’Daar lag ik te slapen’

Jeugdherinneringen worden gekleurd door het huis waar ze zich hebben afgespeeld. Trouw gaat mee naar het huis van de jeugd. Aflevering 2: Jeen van den Berg, geboren in 1928, schaatser en winnaar van de Elfstedentocht van 1954, opgegroeid aan de Heawei 16 in Drachten.

Edwin Kreulen

’Nou, dat is toch niet voor te stellen. Wat is dit veranderd”, zegt Jeen van den Berg (79). Hij staat in de woonkamer van ’Romsicht’, een boerderij in De Veenhoop, nabij Drachten. De woonkamer, van waaruit het huis de Friese naam eer aandoet met een vrij uitzicht over de velden, meet ongeveer zeven bij zeven meter. Bijna tachtig jaar geleden bevonden zich op precies dezelfde ruimte de woonkamer, keuken met bedstee, slaapkamer én de hal met voordeur. „Ja, daar moet ik ongeveer geslapen hebben”, wijst hij naar de hoek, „in de bedstee, met mijn twee broers.”

Van den Berg is al 53 jaar een icoon op het ijs, vooral in het marathonschaatsen. Tot op hoge leeftijd deed hij mee met de Elfstedentocht: zeven keer op de schaats, drie keer op de skeelers, 35 keer op de fiets en vier keer wandelend.

De laatste jaren doet hij het rustiger aan, ook gedwongen door zijn leeftijd. „Nee, als de Elfstedentocht er ooit nog komt, en dat kan zomaar gebeuren, zal ik niet meer meedoen.” Van den Berg houdt het bij drie keer per week een uurtje wandelen en af en toe nog naar de ijsbaan. Vanuit zijn Heerenveense seniorenflat is hij snel bij de ijshal van Thialf. En natuurlijk wordt hij nog regelmatig gevraagd, als bekende Nederlander. „Ik heb niks te doen, maar er is toch altijd wat. Ik doe nu alleen nog maar waar ik zin in heb.”

Voor een verhaal over zijn geboortehuis was hij direct te porren. Dat heeft alles te maken met het vertrek uit dat huis: Jeen was toen vijf jaar oud. „Mijn vader hield koeien. Het werd crisis, en hij kreeg bijna niets meer voor de melk. We moesten de boerderij opgeven en kwamen uiteindelijk op een woonark terecht. Mijn vader moest aan de slag als landarbeider. Aanpakken wat hij kon.”

Als er even geen werk was, moest de vader van Jeen ’stempelen’, naar het werklozenloket voor een uitkering. „Dat zijn dingen die veel mensen tegenwoordig niet meer beseffen, dat er ook een andere tijd is geweest. En wat voor luxe we nu hebben.”

Landarbeider, het was een positie met heel weinig aanzien. „De boerenmeisjes zagen mij niet staan”, typeert Van den Berg de situatie van zeventig jaar terug.

Met de liefde kwam het wel goed, want zijn vrouw Atty (77 nu) was dochter van de smid. Maar vooruitkomen in het leven, dat was destijds beslist niet vanzelfsprekend. „Ik had geluk dat de schoolmeester zei: ’Jeen kan goed leren’. Zo kwam ik op de kweekschool. Bovendien bleek dat ik best kon schaatsen. Soms zei de meester wel eens dat ik niet zo hard moest. Maar talent is niet genoeg, je moet ook doorzetten. En dan speelde toch mee dat mijn vader weinig aanzien had. Je wilt ergens in uitblinken, tenminste zo voelde ik dat. Mijn broer kon net zo goed schaatsen, maar als het regende ging ik trainen, hij niet.”

Trots is Van den Berg nog steeds op zijn schaatsprestaties. Maar gek genoeg vindt hij het aanzien dat hij ermee heeft verworven – wat hij zo graag wilde– soms wel eens te groot. „Jullie journalisten vinden het allemaal zo bijzonder dat ik die Elfstedentocht heb gewonnen. Maar echt, zo speciaal is dat niet, hoor. Ik zat in die kopgroep en ik vroeg me serieus af of ik het wel kon winnen. Ik reed met schaatsers die beter konden sprinten. Maar ik wilde per se winnen.”

Van den Berg is de eerste om toe te geven dat de huidige bewoners van zijn geboortehuis minstens even zo bijzonder zijn als hijzelf.

Filippina en Hinrik Akkerman (beiden 45 jaar) hebben met zeven kinderen en vijf pleegkinderen al een aardige drukke huishouding. Maar toen ze zelf een gehandicapte zoon kregen en Filippina in haar werk meewerkte aan zogeheten zorgboerderijen – een alternatieve opvang voor gehandicapte kinderen – groeide de wens om zelf ook iets te doen voor andere kinderen. Huize Romsicht heet daarom nu zorgboerderij De Hoeders Pleats. Jongeren met een handicap of een verwijzing van de jeugdzorg kunnen er overdag worden opgevangen of zelfs logeren. Hinrik werkt nog wel in de veehouderij, als freelancer, maar doet steeds meer werk in de uitdijende zorgboerderij. Er zijn nog wel paarden en schapen, maar die zijn er vooral voor de kinderen.

Dat logeren levert Van den Berg een verrassing op als hij de trap naar de eerste verdieping – de ladder is allang verdwenen – heeft beklommen. Een hooizolder en een verder lege ruimte zijn vervangen door een flink aantal kinderslaapkamers: voor de pleeg-, opvang- en eigen kinderen van de familie Akkerman.

Ook de achterzijde van het huis is uitgebouwd, en in de tuin is een zwembad. Dit alles heeft de familie Akkerman voor een belangrijk deel te danken aan de omroep Tien en presentatrice Bridget Maasland. Twee jaar geleden heeft de boerderij een make-over gekregen, betaald door Tien en uitgezonden op televisie. „We zijn daar bepaald niet slechter van geworden”, concludeert Hinrik droog. „Zelf had ik alleen de voorkant van het huis kunnen verbouwen.”

Tijdens die verbouwing is Van den Berg al eens gaan kijken naar zijn geboortehuis. „Want ik was toch benieuwd.” Hij sprak Filippina Akkerman aan. Ze herinnert zich dat nog. „Ja, u zei ook ’Ken je me niet?’ Ik moest even nadenken, toen wist ik het weer: die schaatser.” Maar het was druk met de verbouwing, dus Jeen is niet binnengekomen.

Niet alleen het huis is veranderd, ook de omgeving, noteert Van den Berg met een blik uit het raam. „Kijk eens hoe sommige weilanden erbij staan. Daar doen de boeren echt heel weinig meer aan. Ja, ik weet, dat heet dan tegenwoordig weer natuurgebied, zo wil de overheid het weer laten groeien. Maar ik vind het terug bij af.”

In de keuken – ook voor Jeen een totaal nieuwe ruimte – staat een blinde jongen de vaatwasmachine in te ruimen. Hij is een van de huidige tien gasten van Filippina en Hinrik Akkerman. Hij is hier voor de dagopvang, maar leert ook zelfstandig te opereren. „Dat is toch mooi”, zegt Van den Berg. „Vroeger zouden die kinderen in een instelling worden weggestopt. Hier betekenen ze wat, en kunnen ze ook weer de maatschappij in. Dat is een enorme verbetering. Dat dat nog mag gebeuren in het huis waar ik ben geboren.”

BOX

Jeen van den Berg (1928) deed mee aan drie Olympische spelen op de langebaan – twee keer als deelnemer, een keer als coach van de Engelse ploeg. Hij won de Elfstedentocht in 1954 en werd derde in de berucht zware editie van 1963, gewonnen door Reinier Paping. Tien jaar daarna werd hij op relatief hoge leeftijd de eerste Nederlandse kampioen bij het marathonschaatsen. Hij is zijn beroep, onderwijzer, altijd blijven uitoefenen; voetbaltrainer Foppe de Haan heeft bij hem nog ’gekweekt’ (stage gelopen). Hij is ereburger van Heerenveen en zit bij thuiswedstrijden van de plaatselijke voetbalclub altijd op de tribune. Van den Berg is getrouwd, heeft drie kinderen en zes kleinkinderen. Een kleindochter zit in de schaatsselectie van het gewest Friesland.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden