Cursus Journalistiek in Iran / Zelfcensuur is óns Stockholmsyndroom

Twee Nederlands journalisten konden als eerste westerlingen een cursus journalistiek geven in Iran, waar de persvrijheid zwaar onder druk staat. Midden-Oosten-redacteur Judit Neurink doet verslag.

Al zes jaar heeft Isa Saharkhiz zijn tas klaarstaan, met alles wat hij nodig heeft om naar de gevangenis te gaan. „We moeten dapper zijn en ons niet meer laten intimideren. Ik moet toch nodig wat afvallen.”

Isa Saharkhiz, journalist, glimlacht en speelt wat met de salade op zijn bordje. Hoewel het restaurant vol zit met eters, dempt hij zijn stem niet. De vorige dag heeft de bekende Iraanse journalist te horen gekregen dat hij vier jaar naar de gevangenis moet. De rechter bepaalde dat hij het ’heilige systeem’ van de islamitische republiek heeft beledigd – waarmee het leiderschap van geestelijken wordt bedoeld dat na de revolutie van 1979 door ayatollah Khomeini is ingesteld.

Maar Saharkhiz laat zich de mond niet snoeren. Gisteravond heeft hij nog olie op het vuur gegooid door tegen de BBC te zeggen dat de huidige geestelijk leider ayatollah Khamenei persoonlijk achter zijn veroordeling zit. „Hij zit achter alles in Iran”, herhaalt hij nu onbevreesd. „President Ahmadinejad komt ervoor in het nieuws, maar Khamenei trekt aan de touwtjes.”

Die ochtend heeft een geschokte Hormoes mij bij de Associatie van Jonge Journalisten in Teheran een Iraanse krant in de handen geduwd. „Mijnheer Saharkhiz moet naar de gevangenis”, wijst hij op een klein berichtje. Hormoes zorgt voor thee en koffie en de dagelijkse gang van zaken bij de cursus journalistiek, die collega Froukje Santing en ik voor Press Now in Teheran geven. Een primeur: niet eerder kregen twee westerse journalisten toestemming op deze manier hun kennis te delen met jonge Iraanse collega’s.

Dat is opvallend in een tijd dat de Iraanse overheid zich steeds wantrouwender opstelt naar - en uitlaat over - het Westen. En nu krijgt Isa Saharkhiz, die onze organisator is in Teheran, zo’n vonnis aan zijn broek. Zonder hem was de cursus niet tot stand gekomen.

In Iran is niets wat het lijkt. Je weet nooit precies hoe de overheid reageert, en die willekeur heeft ook zijn neerslag op de journalistiek. Zelfcensuur is een tweede eigenschap geworden voor veel journalisten. We zien dat bij onze cursisten aan de cryptische zinnen waarin de waarheid wordt verhuld, in het wegmoffelen van de omstreden feiten achterin een bericht. Want tal van hervormingsgezinde kranten zijn de afgelopen jaren gesloten; de meeste van onze cursisten (die gemiddeld niet ouder zijn dan 25) hebben dat al meerdere malen van nabij meegemaakt. En veel journalisten zijn naar de gevangenis gestuurd voor ongewenste publicaties, of hebben een vonnis als dat van Saharkhiz tegen zich horen uitspreken. De gang naar de gevangenis hangt als een zwaard van Damocles boven hun hoofd, om hen ervan te weerhouden opnieuw hun boekje te buiten te gaan.

Bij Saharkhiz werkt dat niet. Die roept op moedig te zijn en zijn openlijke verzet te volgen. „Ik heb het ook tegen politici gezegd. Ze moeten hun houding veranderen en duidelijk maken dat we niet vrij zijn, dat we het niet eens zijn met wat er nu gebeurt en dat we het zat zijn”, zegt hij. Volgens hem is na het vertrek van de hervormingsgezinde president Khatami, de situatie ingrijpend veranderd. „De machthebbers zijn alleen voor zichzelf bezig en brengen Iran in gevaar.”

Het bange zwijgen moet worden doorbroken, bepleit hij. Dan trekt hij een vergelijking met het Oostenrijkse meisje dat meevoelde met haar ontvoerder, die – nadat ze ontsnapte – zelfmoord pleegde. Iran wordt gegijzeld door een groep hardliners die hooguit tien procent van de bevolking achter zich hebben, zegt Saharkhiz. „Ook wij hebben last van het Stockholmsyndroom. We voelen mee met onze gijzelaars.”

Maar Saharkhiz illustreert met zijn woorden ook het dilemma van de Iraanse machthebbers. „Ergens houdt de lijdzaamheid op: als de emmer vol is”, zegt hij. „En het is onze taak om die emmer te laten overlopen.” De journalist Saharkhiz is niet te scheiden van de politieke activist, en dat geldt voor veel van onze cursisten. Politieke participatie is beperkt, parlementaire functies zijn voorbehouden aan mannen (en een paar vrouwen) die door een streng religieus comité zijn goedgekeurd. Onder Khatami ontstonden nieuwe kranten met nieuwe meningen, die gretig aftrek vonden en daarom al snel verboden werden. Ook die nieuwe kranten hielden zich vooral bezig met propaganda.

„Ik ben erg in verwarring”, zegt een van de cursisten dan ook na afloop. We hebben ze geleerd dat in nieuwsberichten, reportages en analyses hun mening niet mag doorklinken. Hoe ze beeldend kunnen schrijven, een plaatje met woorden maken. En dat ze vooral ook de mening van de burger moeten vragen. Het krantje dat we aan het eind van de cursus maken, staat vol met fraaie nieuwsreportages, dicht bij huis: hoe jongeren hun partner vinden via datingsites op internet, de nieuwe door de overheid ontwikkelde mode voor vrouwen, het gevaar van energiedrankjes.

We laten onze cursisten achter met het besef dat ze moeten kiezen. Zijn ze journalist of activist? Door de combinatie branden journalisten al snel op. „Wij hebben geen journalisten van jullie leeftijd”, laat een van de cursisten ons weten. Op de redacties komen we vooral jonge mensen tegen; menig hoofdredacteur is onder de dertig. Uit de verhalen van onze cursisten is op te maken waarom.

Een van hen laat een ochtend verstek gaan omdat ze met haar chef bij het ministerie van informatie op het matje is geroepen. Haar vrouwenblad had met foto’s getoond hoe de politie optrad tegen vrouwen die demonstreerden voor meer rechten. Dat was slecht voor het imago en dat moesten ze niet weer doen, kregen ze te horen.

Een journaliste van de krant Etamad Melli is de toegang tot het parlement ontzegd. Zij had onthuld hoeveel de parlementariërs verdienen, die zeggen dat ze zoveel zuiniger zijn dan de hervormers voor hen. Dat blijkt 5000 euro per maand te zijn – een enorm bedrag in een land waar 300 euro al een mooi salaris is.

Een andere cursiste mag geen vragen meer stellen bij de wekelijkse persconferentie van de president, omdat ze het had gewaagd hem te vragen naar een verklaring van het licht dat hij zei te zien tijdens zijn speech tot de Algemene Vergadering van de VN, eind vorig jaar.

„We hebben geleerd dat we ondanks de beperkingen, veel professioneler kunnen schrijven”, zegt een cursiste op de laatste dag over de cursus. „We gebruiken die beperkingen als excuus voor zelfcensuur.”

De reacties op de cursus zijn vooral positief. Zelfs Hadi Khamenei, de broer van de Iraanse geestelijk leider die zelf een van de kranten leidt, spreekt op de laatste dag louter waarderende woorden. Hoofdredacteuren stellen blij verrast vast hoe hun journalisten hebben geleerd kort en bondig te schrijven, wat hun kranten aantrekkelijker maakt voor de jeugdige Iraanse bevolking. Maar één keer stelt een vakbondsman dat dit in strijd is met de poëtische, Iraanse cultuur.

We staan open voor verandering, is de boodschap, als die maar positief is. Als jullie uit het Westen ons maar niets opleggen en tot niets verplichten, willen we best luisteren. Om dan zelf te beslissen wat we ermee kunnen doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden