Daar betaal ik graag belasting voor

Stijn Vranken schreef twaalf stadsgedichten voor Antwerpen

Woonde ik maar in Antwerpen, dacht ik meer dan eens bij het lezen van 'Fiat lux' van Stijn Vranken. Dan had ik een ritje kunnen maken in de 'Tram de lux'. En in dat oude trammetje, omgebouwd tot een intiem rijdend 'café op rails', had ik dan kunnen luisteren naar poëzie, of muziek, ik had er zelfs een film kunnen kijken.

De 'Tram de lux' was een van de projecten die Vranken initieerde in de twee jaar dat hij stadsdichter was van Antwerpen. Deze regels sierden de tram: "ach vraag me niet waarheen de rit / is het nog ver, hoe lang duurt dit / en gaan we heen of eerder weer / ik zeg het u, ik weet het niet"

In het onlangs verschenen 'Fiat lux' doet Vranken verslag van zijn tijd als stadsdichter. Dat Antwerpen na illustere voorgangers als Tom Lanoye, Bart Moeyaert, Joke van Leeuwen, Bernard Dewulf een nieuwe stadsdichter zou krijgen, was overigens niet helemaal vanzelfsprekend. Het nieuwe Vlaams-nationale bestuur van de stad had weinig op met het ambt. Maar Vranken leek het 'extra boeiend om te opereren onder een bestuur waarvan een aanzienlijk percentage je functie niet echt waardeert'.

Stijn Vranken schreef in twee jaar twaalf gedichten, het 'licht' liep er als een rode draad doorheen. Twaalf lijkt niet veel, maar net als met dat trammetje - waarvoor het gedicht pas geschreven werd toen het ding al bijna reed - bleef het meestal niet bij woorden op papier alleen.

Vranken maakte community art. Voor de 'moeilijke buurt' Seefhoek - volgens de dichter een 'wonderbaarlijke stadswijk' - maakte hij een lied: 'de godganse wereld / waait hier door de wijk'. Voor de plots verdwenen, en naar later bleek overleden, Baskische stadgenoot Hodei Egiluz, een gedicht in de stoep. Voor een tentoonstelling van kunstenaar Panamarenko, ontstond iets dat je zou kunnen vergelijken met koelkastpoëzie, woordjes die je zelf tot een gedicht kunt leggen. En in een enkel geval kwam er geen gedicht. Zoals in het project 'vrijSpraak'. Daarvoor in de plaats kwamen wel workshops poëzielezen met gevangenen. Indringende ontmoetingen, aldus Vrankens: "Nooit zag ik mensen zo haarscherp doordringen tot de essentie van poëzie."

Als Vrankens tweejarige stadsdichterschap iets laat zien, dan is het dat kunst iets kan waar politici en beleidsmakers niet in slagen: mensen samenbrengen. Flink wat steden (en dorpen) in Nederland hebben hun een eigen dichter, in Antwerpen is Stijn Vranken opgevolgd door Maarten Ingels.

Zou het kunnen dat het budget behouden bleef dankzij deze oude Antwerpse dame? Ook zij maakte een ritje in de 'Tram de lux'. Haar commentaar: 'Awel menier, ier betoal ekik na nekier geire belastinge veur, sè!' Ofwel: daar betaal ik graag belasting voor.

Stijn Vranken: Fiat lux

De Bezige Bij; 88 blz. euro 22,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden