Daar gaat de Nachtwacht weer

Deze week verdwijnt de Nachtwacht van zijn vertrouwde plek in het Rijksmuseum. Na een reis door de buitenlucht hangt Rembrandt's meesterwerk straks in de Zuidvleugel, totdat in 2008 het hoofdgebouw van het Rijks is verbouwd. Al maakt de verbouwing de verhuizing bijzonder: het schilderij verhuist niet voor het eerst. Ook oorlog, fotografie en een discussie over 'Rembrandt's licht' gaven er in het verleden aanleiding toe.

Het is een regelrechte nachtmerrie. Je bent lid van een ploeg dragers die de Nachtwacht in een verticaal gedragen kist over straat moet vervoeren. Onder de kist lopen banden door, waaraan dragers de kist aan beide zijden van de grond trekken. Per zijde is er dan nog een rij dragers die met lange stokken de kist verticaal houden. Met een mannetje of twintig loop je zo richting de tunnel van het Rijksmuseum, jij met lange stok voorop. Opgewekt zing je mee met het gelegenheidswijsje: 'Kees, daar komt de Nachtwacht aan' en stap je voetje voor voetje naar de plaats van bestemming. Op een belangrijk moment let je even niet op en - KRAK - ramt de kist het gewelf van de tunnel, waarbij je stok in tweeën breekt en je de macht over de zware kist verliest....

,,Het liep goed af hoor'', stelt conservator Taco Dibbits gerust. ,,Uiteindelijk zat er slechts een deuk in de kist en brak een van de stokken af. Het schilderij bleef rechtop en kwam heelhuids het museum binnen.'' Dibbits is als conservator zeventiende-eeuwse schilderijen verantwoordelijk voor de verhuizing van de Nachtwacht naar de Zuidvleugel, waar het schilderij vanaf 20 december in de 'Meesterwerken'- tentoonstelling te zien zal zijn. Ter voorbereiding heeft hij zich grondig ingelezen in teksten over eerdere verhuizingen van het schilderij. Het nachtmerrie-scenario heeft echt plaatsgehad, bezweert Dibbits, inclusief het zingen van het liedje, waarvan de melodie helaas niet is overgeleverd. Het gebeurde in 1898, toen het schilderij terug kwam van het Stedelijk Museum, even verderop aan het Amsterdamse Museumplein. Daar was ter ere van de inhuldiging van koningin Wilhelmina de eerste overzichtstentoonstelling van Rembrandts werk georganiseerd.

Naast de botsing van de Nachtwacht met het Rijksmuseumgebouw vond er toen nog iets curieus plaats. Aan het eind van de tentoonstelling in het Stedelijk moest het schilderij weer terug naar het Rijksmuseum, maar niet voordat het gefotografeerd was. Dibbits vertelt hoe een Duitse firma voor veel geld de rechten op fotoreproductie van het Rijks gekocht had, en de gelegenheid kreeg het schilderij bij daglicht te fotograferen. Dibbits: ,,Het schilderij werd daartoe buiten opgesteld, in de tuin van het Stedelijk - in november nota bene. Daarna is het een dag in de vestibule gezet, omdat de fotografen tijd nodig hadden om te zien of de foto's waren gelukt. Dat was niet het geval, zodat de volgende dag het schilderij maar weer naar buiten is getild.''

Vandaag de dag zou een fotosessie in de open lucht ondenkbaar zijn. Een bijzonder schilderij als de Nachtwacht - dat eigenlijk 'Officieren en manschappen van de compagnie van kapitein Frans Banning Cocq' heet, en werd geschilderd in 1642 - wordt bij de huidige verhuizing zorgvuldig beschermd tegen invloeden van buitenaf. Eerst wordt het schilderij uit de lijst gehaald om het gewicht en omvang te verminderen, daarna wordt het verpakt in papier. Aan het houten spieraam aan de achterzijde van het schilderij worden vervolgens tijdelijk handvatten bevestigd. Hieraan trekken medewerkers het doek een gereedstaande, aan twee zijden open kist in, tot het schilderij tegen klampen tot rust komt.

Dan worden voor- en achterkant van de kist gesloten, en verdwijnt het geheel in een speciale kunststof buitenkist, die beschermt tegen trillingen en de invloeden van temperatuurverschillen. De kist wordt nu op een kar gezet en naar de tunnel op de begane grond gereden. Dan rijdt de kar de tunnel uit, de buitenlucht in en hijst een hoogwerker de kist naar de eerste verdieping van de Zuidvleugel. Hier is een verticale gleuf in de wand aangebracht waardoorheen de kist voor driekwart naar binnen wordt gestoken.

Verder is niet nodig: de binnenkist wordt in de zaal uit de buitenkist gehaald, waarbij de buitenkist de koude decemberlucht buiten houdt. Zo doet men dat, in 2003: met buitengewone zorg, een gedegen voorbereiding en met gespecialiseerde verhuizers. Deze week worden dan ook geen botsingen met gewelven voorzien.

Professionaliteit heeft veel gezichten; criteria van vandaag zijn niet zomaar van toepassing op vorige generaties. Wel geldt door de eeuwen heen de zorgzaamheid voor het schilderij. Wegens het gevaar voor vernietiging bij bombardementen ging de Nachtwacht in de oorlog bijvoorbeeld direct in de 'onderduik'. Eerst werd het door museumpersoneel verstopt in kasteel Radboud te Medemblik, en, vlak na de capitulatie, in de nacht van 13 mei 1940 in een bunker in Castricum. Hier bleek de toegang te klein en werd het schilderij - in het holst van de nacht en misschien zelfs buiten - uit de lijst gehaald en opgerold naar binnen gedragen. In die toestand werd het schilderij nog twee maal verhuisd, tot het na de bevrijding weer in het Rijksmuseum kon worden ontrold.

Maar naast de professionele betrokkenheid is ook de publieke betrokkenheid bij de Nachtwacht altijd groot geweest. Dibbits: ,,Het leuke is dat het schilderij heel veel doet met mensen. Dat merk je bijvoorbeeld aan de emails die je hier soms krijgt, waarin iemand je een nieuwe interpretatie stuurt van het meisje in de witte jurk met de haan, of over de betekenis van de kleuren in de kostuums van de schutters.''

Die publieke betrokkenheid gold optimaal in een publieksdiscussie die honderd jaar geleden alle kranten haalde: de 'zijlicht - bovenlicht discussie'. Voordat het huidige Rijksmuseum in 1885 werd gebouwd, deed het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal dienst als museumgebouw. Hier hing de Nachtwacht naast een venster, waardoor vanaf de zijkant daglicht op het schilderij viel. Om dat daglicht optimaal te benutten was zelfs een scharnier aan de zijkant van het schilderij gemaakt om het naar het licht te kunnen draaien. Toen architect Pierre Cuypers het huidige Rijksmuseum ontwierp, bracht hij naar modern ontwerp grote glasoppervlakken in het dak aan, waarna de Nachtwacht op 'bovenlicht' kwam te hangen. Dit was niet goed te praten, vond een aantal burgers, die in opstand kwam tegen de manier waarop Rembrandt's meesterwerk nu 'doodgetrapt aan de muur hangt', zoals een van hen schreef.

De tentoonstelling in 1898 gooide verder olie op het vuur: in het Stedelijk hing de Nachtwacht weer op zijlicht, waarna de zijlicht-partij geen krant onbeschreven liet om de loftrompet hierover af te steken. In het Stedelijk was het licht eindelijk weer 'zoals in Rembrandt's atelier', waardoor 'Rembrandt's eigen licht' (de donker-licht contrasten in de schildering) zoveel beter uit de verf kwam. Toen de Nachtwacht terug moest naar het Rijks, schreven een aantal van de dragers - die van de botsing - dan ook een dramatisch 'vaarwel!' op het spieraam, alsof zij het schilderij ten grave droegen.

De discussie werd geslecht in 1906, toen een heuse regeringscommissie oordeelde dat zijlicht echt beter was voor de beleving van het schilderij, en het Rijksmuseum een kleine aanbouw liet maken aan de Museumplein-kant van het hoofdgebouw. Daar ging de Nachtwacht weer, om nu op zijlicht te hangen. Direct ontstond echter een nieuw probleem: het schilderij hing nogal uit de route. In 1925 werd het dan ook stilletjes terugverhuisd naar de Eregallerij, waar een nieuwe generatie publiek totaal geen moeite meer met bovenlicht bleek te hebben.

Een vermakelijk verhaal, maar is daarmee de belichtingsdiscussie volledig afgesloten? Dibbits is hier genuanceerd over: ,,De discussie zal nooit helemaal over zijn, zolang er modes in belichting en manier van presenteren bestaan. Voor de tentoonstelling straks maken we gebruik van natuurlijk bovenlicht plus kunstmatig licht uit een aantal lampen. Voor ons geldt daarbij één belangrijk criterium: mensen moeten in de illusie van de voorstelling kunnen geloven. Als door de belichting het doek teveel gaat glimmen wordt die illusie verstoord en krijgen mensen een besef van het oppervlak waarop het doek geschilderd is.'' In dat geval wordt het arme doek vast weer ergens anders heen gezeuld.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden