Cynische glittershow Zelden gespeeld stuk van Wedekind zorgvuldig geënsceneerd - theater

Toernee t/m 1-12 door het hele land.

HANNY ALKEMA

Judith Lansink heeft voor 'De Markies van Keith' (1901), een weinig gespeeld stuk van Frank Wedekind dat dit weekeinde in de Arnhemse Schouwburg in première ging, een decor ontworpen dat na die retorische vraag van het ene moment op het andere verkeert in een toonbeeld van onttakeling. Het ontbreken van meubels wekt niet meer de indruk van voorname soberheid, maar van armoe. Met een uitgekiend kleur- en materiaalgebruik, versterkt door het lichtontwerp van Henk van der Geest, weet Lansink de blik van het publiek te manipuleren. Om de hoek van de hal vermoed je niet eens meer een kapstok, maar een spijkertje in de muur.

De vormgeving geeft een geraffineerd visueel voorschot op het artistieke uitgangspunt van deze enscenering: alles is schijn. Leonard Frank, die het stuk bij zijn gezelschap Theater van het Oosten regisseert, voert dit principe zover door, dat aan het cynisme ervan niet te ontkomen is. Elk personage wordt genadeloos van zijn voetstuk gekieperd.

Het effect is dat zelfs de zorgzame, zelfopofferende vrouw (Anita Donk) van de titelpersoon zulke zoetsappige, larmoyante trekjes krijgt, dat haar zelfmoord niet eens een emotie of schok veroorzaakt. Geen wonder dat Keith dan het geld, dat de steenrijke Casimir met de aansporing 'wegwezen' in zijn mond heeft gestopt, verkiest boven een roemloos einde door het pistool. Eerder heeft hij zich immers al even weinig aan haar gelegen laten liggen. Haar liefdevolle getob was voor hem net zo vanzelfsprekend als zijn eigen gestoei met zijn minnares in haar bijzijn.

Levensgenieter

Achterbaks is hij zeker niet. Keith, die zich overigens zelf met de titel markies heeft versierd, is het prototype van de levensgenieter die zich van niemand en niets iets aantrekt. Met geld omgaan kan hij niet, maar hij is gul en borrelt over van ideeën om morgen het grote geld te maken. Op zulk gedrag tippelen mensen als vliegen op de stroop. Zeker nu hij in zijn huidige woonplaats München het prijsplan heeft gelanceerd voor een Paleis voor Schone Kunsten, waar de commercie kan profiteren van de inspirerende uitstraling van de kunst.

Het opportunisme en profiteurschap van alle nieuwe vrienden en belanghebbenden wordt door Wedekind onthullend getekend. Leonard Frank doet daar nog een schepje bovenop door hun kleinheid te accentueren. Tegen zijn bedoeling in, vermoed ik, worden ze echter minder gevaarlijk.

Financier Casimir (Jan van Eijndthoven), die vooral ter verhoging van zijn eigen status Keiths minnares/zangeres Anna een huwelijksvoorstel doet, haalt tijdens zijn obligate lofzang op haar representatieve robe een plastic zakje met een bruine lunchboterham tevoorschijn. Die heeft zijn geld met vrekkigheid en schraapzucht vergaard, weten wij dan, en tegelijk daalt hij in onze achting als een stijlloos manneke.

Het consequente acheruitloopje van Hans Leendertse als de politiecommissaris maakt hem vooral tot een wat zielige, onderdanige hielenlikker. Het parvenuachtige optreden van jeugdvriend Scholz (Han Römer), die Keith en diens minnares zowat aanrandt om de zo begeerde levenslust uit hen te vreten, haalt hem onderuit als een lachwekkende parasiet. De enige die een doortrapt evenwicht heeft gevonden in de bizarre mengeling van slapstick en eigenbelang, is Elja Pelgrom als minnares Anna. Anna is aanhalig en confronterend; in Pelgroms vertolking pruilend lichtzinnig met een doeltreffend koket geplaatst, zeer hooggehakt been, en meedogenloos zakelijk, zoals zij met een scherpe stembuiging Scholz' aanzoek pareert met “Wat is uw aanbod?”

Pelgrom heeft, natuurlijk ook dankzij hun gedeelde artistieke verleden bij toneelgroep Baal, Leonard Frank het best aangevoeld. Met een knipoog naar de lesbische aanbidster van Wedekinds Lulu (in 'De doos van Pandora') krijgt Anna's opportunistische liefdesleven zelfs een erotische verklaring in haar relatie tot het eigenzinnige dienstertje Simba: zij poetst Simba's tanden, een tedere handeling vergeleken met haar flirttrucjes bij Keith en de andere heren. Pelgroms spel is lucide, laat de toeschouwer door de banaliteit van zo'n handeling heen kijken. Haar tegenspeelster, de jonge actrice Susan Visser (Simba), toont in een paar mooie slapstick-acts affiniteit met dat genre.

Overigens heeft de voorstelling een hoog Baalgehalte, met Pelgrom en Römer in twee van de belangrijkste rollen, met de tussen de bedrijven door geweven muziek van Willem Breuker, met de vormgeving van Lansink en de kostuums van Leonie Polak. Die laatste laat in haar ontwerpen al iets doorschemeren van de frivole charlestonmode uit het midden van de jaren twintig - Frank laat het stuk in periode spelen - waarin straks de eerste bezoekers van het zonder Keith gerealiseerde Paleis voor Schone Kunsten zich vast zullen kleden.

'De Markies van Keith' is een uiterst zorgvuldig geënsceneerde voorstelling. De uitbundige glitter van aankleding en belichting dient enkel als metafoor van het wereldje dat zich graag koestert in de uitstraling van kunsten, mits voldaan is aan een ruime behuizing voor het restaurant in dat Kunstpaleis. De show krijgt van Frank geen kans om door te breken, krijgt eerder een wat stuurs karakter, bijvoorbeeld doordat een polonaise verstilt tot pantomime.

In die cynische benadering voelt Theo Pont zich als Keith kennelijk als een vis in het water. Hij wentelt zich zo onbekommerd in deze bedrieglijke wereld, dat Keith zelf ook een bedrieger wordt, het tegendeel van een tragische figuur. Als hij tenslotte afgaat, zonder twijfel nieuwe avonturen tegemoet, voel ik me in de steek gelaten zonder een heilzaam tegengif voor alle bitterheid en krijg ik met moeite mijn handen op elkaar. Als dat de consequentie is van Franks opzet, inleving te verhinderen, dan verzet ik me daartegen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden