D-Day-veteraan: Ik ben nooit bang geweest

Léon Gautier (91) poseert op Sword Beach in Normandië, waar hij 70 jaar geleden aan land ging.Beeld afp

Aan de landing in Normandië op 6 juni 1944 deden behalve tienduizenden Amerikanen, Britten en Canadezen 177 Fransen mee, van wie er nog tien in leven zijn. Léon Gautier (91) is een van hen. Hij is morgen bij de internationale herdenking van D-Day in zijn eigen woonplaats Ouistreham.

In de voortuin van de kleine witte bungalow hangen slingers met Amerikaanse, Franse en Canadese vlaggetjes, zoals vrijwel overal in Ouistreham. Het stadje maakt zich op voor de ontvangst van staatshoofden, regeringsleiders en veteranen: bejaarde mannen aan wie wij, zoals dat in alle toespraken altijd wordt benadrukt, onze vrijheid danken.

Binnen staan twee opgeklapte rolstoelen in de voorkamer, de thuishulp is aan het stofzuigen. Léon Gautier (91), die aan tafel zit met zijn vrouw Dorothy, staat op en verontschuldigt zich. "Ik had eigenlijk geen tijd. Ik zie al maanden dagelijks journalisten en ik ben al oud ziet u. Maar voor een Nederlander maak ik graag een uitzondering. Toen in Schotland in de commandoschool waren er ook Nederlandse kameraden met wie wij ons hebben voorbereid op de landing."

De Gaulle
Toen het oorlog werd was Gautier 21 en nog maar net bij de marine. Na de snelle nederlaag, die uitmondde in de collaboratie van de Franse staat onder leiding van maarschalk Philippe Pétain - een hoofdstuk waar Frankrijk nog altijd mee worstelt - belandde Gautier in Engeland. Hier kon een deel van de Franse vloot eenvoudig in veiligheid worden gebracht. "De oorlog was verloren en we hadden geen idee van wat er zou volgen. De onzekerheid over het vervolg was totaal."

Voor Gautier, die opgroeide in het Bretonse Rennes als zoon van een huisschilder en een huisvrouw, was het vanzelfsprekend om zich aan te sluiten bij de Vrije Fransen van generaal Charles de Gaulle. De Gaulle zette als zelfbenoemde vrijheidsstrijder de oorlog voort vanuit Londen na een legendarische radiotoespraak waar Gautier een paar dagen later over hoorde. "Ik deed het uit liefde voor het vaderland, we konden het er niet bij laten zitten", zegt de moeizaam sprekende Gautier.

Commandotroepen
Gautier nam deel aan campagnes in Afrika en het Midden-Oosten en meldde zich in mei 1943 als vrijwilliger voor wat toen een nieuw fenomeen was; commandotroepen. Ze waren in 1940 door Winston Churchill bedacht om gevaarlijke verkennings- of vernietigingsmissies achter de vijandelijke linies uit te voeren. De Fransen kregen hun eigen commando onder Britse vlag. 177 man, van wie sommigen nog nooit in Frankrijk waren geweest, kregen zo de kans de eer van hun land te redden.

In het Schotse Achnacarry moesten de Fransen met vrijwilligers uit onder meer Nederland (zie kader) België, Noorwegen en Polen tonen dat ze een groene baret waard waren. Een training van zes weken vol ontberingen en gevaar. "Het was niet mis", herinnert Gautier zich. "We moesten bijvoorbeeld binnen een uur 11 kilometer lopen met bepakking, we trainden op een meer hoe we aan land moesten gaan, er werd geoefend met echte kogels en explosieven. Daar vielen ook behoorlijk wat doden bij, maar niet bij ons. We waren bloedfanatiek, omdat we thuis onder de voet waren gelopen. We wilden de Britten laten zien dat wij heus konden vechten."

Kieffer-commando
Na de ruige Schotse stage werd het Kieffer-commando, genoemd naar de initiatiefnemer, de bankier Philippe Kieffer, naar een gigantisch kamp overgebracht waar troepen voor de landing werden vastgehouden. "Niemand kon er uit, vanaf dat moment dachten we: nu gaat het gebeuren."

Léon Gautier als jonge marinemanBeeld afp
Beeld Trouw

Geheim
Datum en plaats van de landing werden geheim gehouden, Gautier en zijn kameraden kregen alleen blinde kaarten en maquettes te zien. De havenstad Caen werd Singapore genoemd. "Sommige jongens die hier uit de buurt kwamen herkenden de kustlijn van Ouistreham natuurlijk wel. Er werd gevraagd of ze hun mond wilden houden. De keus voor Normandië werd gemaakt omdat Nederland en België te dicht bij Duitsland lagen en het kanaalgebied te zwaar versterkt was omdat de vijand ons daar verwachtte."

Het Kieffer-commando kreeg de eer om als eerste aan land te gaan op Sword Beach, het meest oostelijk gelegen invasiestrand. Doel was het innemen van een bunker en het casino van Ouistreham, dat de vijand als hoofdkwartier gebruikte. Bang is Gautier nooit geweest. "Het was net een oefening in Achnacarry. Het werd natuurlijk wel anders toen wij de Duitsers zagen, maar veel tijd om daar over na te denken was er niet."

De Fransen verloren tien man op 6 juni. Er zouden er nog dertig volgen in de weken durende Normandische campagne die volgde. "Dat was veel erger dan de gevechten op het strand, de tegenaanvallen van de Duitsers."

Ouistreham
Na de oorlog werkte Gautier als carrosseriebouwer lange tijd in Groot-Brittannië, waar hij zijn vrouw Dorothy al in de oorlog had ontmoet. Begin jaren zestig keerden ze terug in Frankrijk. "Het werd Ouistreham omdat ik voorzitter werd van de veteranenvereniging van het Kieffer-commando."

Grote trots van de Gautiers is hun kleinzoon Gérard, die ook commando is geworden. Aan de muur hangt een foto van Gérard met zijn arm om zijn opa, allebei hebben ze hun groene baret op. "Hij is op missie geweest in Afrika", zegt Dorothy. Gautier gebaart. "Dat mag je niet zeggen! Zijn opdrachten moeten geheim blijven, hij zit bij de forces spéciales, daar praat je niet over."

Gérards moeder Jacqueline is inmiddels ook aangeschoven. "Toen Gérard vier was, stond hij hier in Ouistreham voor het Kieffer-monument. Hij salueerde en zei toen al dat hij ook commando wilde worden, net als opa."

Léon GautierBeeld afp

Nederlanders en D-Day
Nederlanders kwamen op de stranden van D-Day niet in actie. Wel was er Nederlandse steun vanaf zee, hier lagen onder andere de kanonneerboten Soemba en Flores - bijgenaamd de terrible twins - en vanuit de lucht. De Prinses Irene Brigade, die voortkwam uit de troepen die in 1940 konden ontkomen en Engelandvaarders die zich daar later bij voegden, zette op 8 augustus voet aan wal in Normandië, onder bevel van Albert Cornelis de Ruijter van Steveninck. De brigade bevrijdde later het stadje Pont-Audemer tussen Rouen en Le Havre. De Nederlandse commando's die Gautier in Schotalnd leerde kennen - 25 man - waren vrijwilligers van de Prinses Irene Brigade. Zij werden aan het einde van de oorlog ingezet in Azië.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden