Dag Albert Cuyp, hallo Achterhoek

Archieffoto van een weiland. Beeld anp

Veel stadsmensen dromen van een beter leven op het platteland. Maar bestaat die idylle wel? Een verhaal over de kolossale afstand in een klein land van dertiger Hannah Jansen Morrison: zij verliet de stad.

Hoe belandt een mens van het centrum van Amsterdam in de Achterhoek? Het is een vraag die mij vaak is gesteld. Afgelopen herfst vertrokken mijn man en ik met twee kleine kinderen (0 en 2,5 jaar) van de Albert Cuypstraat, een van de drukste straten van Nederland, naar een voormalig landgoed van 5,5 hectare en een op te knappen pand van 500 vierkante meter. Even duur als een bovenhuis in een goeie buurt in de stad.

Mijn man, die opgroeide in de grote leegten van Nieuw-Zeeland, verpieterde langzaam in ons appartement op driehoog. Ik merkte dat al die mensen, auto's, trams, winkels, reclameborden, cafés en restaurants steeds meer energie van me vergden, en ik met kinderen veel minder gebruikmaakte van alle faciliteiten. En die trappen... Met kleintjes zijn die een bron van stress en zweetplekken voor iedere ouder.

Droge voeten
De Achterhoek werd zo een compromis: in Nederland en niet te ver van de Randstad (mijn wens als zelfstandig ondernemer), maar wel echt buiten en met de voeten droog. "I am not gonna live below sea level", had mijn man gezegd. "That's fine", zei ik. Toen we dit waanzinnige, voormalige koetshuis tegenkwamen, voelde het als een avontuur, een spannend project.

En zo togen we naar het oosten, naar een dorpje van zo'n 730 zielen tussen Arnhem en Zutphen, waar de SRV-man nog aan de deur komt en de fiets maar op één slot hoeft. In eerste instantie wekte onze stap grote verbazing bij mijn stadsgenoten. Sommigen schrokken bijna. Alsof we naar een steppegebied in Noord-Rusland vertrokken en we levensmoe de bewoonde wereld de rug toekeerden. Contact zou alleen nog per telefoon of Skype kunnen. Als er al bereik was.

Ook andersom was er de afstand. "Kom je helemaal uit Amsterdam gereden, alleen maar voor deze afspraak?" vroegen ze dan bij de bank. Als ik dan uitlegde dat ik vrijwel dagelijks naar Rotterdam reisde en dat ik daar even lang over deed, werd er verbaasd geknikt. De mensen van wie we ons huis kochten waren op 70-jarige leeftijd nog nooit in de hoofdstad geweest.

Abstracter
Deze kolossale psychologische afstand verraste me, maar valt goed te verklaren met de 'construal level theory'. Deze theorie houdt in dat we zaken of activiteiten die ver weg voelen als abstracter beschouwen. Gaan we over zes maanden met vakantie, dan denken we daar in veel globalere termen over na dan als we volgende week vertrekken. Vlak voor de reis bedenken we welke musea we willen zien en hoe we vandaar bij het restaurant komen.

Vanuit Amsterdam voelt Eindhoven zo dichterbij dan de Achterhoek, terwijl dat niet per se zo is. Blijkbaar beschouwen Randstad en platteland elkaar dus als abstracte, onbekende plekken, en dat in dit kleine landje.

Beeld Flickr/Martijn van Exel

Door de psychologische afstand ontstaat ook de mogelijkheid om romantische beelden te creëren. Ons voedsel moet lokaal en biologisch zijn, miljoenen kijkers zwijmelden menige zondagavond weg bij de opbloeiende liefdes in 'Boer zoekt vrouw'. Deze hang naar het platteland wordt vaak geduid als een behoefte aan eenvoud in een overvoerd informatietijdperk.

Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt zelfs dat eenderde van de stedelingen er stellig van overtuigd is ooit nog eens naar het platteland te verhuizen. En toen onze koopcontracten daadwerkelijk getekend waren, verzuchtten sommige kennissen tot mijn verbazing: "Ja, dat lijkt me wel heerlijk, naar buiten toe. Het is een oude droom van me. Dapper dat jullie het doen."

Terugtrekkende beweging
Zo ontstaat er een contrast tussen dromen en daden, tussen de werkelijkheid van het platteland en de illusie ervan. Want zelf met de voetjes in de klei de wortels uit de grond trekken op je eigen land: menig stedeling kiest als het erop aankomt liever voor Amsterdam-IJburg of de Utrechtse wijk Wittevrouwen. De stap lijkt te groot, het werk te ver, evenals de geliefde winkels, de favoriete eettentjes en de vriendenkring.

Ik begrijp die terugtrekkende beweging ook, want het platteland draait niet alleen om groene vergezichten, kippen in de ren en een productieve moestuin. Er zit ook een stevige sociale component aan, en dat doet dan toch huiveren. Lukt het je kinderen wel te integreren? Is straks hun enige uitgaansgelegenheid de zuipkeet? En waar drink je in hemelsnaam een fatsoenlijke caffè latte? En met wie dan?

Dat soort vragen doen me nu glimlachen. Er blijken hier gewone mensen te wonen die allemaal dingen doen die ze in Amsterdam ook doen, zoals yoga beoefenen, tennissen en koffiedrinken op een terrasje. Met boeren in de buurt hebben we heel gezellige gesprekken.

Maatschappelijke lijnen
Maar er is een cruciaal verschil: de lokale gemeenschap, waar je als vanzelf onderdeel van wordt. In de stad ging ik bijna alleen om met mijn eigen 'peer group': hoger opgeleid, goede banen, zelfde leeftijd en binnen zekere termijn allemaal aan de kinderen. Ja, ik praatte wel eens met verkopers op de markt of met een secretaresse op het werk, maar daar bleef het bij. De maatschappelijke lijnen liepen enkel horizontaal en de buurt bepaalde deels je identiteit ('ik woon in de Pijp'), maar was niet iets waar je wat aan behoort terug te geven.

In ons dorp is het niet zo dat de bewoners zich opdringen of dat je iets moet, maar door de kleine omvang is het relevant dat je er bent. Het wordt zeer gewaardeerd als je op de nieuwjaarsborrel komt van de school. Daar zitten 35 kinderen op. In totaal. Als mijn kinderen daar straks naartoe gaan, is er een procentuele stijging van het aantal leerlingen.

Mensen zetten zich ook in voor de gemeenschap: een buurman verkoopt koeken voor school, een buurvrouw organiseert bijeenkomsten voor ouderen, een ander richt een werkgroep op om de lokale economie te stimuleren. Nu klinkt dit misschien wat romantisch, maar ik ken genoeg mensen die benauwd worden van die kleinschaligheid en betrokkenheid: voordat we de meeste dorpsgenoten hebben gesproken, weten ze dat we uit Amsterdam komen en dat mijn man Nieuw-Zeelander is. Je bent niet meer anoniem. De keuze tussen stad en platteland komt er dus ook op neer of je deelgenoot wilt zijn van een kleine gemeenschap.

BBC-programma
Maken wij deel uit van een grotere beweging? Mogelijk. Het Britse statistiekbureau becijferde dat er vanaf 2012 in Groot-Brittannië een jaarlijkse netto migratie van stad naar platteland plaatsvindt van 40.000 mensen. Zou dat komen door het populaire BBC-programma 'Escape to the Country'? De jarenlange leegloop van het Britse platteland lijkt definitief gekeerd.

In Nederland zie je die beweging niet, integendeel. Hoogleraar sociale geografie Jan Latten geeft aan dat de trend in Nederland richting verstedelijking is en dat dit voor de langere termijn zo blijft.

Misschien horen we bij een tegenbeweging. Hoe het ook zij: deze stap is voor ons vooral een verrijking. Amsterdam voelt als om de hoek en tegelijkertijd hebben we hier ons lieflijke dorp en leren we elke dag nieuwe dingen: van wortels oogsten tot graafmachines bedienen.

En, missen we de stad na een eerste kwartaal? Eerlijk gezegd niet, al komen we er graag voor vrienden en vertier. Het voelt alsof we op reis zijn, in een nieuw land, met zoveel spannende plannen en nieuwe indrukken dat ons vorige thuis bijna vergeten is.

'Jij idealiseert het dorp wel heel erg': Abonnees lezen dit weekend in Trouw nog twee verhalen over de afstand tussen stad en platteland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden