Dagboek van een soldaat

De generatie die de Eerste Wereldoorlog meemaakte, is nagenoeg uitgestorven. Een dagboekenproject van de Britse National Archives moet de herinneringen aan het westerse front nieuw leven inblazen.

IDDESLEIGH (GROOT-BRITTANNIË) - Wilfred Ellis, muzikant van beroep, was altijd een avonturier geweest. Als violist speelde hij in tal van orkesten en met het cruiseschip The Empress of Britannia reisde hij de hele wereld rond. "Als hij nu deze kamer zou binnenlopen, zou het hele huis gaan stralen. Hij was zo positief en zat vol leven." Het gezicht van Dorothy Ellis glimt als ze over haar man praat. Soms schieten haar de tranen in de ogen. "We hebben samen een prachtig leven en huwelijk gehad. Maar over de oorlog praatte hij nooit."

Dorothy wist wel dat haar verloofde gevochten had in de Eerste Wereldoorlog, maar hij vertelde nooit over zijn ervaringen. Dat veranderde toen ze in 1942 trouwden. "Toen hij zich omkleedde, zag ik voor het eerst een rond litteken op zijn enkel. Het was zo groot als een muntstuk van 50 pence. Voor ons huwelijk had ik natuurlijk nog nooit zijn naakte been gezien", grinnikt ze. "Ik vroeg wat het was. Stukje bij beetje kwam het verhaal eruit. Het was een kogelwond die hij tijdens de oorlog had opgelopen."

Witte veren
Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog had het Verenigd Koninkrijk een klein beroepsleger. Lord Kitchener, de minister van oorlog, besefte dat het niet genoeg was. Hij riep de Britse mannen massaal op zich aan te melden. De poster waarop een breed besnorde en streng kijkende Kitchener zijn landgenoten aanspoort in dienst te gaan ('Britons, join your country's army!'), werd wereldberoemd.

De campagne sloeg aan. In Londen liepen vrouwen op straat die witte veren gaven aan de 'lafaards' die weigerden te vechten. Wilfred Ellis was een van de miljoenen Britse vrijwilligers die zich aanmeldden voor het front. Hij was zeventien jaar oud. "Wilfred zei tegen me: 'Het zal mij niet overkomen dat ik een witte veer krijg'. Hij was een beetje naïef, geloof ik. Hij had als jongen bij de scouts gezeten en dacht dat de oorlog niet veel anders zou zijn."

Dorothy Ellis (92) is de laatste nog levende weduwe van een Britse oorlogsveteraan. Haar man Wilfred overleed ruim dertig jaar geleden, in 1982. Henry Allingham, de langst levende veteraan van de Eerste Wereldoorlog, stierf in 2009 op 113-jarige leeftijd. Honderd jaar na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog staan directe herinneringen dus op uitsterven.

Maar wat nog wel overblijft, zijn de duizenden militaire dagboeken die Britse regimenten verplicht waren bij te houden. Om de honderdjarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog te markeren en herinneringen uit de loopgraven levend te houden, is de Brits National Archives (NA) het project 'War Diaries' begonnen. De NA is het landelijk archief voor Britse overheidsdocumenten en beheert miljoenen pagina's van de oorlogsdagboeken. Een groot deel is nu gedigitaliseerd en online gezet. Het geeft een fascinerende inkijk in het dagelijkse leven aan het front.

"De dagboeken bevatten een schat aan informatie", zegt militair historicus William Spencer, die het project leidt. "Ze bevatten beschrijvingen van gevechtshandelingen en het aantal doden en gewonden. Ze registreren waar de soldaten waren, op welke dag en wat ze aan het doen waren. Maar ook: hoe ze hun vrije tijd besteedden. Deden ze mee aan sporttoernooien of zongen ze Kerstliederen tijdens de feestdagen? Het is er allemaal in terug te vinden. Deze documenten waren altijd al opvraagbaar, maar door ze te digitaliseren hebben we ze veiliggesteld voor toekomstige generaties."

Ook de Britse strijdkrachten maken nog altijd gebruik van de honderd jaar oude dagboeken. Toen de Britten militair betrokken raakten bij de burgeroorlog in het voormalige Joegoslavië, brachten de militairen eerst een bezoek aan de National Archives. De Britse strijdkrachten wilden leren hoe je het beste kon vechten in een bergachtig gebied als de Balkan. Britse officieren doken in de dagboeken van regimenten die een vergelijkbare operatie hadden uitgevoerd in de Italiaanse bergen.

Soldaat 41106
Volgens Spencer heeft het project nog een belangrijke functie. "Oorlog is onmenselijk, maar deze dagboeken maken de oorlog juist menselijk. Door deze documenten te digitaliseren, zijn ze voor iedereen toegankelijk met een simpele muisklik, of je nu in Australië of Nederland woont. Nu heb je de mogelijkheid om de directe bronnen op te zoeken en te lezen. Je kunt nu zelf opmaken wat er toen gebeurde."

Ook de vorderingen van Wilfred Ellis' eenheid zijn zo eenvoudig terug te vinden. Ellis vocht in het 7de bataljon van het Norfolk Regiment als soldaat 41106. Op 27 september 1916, enkele maanden voor zijn achttiende verjaardag, sloot hij zich aan bij het westerse front in de Franse plaats Arras. "Een rustige dag", zo noteert het regimentsdagboek.

Maar vaak was het niet rustig. Vaak was het extreem gewelddadig. In maart 2018 beslaan de aantekeningen van één dag soms hele pagina's. Ze beschrijven de koortsachtige bewegingen van Wilfreds bataljon. In een paar dagen tijd marcheerde het in de plaatsen Estaires, l'Eclaime, Senlis en Albert. De reden: een grootscheeps offensief van de Duitsers dat de geschiedenisboeken in zou gaan als de Tweede Slag aan de Somme. Er ontstonden geweldige gaten in de Britse linies.

Albert, 26 maart 1918:

"In de morgen krijgen we de opdracht onze buitenposten terug te trekken, de bruggen op te blazen en het gebied onder water te laten lopen. We kunnen de opdracht niet uitvoeren, omdat we een gebrek aan explosieven hebben. In de middag komen we zwaar onder vuur te liggen van machinegeweren en ander artilleriegeschut. Het was zeer intens."

Het was in deze gevechten dat Wilfred voor het eerst gewond raakte. Een kogel ging dwars door zijn enkel. Hevig bloedend kroop hij tussen de linies door niemandsland om zo uiteindelijk een hulppost van het Britse leger te bereiken. Enkele weken later stond hij nauwelijks hersteld van zijn verwondingen weer aan het front.

De eindeloze loopgravenstrijd, de industriële oorlogsvoering, de gifgasaanvallen en de tienduizenden soldaten die soms op één dag sneuvelden: de gruwelijkheden van de Great War staan in het collectieve geheugen van de Britten gegrift. De War Diaries zijn vaak feitelijk opgeschreven als een droge opsomming van gebeurtenissen. Maar tussen de regels dringen soms ook de woede en emoties door.

Marne, 16 september 1914

"We tellen 18 doden en 76 gewonden en 122 zijn er vermist. We zitten in de loopgraaf in de zon. Voor het eerst in twee dagen is het gestopt met regenen. De wereld zou mooi en vredig moeten zijn, maar het is eigenlijk niet te beschrijven wat we zien. De loopgraven, onderdelen van materieel, met bloed besmeurde kleren, munitie, werktuigen, mutsen. Overal, overal. In alle richtingen liggen arme stakkers die zijn doodgeschoten. Het gras is weggetrapt in de modder, overal gaten waar de granaten zijn gevallen. Takken zijn van de bomen gerukt door de explosies. Overal zie je de harde, wrede en meedogenloze tekenen van strijd en oorlog. Ik heb er mijn buik vol van. Verschrikkelijk, het is absoluut verschrikkelijk."

De Eerste Wereldoorlog is de grootste slachting geweest uit de Britse geschiedenis. In totaal zouden 886.000 Britse militairen en 107.000 burgers om het leven komen. Iedereen in het Verenigd Koninkrijk kende wel een familielid of kennis die tijdens de Great War overleed. Zo ook in Iddesleigh, het dorpje waar Wilfred en Dorothy Ellis woonden. Al telt het piepkleine gehucht maar een handjevol huizen, ook hier reikte de dodelijke greep van de oorlog. Op de begraafplaats achter het huis van Dorothy staat nog altijd het oorlogsmonument dat de zeven gesneuvelde zonen van Iddesleigh herdenkt.

Het had niet veel gescheeld of Wilfred was de achtste zoon geworden. Bij een Duitse aanval met het giftige fosfeengas raakte hij in augustus 1918 zwaargewond. Half bewusteloos lag hij in een loopgraaf terwijl de strijd om hem heen woedde.

Dorothy: "Hij herinnerde zich niet alles van wat er toen gebeurde, maar het werd hem wel duidelijk dat de Duitsers de stelling hadden overgenomen. Een Duitse soldaat sprong in de loopgraaf met zijn bajonet in de aanslag. Wilfred dacht dat dat het einde was van zijn leven. Maar de Duitse soldaat keek naar hem en liep verder. Hij moet medelijden met mijn man hebben gehad. Even later hoorde hij weer Engelse stemmen. Zijn makkers hadden de stelling weer terugveroverd."

Vergast, augustus 1918
Dorothy is ervan overtuigd dat Wilfreds geloof hem gered heeft. Ze koestert nog altijd de piepkleine, versleten bijbel die haar man bij zich droeg tijdens de oorlog. Voorin de bijbel vatte hij in een paar korte aantekeningen zijn oorlog samen. "Gewond geraakt, maart 1918. Vergast, augustus 1918." In zijn laatste aantekening klinkt de opluchting door. "Gered. Terug naar huis, december 1918."

Wilfreds verhaal is nu voor de eeuwigheid bewaard. Zijn dorpsgenoot en schrijver Michael Morpurgo tekende zijn herinneringen op en verwerkte ze in de kinderroman 'War Horse'. Het boek werd een toneelstuk en het toneelstuk werd een Hollywoodfilm van Steven Spielberg. Voor Dorothy is het belangrijk dat herinneringen van de Eerste Wereldoorlog worden doorgegeven aan de jonge generaties. Ze is dan ook blij met het dagboekenproject van de National Archives.

Toch vraagt ze zich of de wereld verstandiger is geworden na de Great War. "Dit had de oorlog moeten zijn die alle oorlogen zou beëindigen. Maar we hadden daarna weer een wereldoorlog. Als ik vandaag de krant opensla, lees ik over de strijd in Syrië. Mensen die andere mensen doodschieten, mannen die vrouwen en kinderen vermoorden. Je kunt eigenlijk niet geloven wat ze elkaar aandoen. Het is alsof we niets geleerd hebben."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden