Dagboek van de Tachtigdaagse Oorlog

,,Proficiat Navo, petje af!'' De componist Peter Schat turft wie voor de bombardementen was en wie tegen en wie aarzelde en monkelde: ,,De anderen, de halfhartigen, de mismoedigen, de kleingelovigen, zullen niet kunnen navoelen wat de BBC-verslaggever riep boven het gejuich van de menigte uit: It's like the end of World War Two! Dat, en de glorie van de overwinning, gaat nu aan hen voorbij. En verder hoeven er geen koppen te rollen, alleen maar een paar reputaties.''

Dag 80. Allemachtig prachtig, wat een overwinning, wat een opluchting! Een zelfoverwinning ook, want van triomfalisme is nauwelijks sprake - geen trompetten in het Westen. Teken van beschaving. Wat zou er ook te juichen zijn, behalve voor de Kosovaren die ontsnapt ziJn aan het moorddadige Hoefijzer van Mad Milosevic. Tachtig dagen en nachten lang hebben wij de verdreven, verkrachte en vermoorde levens over onze schermen zien trekken. Twee maal een moeder die met een dode baby in haar armen net over de grens ineenzijgt...

De uitzinnige vreugde van de terugkerende verschoppelingen op deze Dag is nu ook de vreugde van de velen die deze oorlog steunden, met een van angst en afschuw krimpend hart, althans wat mij betreft. Bijna onverdragelijk, Dag in Dag uit! De anderen, de halfhartigen, de mismoedigen, de kleingelovigen, zullen niet kunnen navoelen wat de BBC-verslaggever riep boven het gejuich van de menigte uit: It's like the end of World War Two! Dat, en de glorie van de overwinning, gaat nu aan hen voorbij. En verder hoeven er geen koppen te rollen, alleen maar een paar reputaties.

Zoals, op Dag 56, Bernard Henry Lévy zei: Adieu Régis Debray! De geloofwaardigheid van vele verbitterde Navostaarders is als een kaars in het vuur van de oorlog gesmolten. Maar anderen bleven overeind. Op Dag 73 schreef Stephan Sanders: ,,Sinds de Tweede Wereldoorlog is het in Europa niet meer voorgekomen dat landen etnisch werden gezuiverd. Daar gaat het om, en ik heb nog van geen enkele tegenstander van de Navo-acties mogen horen hoe zij naar behoren op een politiek van razzia's en mensenjacht willen reageren''. Het gaat hier om de zwaarste last die iemand te dragen kan krijgen: het besluit een oorlog te beginnen. Ook als machteloos televisiekijkend burger, slechts in het bezit van één stem, deel je in die ultieme verantwoordelijkheid. Op Dag 53 schreef Elsbeth Etty: ,,Je wilt niet de ogen sluiten voor de deportaties, de moorden, de verkrachtingen, geen afzijdigheid, geen zogenaamd schone handen, geen appeasement. Je wilt evenmin het risico lopen dat straks in een nieuwe Excessennota wordt toegegeven dat ook uit jouw naam, door de Navo, oorlogsmisdaden zijn gepleegd die nu nog afzwaaiers en missers worden genoemd''.

In de Paasnacht van Dag 10 kon je op de Duitse televisie opnieuw het wereldwonder van de Matthüus Passion beleven. Tijdens het Blitz und Donner-koor begon een ondertiteling over het scherm te lopen: Nato bombardiert Zentrum Belgrad - nüheres um .... Ook ik Heer, ook ik ... want iedere moord is een Godsmoord. Omdat ook Nederlanders hun leven in de waagschaal stelden - op Dag 2 hadden we de eerste Servische Mig uit de lucht gehaald en daarbij een mens gedood, een heilige levensvorm in deze hoek van de Melkweg vernietigd - voelde ik mij verplicht publiekelijk deze last te helpen dragen. Op Dag 12, de vijftigste verjaardag van de Navo, schreef ik een ingezonden brief, die op Dag 17 in de krant stond (NRC Handelsblad, 9 april). Daarin stelde ik dat deze oorlog niet om wraak of grondgebied of olie of geloof ging, maar om mensenrechten, dat dit een novum was en dat hij kostte wat kost gewonnen moest worden. De humanitaire ingreep van de Navo heeft daarom zo'n grote en blijvende steun van de bevolking ondervonden omdat de leiding ervan in zo groot mogelijke openheid een menselijk gezicht liet zien, inclusief vergissingen en blunders, pogend ziekenhuizen te sparen. (Zelfs werd een paleis van Mira Milosevic gespaard omdat er een Rembrandt hing - een geval van bescherming door schoonheid.) De tegenstanders van deze oorlog dienden dus allereerst de geloofwaardigheid van dat gezicht aan te tasten. Voorop Marcel van Dam. Onder de kop De Navo Leugen schreef hij op Dag 16 dat het ,,onzinnig is te veronderstellen dat de Serviërs zonder de Navo-aanval zo te keer zouden zijn gegaan als nu het geval is''. Terwijl het duivelse Hoefijzer al jarenlang gesmeed was in het vuur van de stammenhaat, aangeblazen door de misdadige Arkan. Van Dams oude anti-Amerikanisme stamt uit de jaren van het rakettendebat over het plaatsingsbesluit van de Navo, waar hij fel tegen was: 'Die krengen komen er niet in!' Maar toen dankzij dat plaatsingsbesluit tenslotte de Muur brak, met nul slachtoffers, zweeg Van Dam verder over dit punt. Ineens net zo zwijgzaam als nu de schrijvers. Maar zijn boosaardige wantrouwen blijft: ,,Amerika en de Navo hebben hun geloofwaardigheid op te houden''. Precies. Uiteraard, zou ik zeggen. Nu is het de beurt aan Van Dam om iets op te houden.

Op Dag 15 was Sylvain Ephimenco van mening dat de Navo ,,wel degelijk bezig is met een in mijn ogen heilige missie: alle dictatoren, despoten en Milosevicen die nog moeten komen, zullen weten dat voor hun eventuele wandaden een zeer hoge prijs moet worden betaald''. Nu deze Tachtigdaagse Oorlog glorieus gewonnen is zonder ook maar één soldaat te offeren aan 'het leger dat zelfs Hitler niet verslaan kon', nu het bondgenootschap bewezen heeft te kunnen wat álle stuurlui aan de wal voor onmogelijk hielden, namelijk een luchtoorlog winnen, nu is de boodschap van ieder volk dat voor tirannen zwicht, dat dan inderdaad het licht dooft, letterlijk. Want het dilemma is: democratisering van de Balkan of balkanisering van de democratie. De mensenrechten, gegarandeerd door een democratische rechtsstaat, vormen de enige 'waarheid' waar wij het wereldwijd over eens kunnen worden. Wat niet gezegd kan worden van de geopenbaarde, absolutistische waarheden van theïstische of atheïstische religies waar wij het al twee millennia dodelijk over oneens zijn. Gezien vanuit het onzegbare wonder van deze levende planeet zijn de mensenrechten, waar de rechten van alles wat leeft uit voortvloeien, de enige rechten die het predikaat 'heilig' verdienen, en is een oorlog om de mensenrechten een 'heilige oorlog', deze missie van de Navo een 'heilige missie', zoals Ephimenco zei. En hij weet, als Algerijn waar hij het over heeft.

Erg behulpzaam daarentegen was het niet wat H. J .A. Hofland op Dag 22 schreef: ,,Nu blijkt dat de militaire fabriek vastloopt op een ouderwetse, achterhaald gewaande combinatie van dictatuur en nationalisme''. Dat gold ook voor de wankelmoedigheid van Paul Scheffer op Dag 24: ,,Het heeft inderdaad weinig zin partij te kiezen''. Of dit van Jan Joris Lamers, op dezelfde Dag: ,,Ik ben hardstikke tegen de oorlog maar tegelijkertijd kun je er niet tegen zijn''. Of van Serge van Duijnhoven: ,,Ik zou zeggen: stoppen met bombarderen, ook al lijd je gezichtsverlies''. Of Marcel Möring: ,,Ik zou niet weten wat ik over Kosovo moet zeggen. Ik ben er niet geweest''. Het was de Dag waarop Chris Keulemans constateerde dat de Nederlandse schrijvers 'niet het klassieke engagement' vertoonden. In dit op een Boek gebouwde land zwegen plotseling de schrijvers! Heel verstandig, vonden de verstandigen - wie zwijgt stemt toe. Alleen, waarin? Zelf was ik, als lid van de ongelukkige naoorlogse treurgeneratie, voor mijn politiek-literaire oriëntatie aangewezen op de zogenaamde Grote Drie, althans in miJn moedertaal. Dit waren interessante schrijvers van soms prachtige boeken, als je tenminste tussen de regels door even niet wou lezen dat de één een gemankeerd stalinist was, de ander een bigotte clericaal en de derde een egocentrische liberaal. Tel uit je winst! Na de val van de Muur zwegen de schrijvers net als nu bij de bevrijding, de dekolonisatie van Kosovo. De politici zullen geen steun van hen krijgen, veel te riskant, maar hebben zo ook geen last van hen. Dit in scherpe tegenstelling tot andere Europese schrijvers, zoals Debray, Lévy, Bruckner, Finkielkraut, Grass, Enzensberger, Walser, Garton Ash, Ignatieff, Handke, Pinter, Sontag (Amerikaans) en Kadare - uit alle streken. Debray, Handke en Pinter fel tegen, Martin Walser vertwijfeld: ,,Een oorlog als deze kan men helemaal niet winnen, net zo min als men de Vietnamoorlog kon winnen''. (Dag 24).

Een heel ander geluid liet de historicus H. L. Wesseling horen, op Dag 30: ,,De Navo viert morgen haar vijftigste verjaardag. Er valt inderdaad heel wat te vieren. Het bondgenootschap is opgericht om vrede en veiligheid in Europa te scheppen. Daarin is de Navo grandioos geslaagd''. Op die verjaardag, in Washington, hielden de negentien leiders ieder een vaak kernachtige toespraak, waarin twee keer het woord 'Verlichting' viel (door Duitsland en Portugal in de mond genomen) en niet één keer het woord 'God'. Het was duidelijk een nontheïstische bijeenkomst, een ritueel dat ik in mijn ingezonden brief ,,de nontheïstische eredienst van de Mensenrechten'' had genoemd. Hans Ree zou daar op Dag 38 nog op terug komen, zonder overigens mijn naam te noemen. Doelend op mij schreef hij: ,,Hem begrijp ik, of liever gezegd, ik zou zijn mening kunnen voorspellen, want hier zien we de traditionele meedogenloze linkse blijmoedigheid die de rechtvaardigheid wil bevechten tot de laatste man.''(Wat dus op Dag 80 de nulde man bleek te zijn.)

Veel hoop was er niet te vinden in die Dagen. Paul Scheffer schreef op Dag 52: ,,Wat een beperkte burgeroorlog in Kosovo was, draait meer en meer uit op een oorlog die noch in politiek, noch in humanitair opzicht te verdedigen valt.'' En, met een verbluffende stelligheid, Hofland op Dag 42: ,,De ervaring heeft intussen het volgende geleerd. Het is onwaarschijnlijk dat Milosevic deze oorlog zal verliezen. Het is even onwaarschijnlijk dat de Navo zal winnen.'' Al met al, we bevonden ons weer helemaal in het Derde Betekenisloze Tijdperk, het DBT, het Stoperatijdperk.

Om het plaatselijk schrijversvacuüm op te vullen kwam op Dag 46 de Hongaar György Konrad bij Lobith ons land binnen. Volgens Peter Nadás niet om te argumenteren, maar om te decreteren. Plechtig verklaarde Konrad: ,,Het is een dwaling om uit naam van de mensenrechten mensen te bombarderen. Wanneer de heren van de bommen menen dit te moeten doen, blijkt meestal dat het niet noodzakelijk was, dat er iets anders had moeten gebeuren: een beleid dat niet bestraft maar vanuit een positie van gelijkwaardigheid invloed uitoefent, waardoor de samenleving wordt blootgesteld aan de inwerking van een democratische geest en gemeenschappelijke waarden.'' Maar zo'n mondvol geestelijke aardappelpuree kon moeilijk dienen als voedsel voor het beklemde gemoed. J. L. Heldring vond ,,het van grote wijsheid getuigen dat de Nederlandse schrijvers met hun mond vol tanden staan wanneer om hun mening over Kosovo gevraagd wordt.'' (Dag 49). De mening van Heldring is blijkbaar al genoeg in het DBT. Net als die van Hofland, op Dag 50, waar hij schrijft over 'een mislukt experiment', en vervolgt, opnieuw met grote stelligheid: ,,Naarmate de luchtaanvallen langer duren terwijl het averechtse resultaat duidelijker wordt, verbrokkelt het politieke draagvlak.'' Maar het begin van een wending is er: ,,Een fase van voorwaardelijke wapenstilstand kan om te beginnen dienen om de interne schade te herstellen.'' Daarmee doemt ook bij hem het spook van de geloofwaardigheid op: ,,Geloofwaardigheid hoort tot de fenomenen die soms onderhevig zijn aan de wet van de verminderde meeropbrengst.'' De geloofwaardigheid van Meester Slag om de Arm dan. Ook Van Dam kan in clubverband meepraten over die 'verminderde meeropbrengst'. Maar niemand hoeft het in z'n portemonnee te voelen, zo zijn wij niet in het DBT getrouwd.

In deze Dagen lees ik de dingen met een grotere intensiteit dan zij waarschijnlijk verdienen. Maar ik ben niet de enige. Carel Peeters schreef op Dag 53: ,,De oorlog om Kosovo is er een waarin ook woorden en zinnen het met elkaar aan de stok hebben. Het luisteren naar wat iemand zegt en het lezen van artikelen over Kosovo is een sensibele aangelegenheid, de zenuwen van de woorden liggen bloot. (...) Menigeen heeft al gezegd dat je stevig in je schoenen moet staan wil je bij bombardementen geen slechte gedachten krijgen over degene die bombardeert.'' Hij citeert verder Jürgen Habermas, die Weltbürgerrecht bepleit. Op die Dag stak ook Roel van Duijn ons een hart onder de riem: ,,Dit is een lange oorlog die tot een goed einde moet worden gebracht, nu. Ik wil nogmaals wedden dat dat de Navo lukken kan, maar hoog durf ik niet in te zetten, zolang er geen grondtroepen in actie komen. Het liefst ga ik er zelf op af.'' Kijk, dat is de spirit! Jammer dat hij zo laag inzette, zo laag-bij-de-gronds zou je zeggen, anders was de prijs die hij gewonnen heeft nog hoger geweest. Bij zo'n vriend kun je in de oorlog onderduiken.

Dat begon steeds meer een criterium te worden bij wat ik allemaal las: zou je bij de schriJver onderduiken? In mijn herinnering draaide de Tweede Wereldoorlog (nog steeds 'de oorlog'), die mij vanaf de eerste dag scherp voor de geest staat, om onderduiken. Voor het verbergen van onderduikers (onder wie de oprichter van de Bezige Bij - dat wil ik wel eens gezegd hebben) werd mijn vader door de zeer gehate en gevreesde paramilitaire Nederlandse nazi's gearresteerd, wat hij als door een wonder overleefde. Hoe hartstochtelijk werd er toen naar de Amerikanen verlangd! Dat is intussen, met name door de Vietnamoorlog, wel veranderd, ook voor mij. Maar niet voor de Kosovaren. Ook al schreef Marcel van Dam op Dag 58: ,,De nieuwe wereldorde wordt voorgeschreven door de Verenigde Staten. Die orde is gebaseerd op militaire macht, niet op internationaal recht.'' En weer die geloofwaardigheid: ,,De geloofwaardigheid van de Navo heeft een flinke knauw gekregen.'' Maar niet door het knagen er aan van Van Dam in deze kritieke Dagen. ,,In ieder geval kun je niet zeggen dat door de bombardementen het lot van de Kosovaren is verbeterd.'' Zeker ook niet door de columns van Van Dam.

Maar gelukkig schiet het buitenland te hulp. Op Dag 60 zegt Günter Grass: ,,Dit militaire ingrijpen was nodig en had zelfs veel eerder moeten gebeuren.'' Waar collega Rafaël Seligmann dan weer tegenin brengt: ,,Deze oorlog plaveit de weg voor nieuwe oorlogen in Europa.'' Want mismoedigheid en pessimisme staan de treurgeneratie intellectueel zo gekleed, met deze hoed in de hand kom je door het ganse bange land. Voor Milosevic ontstaat intussen steeds minder bewegingsvrijheid. Op Dag 65 wordt hij door het oorlogstribunaal aangeklaagd in de categorie 'niet verjaarbare misdaden'. In een openbaar debat die Dag bezweert Abram de Swaan Paul Scheffers: ,,Er is geen recht dat zonder wapens beschermd kan worden'', en dat is even waar en hard als diamant.

Op Dag 70 blundert Dorien Pessers het debat binnen: ,,De grootste militaire blunder van de eeuw duurt nu al ruim twee maanden. Er is nog niet één Kosovaar gered. Wel zijn driekwart miljoen Kosovaren onder de paraplu van de Navo-bombardementen etnisch gezuiverd.'' En huilend gevlucht in de armen van de bombardeurs, zoals de wereld al zeventig dagen gezien heeft. Eerst vermoord en verkracht en verjaagd, en dan bij de grens voor leugenaar uitgemaakt - Der Mensch ist ein Abgrund, zingt Wozzeck bij Alban Berg. Op de bodem van die afgrond opereren mensen als Pessers, scheldend en arrogant: ,,De pathetische brulaap Tony Blèr (...) roept alleen maar onze lachlust op.'' Maar ik heb haar ochtendblad al op Dag 1 verruild voor deze krant.

In de vorige oorlog dook je ook niet onder bij roomse draaikonten maar bij betrouwbare gereformeerde ooms.

Op Dag 72 blijkt de luchtoorlog plotseling gewonnen. Milosevic is door de knieën van al zijn bruggen geschoten en ligt ter aarde - hij zal zijn troepen terugtrekken. De eerste die zijn megavergissing inzag en onmiddellijk opbiechtte (wat de beste manier is, wachten met de biecht verzwaart alleen maar het karma) was de krijgskundige John Keegan, die op Dag 75 wereldwijd geciteerd werd: ,,Dit resultaat is een overwinning van de luchtmacht en de luchtmacht alleen. Het belang daarvan kan niet onderschat worden. Het betekent dat elke plek op aarde met nieuwe Milosevicen voortaan dezelfde behandeling kan krijgen.'' De Milosevicen van Ephimenco, 58 Dagen eerder. Maar in de buitenste duisternis, aan de akelige achterkant van het grote ongelijk, blijft op Dag 79 Marcel van Dam wenen en tandenknarsen: ,,De Navo-oorlog tegen Joegoslavië was niet alleen daarom al zinloos en dus ongerechtvaardigd omdat het een duurzame oplossing van het probleem in Kosovo alleen maar moeilijker maakt.'' Ook spreekt hij over ,,de Albanese Kosovaren, gehuisvest in de puinhopen van de humanitaire bombardementen van de Navo.'' Wat een afgang, wat een afgang van een vriend! Een paar Dagen later zouden de graven in Kosovo opengaan en keken de tienduizend vermoorden de wereld recht in het geweten. Ook dat van de Serviërs, van wie de eerlijken zich zullen voelen als de Duitsers toen de poorten van de concentratiekampen opengingen. Deze vertwijfelden hebben ook ons meeleven nodig.

Op Dag 80 ben ik naar de feestelijke opening van het Walter Maas-huis in Bilthoven gegaan. Walter Maas was de in 1992 overleden oprichter van Gaudeamus, het wereldberoemde centrum voor jonge componisten. Het huis, waar hij als jood was ondergedoken, werd na de oorlog zijn bezit. Zelf heb ik mij in het begin van de jaren vijftig als van huis weggelopen puber een tijdje bij hem verborgen. Zijn huis zat altijd vol met pensiongasten uit alle windstreken. Daarom heb ik de ruimte waar hij zich onvindbaar gemaakt had toen nooit gezien. Er werd trouwens bijna nooit over gepraat, andere zaken waren veel belangrijker. Het onderduikhok bevond zich in dat deel van de onoverzichtelijke dakconstructies dat je inderdaad makkelijk over het hoofd ziet. Het was afgeschermd met een planken wandje, waar een antieke kast voor was geplaatst. Als je die wegschoof zag je de duisternis van een ruimte waarin je alleen maar kon liggen. Misschien drie keer zo groot, maar even donker als een doodskist. Twee keer hebben de nazi's voor die kast gestaan - Walters verhaal is een Achterhuisverhaal met een gelukkige afloop. Zijn huis wordt op deze prachtige tachtigste dag, mooi gerenoveerd, als muziekinstituut geopend.

In de trein erheen denk ik aan mijn eigen Bevrijdingsdag, Utrecht, 7 mei l945, twee dagen na de Duitse capitulatie. Ik heb daar, ter gelegenheid van de bevrijding van Saigon op 1 mei 1975, in een Hollands Dagboek al eens over verteld. Ik ervoer de intocht van de Vietcong toen als een grote bevrijding uit een onrechtvaardige, zwarte oorlog. Tot spoedig daarna de tijgerkooien kwamen en de Killing Fields, ditmaal zonder camera's erbij. Maar nu lijkt Kosovo 1999 voor mij in alles veel meer op Utrecht 1945. Op die zevende mei, ik was toen bijna tien, waren mijn clubgenootjes en ik getuige van het doodschieten van enkele leden van de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten, die toen de Nederlandse variant waren van het UCK. Zij werden voor onze ogen vermoord door achtergebleven SS-ers, die zich in de 'villa van Mussert' (zoals wij dat noemden) hadden verschanst.

Later die dag, in het grote gedrang van de massa die op de binnenkomende Canadezen stond te wachten, troffen wij een platte kar aan, met twee haveloze Duitse soldaten op de bok. Juichend sprong de club op de kar, waarop de zenuwachtige moffen het magere paard begonnen te ranselen. Gierend door de bocht schoot de kar de ratelde kinderhoofdjes van de Biltstraat op. Aan beide kanten stonden de juichmassa's klaar, achter ons rolden de Canadese tanks de stad binnen. Ovationeel gejuich en gelach - geheel onverdiend stalen wij wat je noemt de show. Precies zoals de Russen nu in Pristina. O, hoe goed kan ik mij het enthousiasme voorstellen van de dronken middelbare heren in het Kremlin die met deze coup hun heerlijke jongensego lieten kietelen!

En terwijl nu het gejuich van de teruggekeerde verdrevenen over de velden golft, komt daar het einde van die tachtigdaagse tunnel van leugens en verschrikkingen in zicht. Ook de Russen zijn binnenboord en het UCK wordt getemd. Proficiat Navo, petje af!

Op de drempel van het nieuwe millennium is een beslissende slag om de mensenrechten gewonnen. Kosovo is, o ondoorgrondelijke ironie van de geschiedenis, het Stalingrad van de mensenrechten geworden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden