Cultuurkritiek / Onbehagen in het mensenpark

Vlak voor de grote crisis van de jaren dertig legde Sigmund Freud de laatste hand aan zijn beroemde essay 'Het onbehagen in de cultuur'. Meer dan zeventig jaar na dato is een aantal Europese filosofen het roerend eens: een nieuw onbehagen in de cultuur dreigt; ditmaal niet veroorzaakt door het onderdrukken van menselijke instincten, maar juist door het uitleven daarvan.

Filosofen hebben in het verleden de mens vaak een dier genoemd. Maar dan wel een dier dat begiftigd is met een extra eigenschap, verstand bijvoorbeeld. Friedrich Nietzsche noemde de mens als eerste simpelweg een huisdier, geteeld en getemd, en van zijn oorspronkelijke wildheid en wreedheid ontdaan.

Freud beschreef een halve eeuw later in 'Het onbehagen in de cultuur' hoe de mens in de maatschappij zijn driften moet leren beheersen, waardoor onbehagen blijft bestaan. In plaats van een dier met een extra eigenschap, verschijnt de mens zo als een zielig dier -een tijger zonder tanden, een gedresseerde aap, een Pavlov-hond. De socioloog Max Weber omschreef het leven van het mensendier in de rationeel geordende bureaucratieën van de twintigste eeuw als het leven in een 'ijzeren kooi'.

Nietzsche, Freud en Weber waren zich alle drie bewust van een naderende crisis in de westerse samenleving. Nietzsche voorspelde de ongekende slachtpartijen en wreedheden van de twee wereldoorlogen, terwijl Freud en Weber de sluimerende onvrede herkenden in het pre-hitleriaanse tijdperk, en de dreiging die daarvan uitging. ,,Het interessantste aan 'Het onbehagen in de cultuur', is niet iets theoretisch'', zei de Franse filosoof Edgar Morin onlangs in een interview met Le Figaro. ,,Freud beschreef, drie jaar voor Hitlers greep naar de macht, het verborgen gezicht van het groeiende gevaar. Freud voorzag dat het hele continent zich in een afgrond dreigde te storten.''

Morin: ,,Maar wie Freud vandaag de dag herleest, ziet ook de afstand die hem van ons scheidt. Er is een nieuw onbehagen in onze cultuur. Dit komt niet voort uit het onderdrukken van onze instincten. De technische en materiële ontwikkeling is hand in hand gegaan met een psychische en morele onderontwikkeling. Onze beschaving bevordert niet alleen individualisme, maar ook excessen van egocentrisme en hedonisme, die bestaande gemeenschappen uit elkaar doen vallen.''

Morin borduurt in hetzelfde interview voort op Webers ideeën over 'de onttovering van de wereld' en de mens in zijn 'ijzeren kooi'. Ook het geloof in de vooruitgang is, volgens Morin, nu verdwenen, maar de verdinglijking van de mens, de bureaucratisering van de maatschappij, en de mechanisering van ons wereldbeeld, zijn geglobaliseerd. Overal stuit de opmars van dit gerationaliseerde 'mensenpark' op verzet. Hier in het Westen uit zich dat verzet vooral in een vlucht: we willen weg, op vakantie, op avontuur, we willen eruit, uitgaan in het weekeinde, en 'uit ons dak'.

De media helpen ons op deze vlucht. Zij bieden ons de infotainment aan, waardoor wij ons even aan de saaie, overgeorganiseerde werkelijkheid kunnen onttrekken. Achter het beeldscherm vergeten we dat we al uren achter een scherm zitten, en zijn we opgegaan in wat de Franse denker Jean Beaudrillard de 'hyperrealiteit' noemt: een door de media gecreëerde werkelijkheid. Tv- en computerscherm worden zo de toegangspoorten tot andere werelden, waarin wij zoeken naar datgene waaraan het ons in onze onmiddellijke omgeving ontbreekt.

Maar ondanks de vele technologische vluchtmogelijkheden bleef de onvrede knagen, zoals het fenomeen Pim Fortuyn duidelijk maakte. De angst voor maatschappelijk verval -volgens Morin een van de belangrijkste krachten achter het 'nieuwe onbehagen in de cultuur'- bracht partijen met een conservatief programma onverwachts aan de macht.

Het eerherstel van 'normen en waarden' dat deze partijen beloven, kan nog een lastige taak worden, waarschuwde de Duitse denker Peter Sloterdijk in het najaar van 1999. ,,Wie tegenwoordig naar de toekomst van humaniteit en humanisering vraagt, wil eigenlijk weten of er hoop bestaat de huidige tendens tot verwildering bij de mens de baas te worden'', zei de door Nietzsche beïnvloede filosoof in zijn omstreden lezing 'Regels voor het mensenpark'. ,,Daarbij weegt verontrustend zwaar'', voegde hij hieraan toe, ,,dat verwildering, nu als altijd, zich juist bij grote machtsontplooiing lijkt voor te doen, hetzij als directe oorlogszuchtige of imperiale bruutheid, hetzij als alledaagse bestialisering in de media van het ontremmend amusement.''

Sloterdijk: ,,Het latente thema van het humanisme is deze ontwildering van de mens. Tot het credo van het humanisme behoort de overtuiging dat mensen 'dieren onder invloed' zijn en dat het daarom beslist noodzakelijk is hen aan de juiste beïnvloeding bloot te stellen. Het etiket humanisme herinnert -in valse argeloosheid- aan de voortdurende strijd om de mens, die zich als een worsteling tussen bestialiserende en temmende tendensen voltrekt.''

Het humanisme heeft de 'beïnvloeding' niet meer onder controle, aldus Sloterdijk. De mens staat, nu de schriftcultuur zo goed als verdwenen is, aan 'ontremmende' en 'bestialiserende' invloeden bloot. De mensen lezen de lectuur niet meer die hen 'tam' moet maken. Zij zappen liever langs de beelden van voetballende godenzonen, dansende popsterren, copulerende stellen en exploderende gebouwen. Homo zappens is maar eventjes door iets geboeid, en dan alleen als het om iets extreems gaat. Sloterdijk schreef aan de redacteur van Die Zeit, die zijn lezing volgens hem moedwillig in een kwaad daglicht had gesteld: ,,Tal van journalisten, onder wie ook u, hebben de tekenen van de tijd verstaan: de kritiek is dood en getransformeerd in opwindingsproducten op de smal geworden markt van de publieke aandacht.''

Nieuwe media kweken geen globaal, humanistisch bewustzijn, zegt Sloterdijk, maar hebben 'de bestialiteiten van het amuseerfascisme van de Oudheid' doen herleven. Het 'verwilderde' mensendier ontstaat zo, bevrijd uit zijn 'ijzeren kooi', op zoek naar kicks, en niet meer bereid om naar de stem van 'de rede' te luisteren.

Het feestje in het 'mensenpark' ontspoort. Leven in een pretpark, annex dierentuin, dreigt de immer en altijd naar vermaak hunkerende mens noodlottig te worden.

Kort geleden zouden deze geluiden over het onbehagen in de cultuur snel afgedaan worden als cultuurpessimisme. Maar de intellectuele 'onheilsprofeten' vinden in een minder optimistisch tijdsgewricht meer luisterende oren. De vraag is wat wij aan moeten met dit gegroeide besef van naderend onheil. Wie of wat kan de mens nog temmen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden