Daar gaat De Jong, een nieuwe Jezus

Langverwacht dagboek schetst treurig schrijversleven in de jaren veertig

Een cultfiguur. Zo kun je Max de Jong (1917-1951) gerust noemen. Een literaire antiheld. Uitgeverij Van Oorschot publiceert nu het dagboek dat hij in de laatste vier jaar van zijn leven bijhield - ruim 800 pagina's dundruk, uitstekend geannoteerd door Marsha Keja. Een bijzondere uitgave. Maar is het onze leestijd ook waard?

Te meten naar zijn literaire productie is Max de Jong niet eens een schrijver te noemen. In 1947 publiceerde Van Oorschot zijn lange prozagedicht 'Heet van de Naald'. Daarna kwam er niets meer. Hij stierf in 1951 aan een verwaarloosde hersenvliesontsteking. Postuum verschenen essays en aforismen. Zijn dagboek verscheen in roofdruk in 1990, slechts beschikbaar voor insiders. In 2000 schreef Nico Keuning de biografie van De Jong, 'Altijd het tinnef om je heen', waarin hij ruim citeert uit het dagboek. De Jongs zus bleef de officiële publicatie echter tegenhouden - naar eigen zeggen de wens van De Jong volgend.

Een jonggestorven schrijver zonder oeuvre, een mysterieus dagboek dat niemand mag lezen, en een vaak aangehaald bon mot van Geert van Oorschot: "Ik reken het dagboek van Max de Jong met De Avonden van Reve en Bij nader inzien van Voskuil tot de drie grote monumenten van de literatuur omstreeks het midden van de eeuw." Genoeg ingrediënten om een mythe te bakken. Max' zuster overleed in 2013, haar kinderen gaven het dagboek vrij, en zodoende is het eindelijk in druk verschenen, in een kloeke en prachtig verzorgde uitgave. Maar is het ook het 'monument' waar Van Oorschot het voor hield?

Wie daar een goed oordeel over wil vellen, moet beschikken over een sterk karakter: meer dan duizend dagen uit zijn leven beschrijft Max de Jong, en iedere dag begint hij met dezelfde klaagzang. Over zijn nachtrust ('weer zeveneneenhalf uur, dus een half uur te kort geslapen'), over het lawaai van zijn hospita en zijn buren ('die piano is heel heel heel heel erg'), over de altijd acute geldnood en de misdadigheid van middenstanders als de kleermaker, de kachelsmid en de fietsenmaker. Ongeestig is al dit kleine leed niet - de ene keer door de beschrijving zelf ('O God vergeef het ze niet, want ze weten donders goed wat ze doen'), de andere keer door het onbedoeld slapstickachtige karakter ('De kachelpijp opnieuw omwikkeld met asbest. De natte asbest viel uiteen als koek'). Hoe De Jong twee jaar lang met de moed der wanhoop probeert zijn fiets berijdbaar te houden is hilarisch. De as kraakt, de voorvork buigt, de ketting breekt, de lamp doet het nooit en het zadel zit steeds los. En dat terwijl hij die fiets alleen maar heeft om een meisje mee naar huis te kunnen nemen - wat hem nul keer lukt. De nood over meisjes overstemt de geldzorgen en het burengerucht. 'Geslachtsnood' noemt hij het zelf, want in liefde lijkt de cynische dertiger niet meer te geloven. Ook niet vreemd, als je grote liefde trouwt en naar Amerika verhuist en jij daarna moet toezien hoe om je heen je vrienden voortdurend weglopen met de meisjes waar jij je moeite aan verspilt. Hilletje, Mienie, Cis, Els, Frieda, Djoeke, en nog een hele stoet, sommige van hen stalkt hij, niemand moet hem. "Ik zou eigenlijk eens naar een bordeel moeten."

Iedere dag ook eet De Jong in een gaarkeuken voor studenten en kunstenaars, genaamd De Biekorf. Daar behoort hij min of meer tot het meubilair. Hij ouwehoert, speelt pingpong en schaakt tot 's avonds laat. Is de schrijver thuis een arme neuroot die niet kan werken door alle herrie om hem heen, in De Biekorf maken we kennis met een heel andere Max de Jong: een roddelaar, querulant, opgeblazen kikker, slecht geklede en onwelriekende dikzak die bij iedereen ergernis opwekt. Geen goed mens deugt in zijn ogen, niemand ontsnapt aan zijn venijn en ook al beseft hij dat zijn gedrag zijn 'vrienden' van hem verwijdert, bij machte te veranderen is hij niet. Dit is ruim voldoende om een tragische held van hem te maken, alleen die herhaling... die eindeloze, bloedeloze herhaling... na 100 pagina's weet je allang dat de schrijver 500 pagina's verder nog niets opgeschoten zal zijn, behalve dan dat hij zijn einde tegemoet snelt.

Wat betekende deze Max de Jong nu eigenlijk in het literaire leven na de oorlog? Hoe zat het met die vriendschap met Geert van Oorschot? Het blijkt allemaal niet veel voor te stellen. "Is dat jouw jas?" vraagt de uitgever als hij vindt dat Max te lang blijft plakken. Niet lang daarna laat hij de schrijver niet eens meer binnen, ze raken van elkaar verwijderd, De Jong raakt steeds verder in de marge. Het is dus een raadsel waar Geert van Oorschot die ferme uitspraak over het dagboek op baseerde. In het begin spreekt De Jong soms met Gerard Reve, die hem graag mag plagen. "Daar gaat Max de Jong, een nieuwe uitgave van Jezus" (niet zo gek gezien, De Jong is geboren op 25 december, en sterft 33 jaar oud). Het sporadische contact met Reve verwatert ook. Jaren later vraagt De Jong bij een toevallige ontmoeting of Reve 'nog schreef'. Reve antwoordt: "Ja hoor, en in mijn vrije tijd ruk ik me af." In een lift ontmoet hij W.F. Hermans. Die vraagt aan hém of híj nog schrijft. Dat is alles. Ja, dat doen schrijvers, aan elkaar vragen of ze nog schrijven.

Zoals zijn tijdgenoten Max de Jong zagen - een verwaten figuur, arm, potsierlijk, ergerlijk - zo laat hij zich zien aan de lezer van het dagboek. Die openheid heeft iets tragisch en meelijwekkends, maar op den duur word je mal van die man, zijn neuroses, zijn opschepperij, zijn bemoeizucht. Literair gezien is zoiets natuurlijk geen bezwaar, integendeel, het had prima kunnen werken als het niet zo verschrikkelijk langdradig was.

Is dit nu het 'monument' waar het voor werd gehouden? Nou, nee. Bij vlagen schrijft De Jong vol zwier en panache, zodat je je best kunt voorstellen dat Van Oorschot en een handjevol insiders zich lovend uitlieten over (passages uit) het dagboek. Moeilijker voor te stellen is dat zij het dagboek helemaal uitlazen. Nu het er is, zal het wel snel afgelopen zijn met de mystificaties. Mooi en passend is dat Max de Jong eigenhandig de mythe ontmantelt met dit boek. Er komt geen welbespraakte uitgever, criticus of bewonderaar aan te pas.

De Jong was een neurotisch, antipathiek mens, een muurbloem, een marginaal figuur in de naoorlogse literatuur die bij vlagen goed en geestig schreef, maar te weinig naliet om wat voor status dan ook te rechtvaardigen.

Max de Jong: Dagboek Van Oorschot; 840 blz. euro 39,95

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden