeten de oude projectoren nog staan.

De Nederlandse architect Van Stuivenberg was destijds ambtenaar bij de Landswatervoorzieningsdienst (LWD), het huidige waterbedrijf, waarvoor hij bedrijfsgebouwen en personeelswoningen tekende. In zijn vrije tijd perste hij er in rap tempo de ontwerpen voor twee art déco theaters uit. Op 16 januari 1941 kon zijn Cinelandia geopend worden op de rechteroever van Willemstad, een openluchtbioscoop met 2200 zitplaatsen.

Een maand later deed West End de deuren open voor de première van de speelfilm Spring Parade, dat met de luxe-inrichting de meer welvarende burgers moest lokken. Zij kregen leren zetels met daaronder een rekje voor de hoed, er waren daktuinen en een foyer waar ook in de oorlog Heineken geschonken werd, terwijl het theater over in die tijd moderne soda-fonteintjes beschikte.

Zowel Cinelandia als West End passen zo tussen de geheel gerestaureerde zuurstok-panden op het Amerikaanse Miami Beach; toch zijn ze een stuk jonger. Volgens Michael Newton van het Monumentenfonds in Willemstad zijn de twee theaters neergezet in een tijd waarin art déco al duidelijk op zijn retour was. “De eindtijd ligt in de jaren twintig, dertig. Maar begin jaren veertig begon Willemstad er juist mee. Hoewel er toen al volop verkeer was tussen de Antillen en de Verenigde Staten en Europa, maakte het eiland verlaat kennis met deze stijl.”

Enerzijds heeft West End de typische kenmerken van art déco, met de verticale elementen als de hoge toren boven de ingang en de brede robuste blokken aan de waterkant. En de horizontale banden die in een ronde bocht 'de hoek omgaan'. “Het bijzondere van West End is”, schrijft Newton, “dat het pand twee gezichten heeft. De voorzijde met de ramen, de ranke toren en het afdak is zeer verfijnd, terwijl de zijkant aan het water heel robuust is.”

Daarnaast is aan de achter- en westkant in het geheel geen aandacht besteed, omdat West End met de rug naar een kanaal toe stond, wat later is gedempt om er een industriegebiedje van te maken.

Ruim veertig jaar was West End, met haar zusje Cinelandia aan de overkant, een begrip op Curaçao, zeker toen met de komst van de Italiaanse spagetti-westerns een breder publiek de bioscopen bezocht.

Maar begin jaren tachtig kwam aan die roem snel een eind met de opening van de eerste videotheek op Curacço. Omdat de bioscoopfilms nog steeds via Venezuela werden gedistribueerd, draaiden deze pas tegen de tijd dat half Curaçao de rolprent al op video had gezien. In september 1982 kondigde eigenaar Mensing & Co dan ook de sluiting van de 'Koningin van het Brionplein' aan.

Het gebouw werd verkocht aan het International Gosple Centre. Hoewel de staat van de gevel zienderogen achteruit ging, behield de zaal de functie van repetitie- en gebedsruimte. Tot ver in de jaren negentig galmden gospelklanken op zondag over het hete Brionplein. Maar de kwaliteit van het gebouw holde zo achteruit, dat nu zelfs de zangers vertrokken zijn. In de hoop op een tweede leven voor West End, vroeg het Gosple Centre het gebouw op de monumentenlijst te plaatsen.

Het theater mag nu niet meer gesloopt, en kan met steun van het monumentenfonds gered worden. Doorgaans kan het fonds zestig procent van een restauratie subsidiëren, terwijl de overige veertig procent geleend kan worden. Maar de restauratie van West End zal ook eigen kapitaal vergen. En het Gospel Centre wil het theater daarom liever verkopen. Probleem is dat zij vier à vijf miljoen gulden voor het gehavende kunstwerk vraagt, en eisen stelt aan de nieuwe functie van het pand.

Hoewel West End als markt van vertier is neergezet, heeft het Gospel Centre het gebouw geweigerd aan een projectontwikkelaar, die achter de gerestaureerde gevel een amusementscentrum wilde neerzetten. Want dat druisde in tegen het geweten van de gelovigen.

Een architect heeft woningen in het oude West End getekend, maar die zijn onbetaalbaar omdat niet alleen de vraagprijs, maar ook de restauratie in de miljoenen loopt. Moet het gebouw weer een theaterfunctie krijgen, een winkelcentrum herbergen, of toch gesloopt worden? Een discussie kan ook te lang duren. Het lijkt dezer dagen of de oude dame zichzelf ter aarde stort.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden