Dagur Kári ontvluchtte de IJslandse lethargie

Een van de grootste verrassingen van het afgelopen Filmfestival van Rotterdam was 'Nói Albinói', het IJslandse puberportret dat door de jongerenjury werd bekroond met de MovieZone Award. Regisseur en tevens muzikant Dagur Kári (29) vertegenwoordigt weliswaar de piepkleine jonge filmwereld van IJsland, maar keerde alleen voor het maken van 'Nói Albinói' naar zijn geboorte-eiland terug.

In de laatste James Bond-film 'Die Another Day' vond de finale plaats op IJsland, tussen schuivende ijsschotsen. De spectaculaire gebeurtenis werd onmiddellijk bijgeschreven in de annalen van de IJslandse film, wellicht naast die twee andere historische hoogtepunten: de oscarnominatie voor 'Children of Nature' (van Fridrik Thor Fridriksson) en de bekroning van Björk in Cannes, voor haar optreden in Lars von Triers musical 'Dancer in the Dark'.

De stilte op IJsland moest wel een keer worden doorbroken. Het gebeurde dit jaar, met het inmiddels veelbekroonde debuut 'Nói Albinói'. In de gortdroge zwarte komedie, die herinneringen oproept aan het werk van Kári's Scandinavische vakbroeders Aki Kaurismüki en Roy Andersson, stelt de 17-jarige Nói alles in het werk om aan de lethargie van zijn geboortedorp te ontsnappen. Ingeklemd tussen de sneeuwmassa's op een noordelijk gelegen fjord, blijkt hoe moeilijk het is om aan die overweldigende natuur te ontkomen.

Kári: ,,Het is waar. Ik ben zelf ook ontsnapt, naar Denemarken. Van 1995 tot 1999 heb ik op de filmschool in Kopenhagen gezeten. Een fijne school waar ik veel mensen heb leren kennen, en waar ik veel ervaring heb opgedaan met het maken van korte films. IJsland heeft wel een filmgemeenschap, maar die is erg jong en erg klein.''

,,De eerste echte IJslandse speelfilm werd pas in 1978 gemaakt. 'Land & Sons;' was veel tegelijk. De eerste echte speelfilm, de eerste horrorfilm en de eerste film in cinemascope. We zijn nu precies vijfentwintig jaar verder. De teller staat nu op zo'n drie tot zes films per jaar.''

Dagur Kári, die momenteel in Denemarken aan een Dogma-film werkt , keerde voor 'Nói Albinói' wel terug naar IJsland.

Kári: ,,Ik had alleen een beetje moeite om de juiste locatie te vinden. Ik vond het saai om in één dorp te filmen, en zo is het dorp in 'Nói Albinói' een combinatie geworden van drie IJslandse dorpen. Daarmee kon ik mijn eigen wereld scheppen, los van de realiteit.''

De lijkbleke, kaalgeschoren Nói, met zijn uitpuilende ogen en zijn Tati-achtige gemurmel, lijkt ook niet echt van deze wereld. Je vraagt je de hele tijd af, of hij nu de dorpsgek is of juist het dorpsgenie.

Kári, lachend: ,,De IJslandse acteur Tomas Lemarquis is een speciale verschijning. Hij heeft wel wat weg van een buitenaards wezen, afkomstig van een andere planeet. Het is precies wat ik zocht, en wat ik vond in deze acteur. Hij wordt gespeeld door een oude schoolvriend die net zijn acteursopleiding had afgerond. 'Nói Albinói' is ook zijn debuut.'' Bepalend voor de eigenaardige sfeer van 'Nói Albinói' is ook de soundtrack, samengesteld door Kári's eigen band 'Slowblow'.

Ter gelegenheid van de wereldpremière in Rotterdam, werd de kleine bar van Hotel Central zelfs omgebouwd tot een podium waarop Kári samen met 'Slowblow' een nachtelijk geïmproviseerd live-optreden weggaf.

Kári: ,,Ik houd me nu professioneel bezig met film. Dat is een raar gevoel, alsof ik mijn onschuld kwijt ben. Met 'Slowblow' hebben we weliswaar twee platen gemaakt, maar als muzikant heb ik nog steeds dat heerlijke, amateuristische gevoel. In 'Nói Albinói' zijn mijn twee grote liefdes, film en muziek, samen gekomen. Het ultieme doel is een film te maken als een muziekstuk.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden