D66-claim op 'sociaal-liberaal' klinkt hol

'Voor Pechtold is het sociaal-liberalisme blijkbaar enkel een reclameslogan die geen doordenking behoeft.' Beeld anp

Het liberalisme is in Nederland populairder dan pakweg midden twintigste eeuw. Dat blijkt niet alleen uit verkiezingsuitslagen, maar tevens uit de gretigheid waarmee menigeen zich met het liberalisme associeert. Zelfs evidente anti-liberalen zoals SP'ers hebben kennelijk het voorvoegsel 'neo' nodig om het woord 'liberaal' een nare klank te geven. Bovendien zijn er tegenwoordig ook ter linkerzijde politici die zo positief over het liberalisme denken dat zij er in combinatie met het voorvoegsel 'sociaal' mee koketteren. Eén linkse partij, D66, tooit zich sinds 1998 met de aanduiding 'sociaal-liberaal'. Jammer alleen dat men in die partij geen benul heeft wat de term inhoudt.

De voorganger van Pechtold als fractieleider, Lousewies van der Laan, verklaarde de toevoeging 'sociaal' uit de behoefte de 'kou eruit te halen en te laten zien dat je ook hart hebt voor het individu dat niet mee kan komen'. Dat klinkt reuze aardig. Met de politieke substroming 'sociaal-liberalisme' heeft dit echter niets van doen. Maar Van der Laan probeerde tenminste nog de term te duiden. Pechtold neemt die moeite niet. Voor hem is het blijkbaar enkel een reclameslogan die geen doordenking behoeft.

Het sociaal-liberalisme onderscheidt zich van andere liberale substromingen door het individu niet los te willen zien van zijn omgeving. Het gaat sociaal-liberalen om de interactie tussen individuen onderling en tussen individu en samenleving: op die manier geven individuen in een voortdurende wederzijdse beïnvloeding vorm aan de samenleving. En andersom draagt de samenleving aldus bij aan de vorming van individuen.

Participatiesamenleving
Voor echte sociaal-liberalen - die denkers en politici die zich wel bezinnen op de betekenis van het begrip - is dit geen vrijblijvende kwestie. Individuen hebben niet alleen de optie zich te ontplooien en verbindingen met anderen aan te gaan, zij zijn dat aan zichzelf en aan de samenleving verplicht. De participatiesamenleving is voor een sociaal-liberaal dan ook geen beschrijving van de werkelijkheid, zoals voor premier Rutte; zij houdt een opdracht in aan alle burgers: gij zult participeren opdat gij niet nalatig bent ten opzichte van de samenleving. Het wetenschappelijk bureau van D66 heeft juist in een publicatie afstand genomen van een 'opgelegde participatie'. Dat zou op een liberaal standpunt kunnen duiden, maar het verwerpen van participatie als plicht is een afwijzing van de sociaal-liberale opvatting van maatschappelijke participatie.

Ook op een praktisch politiek terrein als het drugsbeleid verhoudt de vrijheid-blijheid-benadering van D66 zich slecht tot het sociaal-liberale gedachtengoed. Toen het sociaal-liberalisme eind negentiende eeuw voor het eerst opkwam stonden zijn protagonisten vooraan in de strijd tegen verslaving aan sterke drank. De Nederlandse sociaal-liberaal Goeman Borgesius vond bijvoorbeeld dat de drankzuchtige 'van vrij man een slaaf is geworden, een slaaf van zijne booze hartstochten, een slaaf van de jeneverflesch.' Een dergelijke verslaving belette het individu zelfstandig in het leven te staan. Én het verhinderde hem zijn bijdrage aan de samenleving te leveren.

Eigen keuzes
Het vrijgeven van de handel in en het gebruik van drugs kán een invulling zijn van een meer klassiek-liberale benadering, waarin het een individu vrij staat eigen keuzes te maken. Dan uiteraard wel onder de voorwaarde dat hij met zijn handelingen anderen niet schaadt. Maar juist sociaal-liberalen zullen waarschuwen dat een individu door drugs te gebruiken zijn autonomie ondermijnt. Het individu moet in die benadering tegen zijn eigen kortzichtigheid worden beschermd. Bovendien kan een drugsverslaving het individu beletten zijn talenten volledig te ontwikkelen, waardoor hij tevens de samenleving te kort doet. Juist een sociaal-liberaal zal daarom beducht zijn voor een liberalisering van het drugsbeleid. Zo'n liberalisering leidt, in de ogen van sociaal-liberalen, niet tot echte vrijheid maar tot schijnvrijheid.

Er zijn tal van zulke voorbeelden te geven waaruit blijkt dat de politiek die D66 voorstaat vaak op gespannen voet staat met de uitgangspunten van een doorleefd sociaal-liberalisme. Dat zou geen probleem zijn indien D66 zou zijn gebleven wat zij tot 1998 openlijk was: een pragmatische - in de ogen van sommigen opportunistische - partij, wars van ideologie in de vorm van een samenhangend gedachtengoed. D66 pretendeert echter dat zij sociaal-liberaal is. Dan behoort die partij zich eindelijk ook eens in het sociaal-liberale gedachtengoed te verdiepen, en na te gaan wat het impliceert. Zolang dit uitblijft is het 'sociaal-liberalisme' van D66 niet meer dan een fraai ogende gevelversiering, waarachter inhoudelijke leegte gaapt.

Patrick van Schie is historicus en directeur van de TeldersStichting, de liberale denktank van Nederland, gelieerd aan de VVD. Onlangs publiceerde hij met Fleur de Beaufort bij uitgeverij Boom het boek 'Sociaal-liberalisme'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden