Cybersalafist negeert imam

Interview | Dankzij internet zijn bronteksten van de islam voor iedereen beschikbaar. Volgens onderzoekster Carmen Becker speelt dat het salafisme in de kaart.

Binnen de islam is een stille revolutie gaande. Die revolutie heet internet. Politicologe en religiewetenschapper Carmen Becker (35) promoveerde recent aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Ze onderzocht hoe salafistische jongeren via internet hun geloof vormgeven. Tientallen Nederlandse en Duitse websites struinde ze af. "Het is te vroeg om exact te zeggen wat de komst van internet heeft betekend", aldus Becker. "Maar de gevolgen zijn moeilijk te overschatten."

Ze wijst naar de uitvinding van de drukpers in de zestiende eeuw. Voor het eerst werden toen vertalingen van de Bijbel onder het hele volk verspreid. De leek kon, los van de kerk, zélf de Bijbel lezen. "Zoiets brengt het internet ook bij de islam teweeg. De doorsnee moslim heeft voor het eerst niet alleen rechtstreeks toegang tot de Koran, maar ook tot de Hadith en de geschriften van de grote geleerden uit de geschiedenis - al die teksten zijn gedigitaliseerd. Met een simpele muisklik kun je hele bibliotheken tegelijk doorzoeken. Opeens valt de tussenlaag van imams en theologen weg. Niet dat zij er niet meer toe doen, maar internet heeft wel een enorm ondermijnend potentieel voor het traditionele religieuze gezag."

Het is een ontwikkeling die het salafisme in de kaart speelt, meent Becker. Deze stroming wil terug naar de 'pure' begintijd van de islam en keert zich tegen latere aanpassingen. Terug naar de bronnen, luidt de strijdkreet. Becker: "Internet maakt dat mogelijk. Dat geeft een enorme dynamiek. Als een gerespecteerde theoloog iets zegt, dan wordt dat in de chatrooms die ik bezocht niet automatisch voor waar aangenomen. Er volgt een discussie: klopt het wel met wat er in de Koran staat? Ze gaan dan echt zelf op zoek."

Daar houdt het zelfstandig willen nadenken trouwens ook meteen weer op, want 'innovatie' - bid'a - is een van de ergste scheldwoorden dat je een salafist naar het hoofd kunt slingeren. Becker: "Ik noem het een voetnotencultuur: je moet alles wat je beweert met een brontekst staven. Heb je die eenmaal, dan is het ook einde discussie. Je moet de Koran letterlijk lezen en niet in twijfel trekken. Kun je niet met een brontekst op de proppen komen, dan krijg je hoon over je uitgestort, en riskeer je zelfs van het forum te worden verstoten."

De circa dertig chatrooms die Becker onderzocht zijn niet via Google te vinden. Om ze op het spoor te komen, bezocht ze moskeeën en woonde ze lezingen bij. "Ik investeerde veel in mijn offline-contacten. Ik gebruikte altijd mijn echte identiteit en stelde me meteen als onderzoeker voor. In de chatrooms vroeg ik netjes aan de moderator of ik mee mocht doen. Omdat ik geen islamitische naam gebruikte, begonnen ze me al snel te herkennen - het is een klein wereldje. Maar het duurde ruim een jaar voordat ze me begonnen te vertrouwen."

Het gangbare beeld is dat salafisten op internet radicaliseren. Klopt dat?

"Ik merkte daar niet veel van. Maar het was ook niet het frame waarmee ik de jongeren benaderde, omdat je dan uitgaat van een negatieve vooronderstelling. Ik vind dat ook te simpel. Waardoor radicaliseert iemand? Je kunt een djihadistische tekst lezen maar daardoor ben je nog niet meteen geradicaliseerd - net zo min als iemand die een gewelddadig computerspel speelt ook meteen agressiever wordt. Ik ontken niet dat er extremistische elementen zijn onder Nederlandse salafisten. Maar ik durf wel te stellen dat de meesten geen geweld zullen plegen. Daarvoor voelen ze zich toch te veel een onderdeel van de samenleving."

Wat doen ze dan op die online ontmoetingsplekken, als ze er niet radicaliseren?

"Ze beleven er hun religie, net zoals ze dat offline ook doen. Veel salafisten zijn de enigen in hun omgeving. Waar moet je heen met praktische geloofsvragen? Een forum biedt uitkomst. Vaak gaat het dus over kwesties als: 'Ik wil werken in een restaurant waar alcohol wordt geschonken. Mag dat?' Of: 'Ik ben een vrouw en wil acteren in een film. Mag dat?' Verder bidden ze samen of ze luisteren naar speeches van salafi-predikers. Daarvan heb je er in Nederland, schat ik, een stuk of tien. Het zijn charismatische figuren, net als hun volgelingen derde generatie-migranten van rond de dertig jaar oud, die online-lezingen houden op chatrooms. Tijdens die sessies zijn ze warm en vriendelijk, ze geven hun mobiele nummer en beantwoorden geduldig vragen.

"Sowieso gaat alles er heel beleefd aan toe. Voor ongelovigen, die soms via vrienden binnenkomen, zijn ze nóg vriendelijker. Ze doen dan ontzettend hun best. Ik heb vijf online-bekeringen meegemaakt van mensen met een niet-islamitische achtergrond. De bekeerling spreekt zijn geloofsbelijdenis uit via een microfoon. De anderen in de chatroom luisteren toe en juichen daarna uitbundig. Een van deze bekeerlingen heb ik later in real life ontmoet. Het was geen impulsieve daad, hij was bloedserieus."

Nog even over dat radicaliseren. U zegt dat u daar niets van zag, maar hoeveel zag u precies? Ze kijken wel uit om extremistische dingen tegen een niet-islamitische academicus te zeggen, lijkt me. Hoe 'authentiek' waren de chatsessies die u bijwoonde?

"Natuurlijk zie je als onderzoeker niet alles, maar je krijgt wel oog voor de nuances. Van buiten zien salafisten er allemaal hetzelfde uit. Ze roepen enge dingen over sharia en djihad. Dat klinkt bedreigend. Wie nauwkeuriger kijkt, ziet dat er verschillende stromingen zijn. Kijk, wat ze allemaal delen is een nadruk op de 'eenheid van Allah'. Dat staat centraal. Alleen Allah heeft het voor het zeggen. Gehoorzaamheid aan een niet-islamitische regering vinden ze een vorm van afgoderij: je stelt het volk op de plaats van Allah. Dus ja, ze zijn anti-democratisch. Maar daaraan verbinden ze niet allemaal dezelfde consequenties. Ik maakte lange discussies mee over de vraag of je als moslim in Nederland wel of niet moet stemmen, dat was geen uitgemaakte zaak. De meesten salafisten willen niet met geweld het kalifaat oprichten, en zeker niet nu al. Ze zijn isolationistisch. Ze trekken zich terug uit de samenleving. Dat wil overigens niet zeggen dat ze apolitiek zijn. Ze hebben wel degelijk ideeën over hoe de maatschappij eruit moet zien, maar richten hun aandacht op het bekeren van zo veel mogelijk mensen. Pas als er een kritische massa is, willen ze tot actie overgaan."

Dat klinkt niet echt geruststellend. Hoe moet de overheid met deze groep omgaan?

"De Nederlandse overheid doet het aardig goed, vind ik. Beter dan de Duitse of de Belgische. Daar zie je alleen maar repressie. Dat lijkt me gevaarlijk: mensen grijpen sneller naar geweld als ze zich in een hoek gedrukt voelen. De Nederlandse overheid zet in op contact met sociaal werkers onder salafisten. Zo krijgen ze een goed beeld van de groep."

En ondertussen reizen tientallen Hollandse jongens naar de slagvelden van Syrië.

"Ja, maar hoe kun je dat voorkomen? Door alle chatrooms en fora te verbieden? In Duitsland treedt men preventief op, maar daarmee jaag je ze volgens mij alleen maar tegen je in het harnas. Je moet deze jongeren scherp in de gaten houden, maar je kunt ze niets verbieden zolang ze binnen de wet blijven. Vrijheid van godsdienst is een groot goed.

"Overigens wordt in een rapport van de AIVD uit 2011 opgemerkt dat veel mensen die vijf of zes jaar geleden nog radicale taal uitsloegen gematigder zijn geworden. Het leven is er overheen gegaan. Ze trouwen, krijgen kinderen, de scherpe kanten gaan ervan af."

U maakt zich weinig zorgen, lijkt het. Hebt u zich niet een beetje laten inpalmen?

"Veel van hun opvattingen staan haaks op de mijne, maar het was toch mogelijk om met ze te communiceren. Dat verraste mij. We maakten zelfs grapjes met elkaar - een misverstand over salafisten is dat ze geen humor hebben. Ik voelde soms haast sympathie. Maar me laten inpalmen? Nee. Daarvoor bleef de afstand te groot. Ze deden net alsof niet-gelovigen niks geven om hun gezin en er totaal geen normen of waarden op nahouden. Alsof zij de enigen zijn die ethisch leven. Daar kon ik heel boos om worden."

Ontworteld
Nederland telt naar schatting enkele duizenden salafisten. Volgens Carmen Becker gaat het om jongeren uit migrantenfamilies die hier zijn opgegroeid, maar zich vaak niet geworteld voelen. "Dat is typerend voor tweede of derde generatie-migranten. Het land van hun ouders of grootouders voelt voor hen niet als thuis. Het land waarin ze opgroeien evenmin. De cyberislam is een manier om een identiteit te vormen, authentiek te zijn, los van traditionele gezagsdragers of ankerpunten - los van het vaderland, het gezin of de moskee."

Het salafisme ontstond in de negentiende eeuw, maar had toen nog geen radicale lading. Salaf betekent zoiets als voorouder. De salafisten van het eerste uur probeerden in de begintijd van de islam aanknopingspunten te vinden om het hoofd te bieden aan de westerse cultuur. Veel later ontstonden er grofweg twee stromingen. De ene meed de boze buitenwereld, de andere wilde die wereld veranderen. In Nederland verviel de Hofstadgroep begin deze eeuw tot terreur. Het waren jongeren die ook radicale moskeeën te slap vonden en hun eigen thuisdiensten hielden. De breuk was compleet toen de radicale Haagse imam Fawaz Jneid de politie inlichtte over de Hofstadgroep.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden