Dakgewassen

null Beeld WriteNow!
Beeld WriteNow!

Mijn vader was een man van weinig woorden, maar over één ding kon hij nooit zijn mond houden. Als hij met pensioen ging, zou hij een dakterras aanleggen waarop hij zijn eigen groenten zou verbouwen.
"Maar pa", zei ik dan, "we wonen op de vijfde verdieping van de zeven, we hebben geen dak."
"Mond houden. Ik ga een dakterras aanleggen en daarmee uit. Waar zijn mijn sloffen?"
Ik vond zijn sloffen meestal in de badkamer of op het balkon. Vroeger vroeg ik hem waaromhij geen groenten op het balkon wilde verbouwen, maar toen hij stopte met reageren, stopte ik met vragen.

Marjolein Takman

De schone glazen waren op, dus ik dronk aanmaaklimonade uit een koffiemok. Mijn vader bladerde een groenten almanak door die ik hem ooit op Vaderdag gegeven had.
"De artisjok is een sierlijke groente", las hij. Ik liet mijn gegrinnik in gekuch overgaan.
Het was nog twee weken tot zijn vijfenzestigste verjaardag. Mijn vader en ik leefden al jaren volgens een vast ritme. 's Avonds keek hij tv en maakte ik een selectie van mijn huiswerk. Ik deed alleen maar dingen die ik de moeite waard vond, zoals een overzicht maken van de verschillen tussen weermannen. De man van de publieke omroep eindigt altijd met een 'goedenavond', die van de grootste commerciële zender zegt 'dag'. Het was een project voor maatschappijleer. De ene week leerde ik dat reclames misleidend zijn en de andere dat Nederland een constitutionele monarchie is. Ik zei tegen mijn vader dat ik niet snapte waarom we zo snel van onderwerp wisselden.
"Wist je dat er in Overijssel een courgette van bijna honderd kilo is gekweekt?", zei hij.

Write Now!
Dit is het verhaal waarmee Marjolein Takman finaliste was van Write Now! 2014. Voor meer informatie over de schrijfwedstrijd Write Now!, zie onderaan deze pagina.

Vlak voor de zomervakantie moest ik mijn project over weermannen inleveren. Mijn leraar vond het een zorgvuldig onderzoek, maar weinig relevant.
"Maar u hebt dit onderwerp zelf goedgekeurd", zei ik.
"Toen dacht ik dat je een onderzoek naar de kwaliteit van het weerbericht ging doen. Niet dat je de felgele stropdas van de ene weerman als afleidend zou bestempelen en de begroeting van de ander als 'bewust informeel'."
Hij gaf me een onvoldoende. Onderweg naar huis kocht ik een zak dropkogels om mezelf op te vrolijken. Toen ik thuiskwam, lagen er twaalf zakken potgrond en zestien zakken bemeste tuinaarde in de woonkamer. Overal stonden bloempotten en -bakken. Op de tv stond een mandje met zakjes zaad. Mijn vader stond ernaar te kijken vanuit de deuropening van het balkon. Ik klom over de meubels heen om naar de keuken te komen.
"Wil je ook thee?", vroeg ik.
"Doe maar", zei hij. "Help je mee als het zo ver is?"
"Waar moet ik mee helpen? De laatste keer dat ik het controleerde, woonden we nog steeds op de vijfde verdieping van de zeven en hadden we geen dak."
"We hebben wel een dak, ik heb het ontdekt."
Ik bood hem een dropkogel aan maar hij zei dat die dingen niet smaken bij een warme drank.
Ik struikelde over een bloempot toen ik hem de thee wilde brengen. De meeste thee vloeide over de grond tussen de zakken aarde door. Ik zag een donkere vlek verschijnen op het stuk vloerkleed dat eronder vandaan kwam. Mijn vader zei niks en stond op om nieuwe thee te zetten.

Die avond zeiden beide weermannen dat er een hittegolf aan zou komen. Ik hield nog altijd mijn lijstje met statistieken bij. De publieke weerman, zoals ik hem noemde, droeg een donkerbruin pak. Het leek me warm. Die van de commerciële omroep had vandaag geen stropdas om. Ik hoorde aan zijn stem dat hij een beetje verkouden was.
"Dat is ook gek", zei ik. "Ze hebben het allebei koud terwijl ze een hittegolf voorspellen."
"Als het maar niet gaat onweren als ik mijn dakterras begin", zei mijn vader.
"Wat maakt dat nou uit, regen is toch goed voor de planten?"
"Maar toch niet meteen zo veel."
Het kostte me moeite mijn schouders op te halen, zo diep zaten ze in de rugleuning van debank verstopt.
De commerciële weerman liet foto's zien van een berg aardappels naast een lege polder.
"De nieuwe aardappelen zijn laat dit jaar", zei de weerman.
"Amateurs", zei mijn vader.

Een week later was de beloofde hittegolf gearriveerd. Zweet druppelde van mijn voorhoofd op mijn aantekeningen. Mijn vader leek zijn laatste werkdagen niet anders te ervaren dan alle dagen ervoor. Ik vroeg me af of hij een afscheidsreceptie zou krijgen op zijn werk. In het weekend had hij alle benodigdheden voor zijn terras opgestapeld in een hoek van de woonkamer. De zaden stonden nu op alfabetische volgorde naast elkaar op de vensterbank. Hij wilde knolselderij, prei, rode kool en spruiten kweken. Er zou nog meer komen, maar het was niet voor alle groenten het seizoen om te zaaien.
"We eten nooit spruiten", zei ik.
"Dan moet daar misschien maar eens verandering in komen."
Hij keek met een frons naar de drie plastic plantenbakken in de hoek die ik van de tafel had gehaald om ruimte te maken voor mijn aardrijkskundeboek.
"Maar er gaat dus niks groeien uit die zaden?"
"Waarschijnlijk niet."
"Dat is toch verspilling."
"Het is symbolisch. Dat begrijp jij niet."
Ik begreep inderdaad niks van dakterrassen. Dat doe ik nog steeds niet.
"Ik heb bier voor je gekocht", zei mijn vader. "Om te vieren dat ik straks niet meer naar mijn werk hoef."
Mijn vader dronk zelf nooit bier, in ieder geval niet in mijn aanwezigheid. Ik stelde me voordat hij dat met zijn collega"s deed. Dat ze na hun werk hun stropdassen afdeden en schreeuwden dat ze een hekel hebben aan de baas. Dat de baas Sjors Hijkema heette en dat ze hem achter zijn rug Sjors Bekijkhetmaar noemden. Maar ik wist niks over zijn collega"s en baas. Ik wist niet eens wat voor werk hij precies deed. Dat weet ik nog steeds niet.

Vrijdagmiddag had ik een aardrijkskundeproefwerk. Het ging over vulkaanuitbarstingen en urbanisatie. Het was zevenendertig graden buiten, maar er was geen zon te zien. In de bus naar huis was het nog warmer. Ik moest een halfuur met mijn neus bij de oksel van een oude man staan. Ik draaide en wrong. Ik hield mijn neus dicht, maar werd misselijk van het idee van zweetlucht in mijn mond. Toen ik om vier uur thuis kwam, was mijn vader er niet. Ik maakte ijsblokjes voor in mijn cola en hoopte dat ze die avond al bevroren zouden zijn. Ik wilde niks anders dan op het balkon zitten en cola drinken, dus deed ik dat. Om zes uur was mijn vader er nog niet. De lucht werd donker. Ik liet mijn glas buiten staan.

Tijdens het eerste weerbericht kwam hij binnen. Hij gooide zijn tas op de grond en liep tweekeer heen en weer van het raam naar de zakken aarde. Hij bleef in het midden van de kamer staan.
"Haal je voeten van de tafel", zei hij.
"Sorry. Er zijn ijsblokjes in de vriezer."
"We gaan beginnen."
"Ik kom zo, na het weerbericht."
"Nee, nu. Het is tijd."
Ik zag nog net de weerman driftig naar een weerkaart wijzen toen ik achter mijn vader aan de kamer uit liep. Bij de laatste flat op de zevende verdieping bleven we staan. Hij wees naar het plafond.
"Een luik", zei hij.
"Oké", zei ik.
Hij had een ladder gekocht om bij het luik te kunnen. Het gaf makkelijk mee, binnen een minuut stonden we samen op het dak. Ik voelde de opgewarmde dakbedekking door mijn schoenzolen heen. Alles in mijn gezichtsveld had dezelfde grijze waas die ik aan de warmte toedichtte; de andere flatgebouwen, de stad en de lucht.
"Dit is het", zei mijn vader. Hij spreidde zijn armen. Ik zag donkergrijze zweetvlekken op zijnlichtgrijze overhemd.
"Dit is het", zei hij weer.

Mijn vader zei dat het allemaal niet zou mogen van de woningbouwvereniging als hij een officieel verzoek indiende. Ik moest stil zijn en als er iemand langs kwam, moest ik zeggen dat onze kat op het dak zat. We hebben geen kat. Bovendien vroeg ik me af wat ik moest zeggen als iemand zou vragen waarom ik een zak potgrond in mijn handen had.

Er lagen alleen zakken van vijfentwintig liter in de kamer. De eerste keer probeerde ik er twee tegelijk te dragen maar dat ging niet. Eén van de zakken bemeste tuinaarde scheurde open toen ik hem op wilde tillen. De korrels bemeste tuinaarde vielen over me heen. Na één keer lopen stonk ik al naar aarde. Mijn vader liep twee keer zo snel als ik.

De vierde keer dat ik op het dak stond voelde ik een druppel op mijn arm. Ik had de lucht al horen grommen en morren. We moesten doorlopen en ik vertrok weer. Onderweg kwam ik mijn vader tegen met een zak tuinaarde op zijn rug en een bloembak onder zijn arm. Ik zei tegen hem dat het zou gaan regenen.
"Dan moeten we opschieten. Regen is goed voor de planten", antwoordde hij.
"Maar toch niet meteen zo veel?", riep ik tegen hem terwijl hij de ladder op klom.
Terug in de woonkamer keek ik naar het tweede weerbericht van de avond. Ik vond een schone plek op het vloerkleed om te staan. De weerman had gekozen voor een donkergrijs pak en een zwarte stropdas met rode accenten. Mijn armen en benen deden pijn van de zakken aarde en het klimmen naar het dak. Ik hoorde de weerman vertellen over verschillende donderwolken en het nut van onweer.
"Simpel gezegd", zei de weerman, "ontstaat onweer door botsende wolken. Koude lucht daalt en warme lucht stijgt, daarom eindigt een periode van hoge temperaturen vaak met een fikse onweersbui. De lucht is instabiel en elektrisch geladen en dat moet er nu eenmaal uit."
Hij wees naar oranje en rode vlekken boven Nederland. Mensen hadden foto"s ingestuurd van hun plaatselijke wolkendek. De lucht zag er op elke foto hetzelfde uit, al kwamen de inzendingen uit verschillende provincies. De camera zoomde uit en ik zag dat de weerman bruine schoenen bij zijn grijze pak droeg. Ik wilde mijn notitieblok pakken toen ik de eerste lichtflitsen zag.
Ik ging op het balkon staan en leunde over de rand met mijn voeten tussen de spijlen van de balkonreling. Alleen mijn neus en voorhoofd werden nat. Er viel een klont aarde op de reling van het balkon. Ik pakte de klont op en verbrokkelde de aarde tussen mijn handen. Ik wist niet dat aarde zo onnatuurlijk kon voelen.

Write Now!
Op 31 maart is de deadline van Write Now!, dé schrijfwedstrijd voor jongeren tussen de 15 en 24 jaar in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Begin april buigt de jury zich over de inzendingen. Tijdens regionale prijsuitreikingen wordt bekendgemaakt wie doorgaat naar de finale op 21 juni in Rotterdam.

Dit jaar wordt Write Now! voor de vijftiende keer georganiseerd, vorig jaar werden er meer dan 1.000 teksten ingestuurd. De wedstrijd bracht winnaars voort als Maartje Wortel en Niña Weijers. In aanloop naar de deadline publiceert Trouw de beste verhalen van Write Now! 2014.

Ben je zelf tussen de 15 en 24 en heb je schrijfambities? Stuur dan voor 1 april jouw tekst in via de website van Write Now!. De vorm van de inzending is vrij: verhaal, gedicht, column, toneeltekst, filmscenario, songtekst - alles is toegestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden