Cynisme heerst over hulp Nederland aan Suriname

De 3,5 miljard gulden die Nederland aan Suriname toekende na de onafhankelijkheid van 1975 is bijna op. De moeizame jaren, het politieke gekibbel, de deceptie en zwartkijkerij voeren de boventoon, met name in de oud-kolonie. Maar zonder de middelen had Suriname het nooit gered.

Oud-minister Ricardo van Ravenswaay weet alles van de emotionele, teleurstellende en negatieve toon die in Suriname anno 2011 het debat over de liefst 36 jaar durende ontwikkelingsrelatie met Nederland bepaalt.

"Op de middelbare school schreef ik een scriptie over het mislukte project West-Suriname dat met Nederlandse ontwikkelingshulp zou worden gerealiseerd", herinnert Van Ravenswaay zich. "Dat het een drama voor Suriname was, wat er allemaal niet misging, het werd ons met de paplepel ingegoten. De conclusie stond bij voorbaat vast en dat is allesbehalve veranderd", vertelt de laatste van zeven bewindspersonen van Planning en Ontwikkelingssamenwerking in Suriname. Het departement valt nu onder Financiën.

West-Suriname, een groots plan dat het bauxietrijke Bakhuysgebergte in het bosrijke binnenland moest ontsluiten, staat in het collectieve Surinaamse geheugen synoniem voor de mislukte investeringen van Nederland in postkoloniaal Suriname. De spoorlijn bij het dorp Apoera loopt, cynisch gezegd, van 'niets naar nergens'.

De stuwdam bij Kabalebo, die energie moest leveren voor de verwerking van bauxiet tot aluminium, kwam er niet: bauxietondernemingen toonden weinig interesse omdat winstgevende exploitatie onmogelijk zou zijn. 200 miljoen gulden ging in rook op ('Naar buitenlandse planners en aannemers!'). De spoorlijn, inclusief locomotieven, liggen er vandaag vervallen en verlaten bij.

Surinaamse media verwoorden geregeld de wrange wrok die in het voormalige wingewest heerst, nu de geldstroom bijna is opgedroogd. Krantenkoppen als 'Nederlands ontwikkelingsbeleid werkte averechts', 'Nederland ondermijnde ontwikkelingshulp' en 'Suriname profiteerde nauwelijks' zijn gemeengoed.

In columns weerklinkt dezelfde toon. De Nederlands-Surinaamse publicist Sandew Hira smaalt midden juni op de toonaangevende nieuwssite Starnieuws: 'Heeft de hulp uit het verleden wel zin gehad? Het antwoord is simpel: nee. Er is veel geld gestopt in onderzoek naar hoe Suriname het beste door buitenlandse maatschappijen kon worden geëxploiteerd. Degene die het meest geprofiteerd heeft van de zogenaamde ontwikkelingshulp was niet Suriname, maar de buitenlandse bedrijven.'

Rapporten over de ontwikkelingsrelatie hebben steevast titels als 'Drie miljard verwijten' (2004) of 'Een belaste relatie' (2003). De conclusies zijn niet mild.

Een voorbeeld uit 'Een belaste relatie', de laatste grote evaluatie van tien jaar terug, ten tijde van minister Herfkens (ontwikkelingssamenwerking) en haar ambtgenoot Raghoebarsing: "Tegenover de enkele successen staan de vele hele en halve mislukkingen en de programma's en projecten waarbij men in ieder geval vraagtekens plaatst", schreven de Utrechtse hoogleraar Dirk Kruijt en de Surinaamse ingenieur Marion Maks. De resultaten noemen ze mager en het is verbazingwekkend dat 'zoveel megaprojecten in uitvoering zijn genomen op basis van zoveel ruzies en zulke dunne dossiers'.

De soep wordt echter niet zo heet gegeten als opgediend, denkt zowel Van Ravenswaay als socioloog Marten Schalkwijk, directeur van het onderzoeksinstituut van de Anton de Kom-universiteit in Paramaribo. "Het probleem is dat de relatie een icoon mist", zegt Schalkwijk. "In Suriname kunnen we geen groot gebouw, bedrijf of project aanwijzen en zeggen: dát is nu honderd procent met de verdragsmiddelen gerealiseerd."

China pakt het slimmer aan. Het Surinaamse ministerie van buitenlandse zaken in hoofdstad Paramaribo werd met Chinees geld gebouwd, de grootste sporthal van het land (Anthony Nesty Sporthal, naar de enige olympische gouden-medaillewinnaar van Suriname) met Chinees geld gerenoveerd.

Een andere cruciale misser is volgens Schalkwijk het politiseren van de samenwerking en de geldstromen. Na de Decembermoorden in 1982 door het regime van Desi Bouterse en na de Telefooncoup van 1990 werd de hulp eenzijdig door Nederland stopgezet. "Projecten kwamen stil te liggen, er was sprake van massale kapitaalvernietiging. Vervolgens is de ontwikkelingshulp vanuit Nederland als politiek instrument gebruikt. Dat gaf veel irritatie. Daardoor is het zo gevoelig geworden. Suriname kan zo niet eerlijk evalueren. Er komt altijd emotie bij kijken."

Toch zijn er wel degelijk voorbeelden van ontwikkelingsgeld dat in het afgelopen decennium goed werd besteed. De gerenoveerde, herrezen grootste houten kathedraal van Zuid-Amerika heropende vorig jaar haar deuren, het St. Vincentiusziekenhuis wordt opgeknapt.

In het district Coronie (ten westen van Paramaribo) wordt een zeedijk aangelegd. De landingsbaan van vliegveld Zorg en Hoop is verlengd, een radiotherapeutisch centrum staat in het Academisch Ziekenhuis, er zijn studiebeurzen, er wordt gewerkt aan een nieuw hoofdbureau voor de politie.

Kunsttentoonstellingen en theaterproducties zien het levenslicht; dat alles (gedeeltelijk of volledig) met Nederlands belastinggeld. In de jaren negentig diende zelfs Staatsolie, Suriname's nationale trots (met de slogan 'geloof in eigen kunnen'), een aantal projectvoorstellen in. In totaal ontvangt de onderneming 35,3 miljoen euro voor onder meer de financiering van een raffinaderij.

Met Nederlands ontwikkelingsgeld werd twee jaar terug nog een schuld aan Brazilië uit de jaren tachtig afgelost: ruim 35 miljoen euro stroomt van Den Haag via Paramaribo naar Brasilia, terwijl de restanten (32,4 miljoen euro) door Suriname's grote zuiderbuur worden kwijtgescholden. Dat geld wordt gebruikt voor verbetering van luchthaven Zanderij en asfaltering van een weg bij het westelijke grensplaatsje Nickerie.

Twee jaar eerder werd met de verdragsmiddelen een lening van 72 miljoen euro kwijtgescholden, die was aangegaan om de Centrale Bank van Suriname weer op poten te krijgen na de zware economische malaise eind jaren negentig.

Waar komt die negatieve toon dan toch vandaan? In Suriname is het vaak niet duidelijk wat precies wordt gerealiseerd met het geld. De miljoenen komen linea recta terecht op de Surinaamse begroting, voor pers en publiek is het veelal onduidelijk waarvoor het Nederlandse belastinggeld wordt ingezet.

Bovendien opereert de Nederlandse ambassade vaak op de achtergrond: bemoeienis met en inmenging in politieke besluitvorming ligt nog altijd gevoelig. Tegenstanders trekken de sentimentenkaart: een voormalig kolonist die slavernij bracht, kan nooit genoeg doen om het verleden te doen vergeten.

De grootste optimist moet toegeven dat er miskleunen zijn gemaakt. De Algemene Rekenkamer concludeerde in 1982 dat sprake is van inadequate planning, inconsistent beleid, onvoldoende wetgeving en een gebrekkig sociaal-economisch kader.

Maar: alle ontwikkelingsrelaties kennen hun 'witte olifanten'. En, zegt Van Ravenswaay: "Wij Surinamers hebben altijd hoge verwachtingen gehad van de hulp, terwijl het meer moest worden gezien als steuntje in de rug. Ontwikkeling komt uit jezelf. Wie ervan uitgaat dat we met 3,5 miljard gulden plotseling op het niveau van een welvarend land zouden komen, is niet goed wijs."

"Laten we de zaak eens omdraaien", suggereert de oud-minister. "Toen de hulp stopte en er geen geld meer werd overgemaakt vanuit Nederland, ondervonden we de gevolgen aan den lijve. Toen moesten we thuis bezuinigen op wc-papier omdat dat schaars was. Moet Suriname er zo uitzien? Die vraag is nooit gesteld. We zijn maar snel teruggegaan naar democratie en stemden de militairen weg (bij de verkiezingen van 1987 leed de NDP van legerleider Bouterse een grote nederlaag, red.). Trots kent ook zijn grenzen. We hebben nog altijd referenties: kijk naar buurland Guyana en veel andere landen in het Caribisch Gebied. We staan er niet slecht voor en de financiering uit Nederland heeft daar gedeeltelijk voor gezorgd."

Schalkwijk vult aan: "Het beeld in Suriname bestaat dat er niets is gebeurd, maar voor de kredietwaardigheid van Suriname was de hulp essentieel. Wanneer die stopte, viel het vertrouwen in de Surinaamse economie weg en was er hoge inflatie."

Van Ravenswaay: "Er ligt veel druk op de relatie tussen Suriname en Nederland, onder meer vanwege de negatieve interpretatie van de verdragsmiddelen."

De laatste gelden zijn inmiddels vastgezet in projecten, in 2008 was er voor het laatst een officiële ministeriële tête-à-tête tussen Ricardo van Ravenswaay (Suriname) en Bert Koenders (Nederland) om het uitzetten van het geld te versnellen.

Van Ravenswaay: "Natuurlijk zijn er momenten van spanning geweest, omdat Nederland bijvoorbeeld plots het overmaken van gelden eenzijdig staakte wanneer ons jaaroverzicht niet op tijd klaar was. Maar dat was binnen een dag opgelost. Dat kan storen, maar je moet er ook over kunnen praten. Ik had altijd alle medewerking vanuit Den Haag."

De relatie tussen Suriname en Nederland - die het afgelopen decennium zakelijker en 'normaler' werd - bekoelde sterk na de inauguratie van de in Nederland omstreden president Desi Bouterse vorig jaar augustus. Hoe nu verder, is de grote vraag.

De Nederlandse regering heeft al bekendgemaakt dat alle ontwikkelingshulp aan Suriname in de toekomst stopt, als onderdeel van een kabinetsbesluit over het buitenlandbeleid in het algemeen. Na het zomerreces stuurt minister Rosenthal van buitenlandse zaken de nieuwe Surinamenotitie naar de Tweede Kamer, waarin de nieuwe strategie voor het oude wingewest is uitgewerkt. Desi Boutere heeft aangekondigd liever met andere landen, zoals China en Venezuela, in zee te gaan.

Geen verstandige koers, vindt Schalkwijk. "Vergelijk het met de relatie tussen Indonesië (de andere Nederlandse oud-kolonie) en Nederland. Die hebben oorlog gevoerd en na lange tijd kunnen zij normaal met elkaar omgaan. Suriname moet in staat zijn datzelfde te realiseren. Nederland is belangrijker voor Suriname dan Suriname voor Nederland. Dat weigert Suriname vaak in te zien. Want waar gaan meeste vakantiegangers en studenten vanuit Suriname naartoe, waar komt het intellectuele kader vandaan en de financiële steun die Surinaamse familieleden in Nederland opsturen? Dat is belangrijk voor ons. Je moet die relatie niet negeren zoals huidige politici dat grappenderwijs doen. Je hebt elkaar iets te bieden, bijvoorbeeld op onderwijsgebied, we spreken allemaal Nederlands."

"Het laten opdrogen van de ontwikkelingshulp is mogelijk het grootste geschenk dat Nederland Suriname ooit kon geven", speechte Bouterse opgetogen tijdens zijn bezoek aan de Surinaamse gemeenschap in New York vorig jaar september. Van Ravenswaay: "Ik ben het met Bouterse eens als hij beweert dat het einde van de afhankelijkheid goed is voor Suriname. Tussen donor en ontvanger bestaat altijd ongelijkheid. Voor een volwassen relatie met Nederland is het verdrag van 1975 een sta-in-de-weg.

"Suriname zou echter gek zijn om Nederland de rug toe te keren. Dat zou niet eens kunnen, want één op de drie Surinamers woont in Nederland. Wat mij betreft is er nog altijd een goede basis om te gaan nadenken over een nieuwe weg die we samen kunnen inslaan."

'Geen partnerland meer, maar band blijft bijzonder'
Tijdens de onderhandelingen in de aanloop naar de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 werd door Nederland 3,5 miljard gulden (1,6 miljard euro) toegezegd voor 'welvaartsontwikkeling en economische zelfstandigheid' voor de nieuwbakken Zuid-Amerikaanse republiek. Al snel bleek het ambitieuze tijdspad van tien tot vijftien jaar, door Suriname bepaald, niet haalbaar. Driemaal wordt de geldstroom gestopt: tussen 1982 en 1988 (na de Decembermoorden van het militaire regime van Desi Bouterse), na de Telefooncoup van 1990, tot mei 1991, en in 1997 onder president Jules Wijdenbosch, die niet met Nederland in discussie wil. In 2005 werd afgesproken dat de relatie in vijf jaar tijd zou worden afgebouwd. In 2010 was nog 45,5 miljoen euro over. Dat is naar verwachting eind 2012 geïnvesteerd. "Suriname is geen partnerland meer, maar de bijzondere band blijft", meldde de Nederlandse overheid midden maart.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden