Daf-garage Clement houdt erfgoed van Born rijdend
Brabanders zoeken in binnen- en buitenland naar oude automaatjes
GASTEL - Glimmende Dafjes. Groen uitgeslagen Dafjes. Roestige Dafjes. "Het is hier alleen maar Daf, Daf, Daf." Tonnie Clement (60) neemt voor de zekerheid alle twijfel weg in Gastel tussen tientallen exemplaren van de nationale gezinsauto met het pientere pookje. Toen hij in 1976 zijn garage opende, rolden de Dafs nog van de band in Born, al heetten ze destijds Volvo 66. Daar start morgen de Mini-productie. Inmiddels functioneert Clement als nationale Daf-monumentwacht.
Das Daf Paradies noemde een Duitse klant de garage Clement verscholen aan de Belgische grens. De spraakzame eigenaar beleefde veel plezier met die man. Desnoods offerde de Brabander een vrije zondag op voor een ritje naar Duitsland om een nieuwe schakelaar te installeren. "Ik zag dat als een vakantiedag", zegt hij. Zoon John (27), sinds kort medefirmant, heeft het Daf-virus geërfd. Hij toert in vakanties met zijn Daf - 'ik rijd niet anders' - door Europa op zoek naar originele Dafspullen.
Want de belangstelling voor de volautomatische Daf blijft bestaan, ondanks diens hardnekkige imago als 'truttenschudder met jarretelaandrijving' voor senioren en mindervaliden. "We krijgen twee of drie keer per week het verzoek een auto te repareren", vertelt Clement. "Dat is meer dan vroeger. In de jaren negentig, toen de Daf voor het dagelijkse gebruik van straat verdween, moest ik ineens gaan adverteren. Sindsdien repareer ik ook andere merken."
Maar Daf domineert. "Als zestienjarige begon ik bij de Daf-dealer in Budel", vertelt Clement. "'s avonds ging ik thuis verder. Daar repareerde ik voor tien gulden per uur. Daarmee kreeg ik het nog drukker dan bij de dealer. Ik begon voor mezelf en verhoogde het tarief naar twintig gulden. Maar de klantenkring bleef groeien. Ze kwamen tot uit Neerpelt, hier over de grens. 'Tonnie maakt het wel' zeiden ze. 'Goeiekoop'. Ik beschermde Dafs tegen roest. Zo heb ik er veel gered."
De traditionele Daf-rijder is vrijwel uitgestorven, de klant die al in 1959 startte met zijn eerste Daf, de 600 2-cilinder, en die via nieuwe Dafs in een - vaak automatische - Volvo uit Born belandde. "Er is nog een enkeling", weet Clement. "Laatst nam ik afscheid van de trouwste klant. Dan pink je een traantje weg." Een puntgave klassieke Daf kost zelden meer dan 5.000 euro, zegt hij. Veel klanten restaureren graag zelf. Tot blijkt dat tijd of deskundigheid ontbreken. Werk dus voor de Clements.
John Clement struint Facebook af naar originele Dafs in het buitenland. Zeker in warme landen blijft de carrosserie goed. Een harde body is het belangrijkste. Ook onderdelen zijn gewild, vooral originele Daf-velgen. "Bij die achteruitrijraces met Dafjes dacht niemand daaraan", moppert John. "De velgen zijn nu zeldzaam." Maar oude Dafs terugvinden, lukt nog altijd. Op het garage-erf, 'het Clementplein', staat een snoezige mimosa-gele. Een Franse.
"Nog niet de helft van alle oude Dafs is vrijgekomen", weet John Clement. "Er staan nog zoveel stil in schuren." Dus blijft hij speuren om de voorraad restauratieobjecten en onderdelenauto's op peil te houden. De mooiste exemplaren staan binnen onder een zeil. De garage krijgt Dafs aangeboden uit nalatenschappen of na gestrande restauratiepogingen. Op de brug staat een wit weggevertje. Gratis opgehaald gisteren in Heeze, zegt Tonnie Clement.
Maar liefhebbers blijven er altijd. Eén van Clements klanten is zo'n fan, dat hij met zijn Daf praat. Dolfje noemt hij hem. Een Daf is ook geen anonieme computertechniek. Daar houden de Clements niet zo van. Ze rukken veel liever spontaan uit om weer een Daf in nood te repareren. Of om te Daf-crossen. "Ik blijf Dafs repareren tot ik niet meer kan", zegt Clement senior. "Als ik Daf rij, voel ik me weer jong."
undefined
Autofabriek Born
Koning Willem-Alexander heropent morgen de Nedcar-fabriek in Born (Limburg) die de nieuwe Mini gaat maken. De fabriek werd in 1968 door zijn grootmoeder Juliana geopend en moest destijds de groei van het Daf-gamma mogelijk maken. Het personeel van de gesloten Limburgse mijnen kon er bovendien gaan werken. Het Rijk werd via DSM (voormalige staatsmijnen) medeaandeelhouder van Daf Car. Al een jaar na de fabrieksopening bleek Daf te klein om zelfstandig nieuwe personenauto's te ontwikkelen. Na gesprekken met onder meer BMW en Ford werd de samenwerking met Volvo gevonden per 1975. De Nederlandse Volvo-tak mocht zelf auto's ontwikkelen. Het Rijk stapte begin jaren negentig op als medeaandeelhouder. De researchafdeling in Helmond sloot. De autofabriek in Born ging als Nedcar naast Volvo's ook Smarts en Mitsubishi's assembleren. Maar die merken staakten de productie. VDL Groep kocht de lege fabriek om er voor het BMW-concern Mini's te maken. Er werken 2.000 mensen.
undefined