Dada is chaos! Op een tentoonstelling over deze anti-beweging loop je dan ook heerlijk te dwalen.

“Dada! Vijftig francs belooning voor wie weet te vertellen watdada is!“. Zo opende Stijl-kunstenaar en dadaïst Théo vanDoesburg in 1923 een 'dada-matinée' in het Haagse Diligentia.De tumultueuze kunstzinnige bijeenkomst werd gekenmerkt door eenhoop gekrakeel, onzin en verwarring, als je het verslag uit deNieuwe Rotterdamse Courant tenminste moet geloven. “Het was geken nogal vervelend. Maar vooral gek“, schreef de naamloze,geërgerde journalist daags na de uitvoering. “Wij zien nietgraag een medemensch zich verlagen tot een gewild-zinnelozeclownerie.“

De criticus doelde daarmee ongetwijfeld op de dierengeluidenimiterende en klankgedichten voordragende Kurt Schwitters, deabsurde monologen van Van Doesburg en de rare pianomuziek diewerd gespeeld door Van Doesburgs vrouw 'Pétro'. Ook het publiekliet tijdens zo'n programma van zich horen, met gejoel,geschreeuw en luidkeelse protesten.

De ontstaansgeschiedenis van Dada is omstreden, maarwaarschijnlijk liet de Duitse schrijver en regisseur Hugo Ballde stroming het licht zien. Direct na het uitbreken van de EersteWereldoorlog ontvluchtte Ball zijn vaderland en vestigde zich inhet neutrale Zwitserland. In Zürich organiseerde hij vanaf 1916literaire cabarets, in een café dat voor de gelegenheid werdomgedoopt tot 'Cabaret Voltaire'.

De groep kunstenaars die daar bijeenkwam, noemde zichzelf'Dada'. Een naam die met een willekeurige prik uit eenFrans-Duits woordenboek werd gekozen, het Franse woord voor'stokpaard'. Er wordt ook wel beweerd dat de eigenaar van CabaretVoltaire de groep ooit zo noemde, omdat hij die mentaal hetstadium van zuigeling nog niet voorbij vond. Belangrijke namenvan het eerste uur waren Jean Arp, Tristan Tzara, RichardHuelsenbeck en Kurt Schwitters, kunstenaars die het als hunbelangrijkste taak zagen om verwarring te zaaien waar ze maarkonden.

In korte tijd werd de stroming ook buiten Zürich een begrip.Dat is begrijpelijk, want Dada keerde zich, geheel in de geestvan de tijd, vooral tegen de burgerlijke cultuur. De waredadaïst verafschuwde de oorlog, de technocratie, en hetacademisme in de kunst, om de belangrijkste kwesties te noemen.Aan het eind van de oorlog leken groepen over de hele wereldbevrucht met de levenshouding van de dadaïsten. Van Berlijn totParijs en New York ontstonden groepen die een vervolg gaven aande vitale stroming die in Zürich ontstond.

In Nederland kwam Dada pas in het begin van de jaren twintiggoed op gang. “Dada ist ein novum in Holland“, schreefdadaïst-voor-het-leven Kurt Schwitters in die jaren. Hij kendenaar eigen zeggen slechts één Nederlandse dadaïst, I.K. Bonset(pseudoniem van Théo van Doesburg, anagram van 'ik ben sot').“Holland aber“, noteerde hij, “Holland ist Dada.“

Lange tijd werd Dada vooral beschouwd als anti-beweging, maarwie dezer dagen de uitgebreide tentoonstelling in het CentrePompidou in Parijs bezoekt, kan met eigen ogen en orenaanschouwen dat de rol van de stroming veel constructiever isgeweest dan tot nu toe werd aangenomen. Het Parijse museumreserveerde maar liefst 2200 vierkante meter voor de enormeoverzichtstentoonstelling, die nog tot begin januari te bezoekenis. De ruimte is verdeeld in veertig cellen van ieder zo'n 30vierkante meter, elk gewijd aan een kunstenaar, een land, eenthema of een hoogtepunt uit de Dada-kunst. Het is een grid datnog het meest doet denken aan een schaakbord, naar het spel datdoor dadaïsten als Duchamp hoog werd geschat, en waardoorheende bezoeker zich naar keuze schuifelend als een pion, springendals een paard of schrijdend als een koning(in) mag bewegen.

Wat er te zien is? Je zou beter kunnen vragen wat er niet tezien of te horen is. Het urinoir/fontein van Duchamp heeft er eenprominente plek, net zoals zijn 'grote glas', zijn fietswiel,zijn Mona Lisa met snor, zijn toevalsmuziek; maar ook KurtSchwitters' klankgedichten en zijn 'Merz'-werk; de collages vanHans Arp; en verder werk van Francis Picabia, George Grosz, VanDoesburg/I.K. Bonset, Man Ray en Raoul Hausmann. Onder anderen.

In aparte kamers zijn bovendien geluidsopnames te horen metmuziek van Erik Satie, maar ook met klankgedichten, hoorspelenen films van andere dadaïsten uit Zwitserland, Nederland,België, Hongarije, Japan en Amerika. Onder meer.

De tentoonstelling in het Centre Pompidou is duizelingwekkenden opwindend tegelijk. Het museum heeft (geheel in de geest vandada) gekozen voor een niet-dwingende opstelling. Je zoutheoretisch gezien chronologisch van 1916 naar 1924 kunnen lopen,maar voor je het weet word je afgeleid door kunstwerken in eenandere ruimte. En loop je net zo heerlijk te dwalen als de restvan de bezoekers. Dada is chaos.

Want al was het dadaïsme een stroming tegen alle stromingenen zonder een gemeenschappelijke stijl, toch heeft het werk zo'ntachtig jaar na dato niets aan energie en actualiteit ingeboet.

Goed: de collages en onzingedichten ontlokken je nu eerder eenglimlach dan een geschokte blik. Maar het is een verdienste vanhet Centre Pompidou om dada nu eindelijk eens op zijn eigenmerites te kunnen beoordelen. En niet slechts als een voorbodevan het surrealisme, zoals meestal het geval is.

In een interview stelt curator Laurent Le Bon dat dada alsinternationale stroming ontstond in een tijd van nationalespanning. En dat de kunstenaars gebruik maakten van de toen nognieuwe massamedia, met de misleidende taal die daar bij hoorde.Le Bon ziet daarom een duidelijke parallel met de huidige tijd:als de dadaïsten nu zouden hebben gewerkt, zouden ze sms eninternet hebben gebruikt voor hun ontwrichtende kunstuitingen.

Dada is levender dan ooit en toont de vorige eeuw in zijnonderbroek, zo blijkt wel uit de tentoonstelling. De catalogusdie het Centre Pompidou samenstelde is trouwens eendada-kunstwerk an sich: het is ruim 1000 pagina's dik (met 2000kleurenreproducties), het heeft de omvang van het Amsterdamsetelefoonboek en het is gedrukt op telefoonboekpapier. Of is hetwc-papier, in de geest van het pissoir van Duchamp? Om maar metVan Doesburg te spreken: “Dada: de schrik van denclubfauteuil-bourgeois van den kunstcriticus, van den artiest,van den konijnenfokker, van den Hottentot - van wien al niet.Dada!“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden