null Beeld
Beeld

Jelle's huisdierDe huisspecht

Dag huisspecht, ook in de stad is het eten of gegeten worden

Het idee om hier over aan huis gerelateerde dieren te schrijven zolang wij mensen zelf zijn teruggebracht tot opgehokt huisdier had al snel een onverwacht gevolg. Het leverde bovendien een nieuw woord op: de huisspecht.

Huisspecht? De Rotterdamse fotograaf Maarten Laupman berichtte mij erover. Hij had een huisspecht, maar nu niet meer. Spechten zijn uitstekend aangepast aan het urbane leven, vooral de grote bonte specht. Er zijn vermoedelijk weinig binnenterreinen of parken met oude bomen waar geen spechten komen.

Je ziet ze niet gemakkelijk, maar hoort ze des te vaker. Twee typen geluid vallen daarbij op: het gehak om voedsel te vinden (pok, pok, pok, pok) en de roffel (prrrrrrrrr). Die laatste is aandachttrekkerij om vrouwtjes te lokken; hoe luider de roffel hoe beter. Er zijn tegenwoordig spechten die metalen masten en aluminium lampekappen hebben ontdekt; de roffel klinkt nog hitsiger dan op een holle boomtak.

Het stedelijk ecosysteem kent complete voedselketens, ook in de stad is het een kwestie van eten of gegeten worden. Zo is daar de sperwer. Sperwers zijn urbane toppredatoren. Alles tot de maat van een pleinduif wordt uit de lucht gesnaaid, kaalgeplukt en opgegeten.

Het kopje lag, met geloken ogen, op een steen

Zo ook de specht van Laupman. Hij was aan het dier gehecht en noemde hem zijn huisspecht. Wellicht was tuinspecht een betere term geweest, maar omdat in deze tijden van thuiszitten de tuin een verlengstuk van het huis is, is huisspecht een aardige vondst.

Maar afgelopen week is het vogeltje door een sperwer gepakt, geplukt en verorberd. Het is de natuur. Al wat restte waren enkele botjes, een hoopje veren en de kop. De specht bleek onthoofd. Het kopje lag met geloken ogen op een steen, achteloos achtergelaten. Een etensrest.

Het was een mannetje, te herkennen aan de bloedrode vlek op het achterhoofd die bij vrouwtjes ontbreekt.

Er leven in Nederland wel vijf soorten spechten, waaronder de kleine, middelste en grote bonte spechten. Daarvan is de grote bonte specht – onder vogelaars afgekort tot gbs – de meest voorkomende. De Vogelatlas toont een vrijwel volledig met stippen dichtgetekend kaartje van ons land – er ontbreken een paar stipjes in Friesland maar dat ligt vast niet aan de spechten. Ook de IJsselmeerpolders zijn geheel met grote bonte spechten bevolkt om de eenvoudige reden dat ook daar inmiddels de nodige oude bomen staan.

De gbs is een seizoensgebonden alleseter. Als er voldoende insecten zijn, worden die gegeten, maar in de winter is er weinig aanbod op dat vlak en pokpokpokken de vogels voornamelijk zaden uit dennen- en larikskegels. Wie in zijn tuin een voertafel heeft en er zaad op strooit of vetbollen ophangt, kan zeker een gbs verwachten. Om er vervolgens aan te hechten en hem ‘huisspecht’ te noemen. Ook Laupmans huisspecht was een gbs.

Je kunt gaan houden van je tuinvogel. Zelf had ik vorig jaar een heggemus in de stadstuin, die dagelijks broodkruimeltjes kwam eten. Tot afgelopen najaar een sperwer hém opvrat. En ziet: afgelopen woensdag schreef Caspar Janssen in de Volkskrant over zíjn ‘huisheggemus’. Een tuinvogel kan dus zomaar een huisdier worden.

Jelle Reumer is paleontoloog. Ook hij zit noodgedwongen thuis en zolang dat duurt, bespreekt hij iedere week voor Trouw een huisdier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden