Cultuurkritiek / De klant als koning van de heilige supermarkt

Het bezoeken van heilige plekken is populair. Zowel bedevaartgangers als toeristen trekken naar Rome of Jeruzalem. Ondergaat de pelgrim een metamorfose? En betekent ook de gang naar een giga-winkelparadijs een bezoek aan een 'seculiere heilige plaats', waar iets goddelijks zichtbaar wordt?

Stel je voor dat religie uit de wereld wordt verbannen'', zegt de Belgische socioloog Walter Weyns. ,,Niet alleen de institutionele godsdienst, maar elk spoor van religiositeit, van welke aard ook. In die experimentele wereld leven mensen die menen dat niets hun wereld te buiten of te boven gaat. Ze slapen, werken en ontspannen zich, net als wij, maar nooit komt het bij hen op dat hun wereld deel uitmaakt van een andere die meer of groter is, nooit stellen zij zich de vraag wat er achter de horizon bestaat. Zouden er in zo'n wereld heilige plaatsen kunnen voorkomen?''

Heilige plaatsen zijn het verbindingskanaal tussen de zichtbare en de onzichtbare wereld. Van daaruit vallen de mens vergeving, geluk of een wonder ten deel; tenminste: zo beleven gelovigen het. Maar geloof is uit. God werd ontmaskerd als niets anders dan een geprojecteerd beeld van de mens. Als iemand dus op een plek die voor heilig, 'numineus', doorgaat, ervaart dat hij met het numineuze in contact staat, staat hij dan in werkelijkheid niet 'in een numineuze relatie tot zichzelf'? Die vraagt stelt Weyns zich in een boek met essays over heilige plaatsen, dat naast Jeruzalem en Lourdes ook shopping malls, enorme winkelparadijzen, als mogelijke heilige plek analyseert.

Weyns gedachte-experiment lijkt absurd, alleen al omdat we al lang in een dergelijke wereld leven. We hebben ons ingesponnen in een geheel door mensenhanden vormgegeven wereld, waarin geen plaats meer is voor een hogere werkelijkheid die ons zou bepalen. ,,Het zicht op het buitenmenselijke is stilaan aan het vervagen'', zegt Weyns, ,,zoals het zicht op de sterrenhemel vertroebelt door onze nachtelijke lichtvervuiling.''

Onze wereld begint volgens Weyns steeds meer te lijken op die van de 18de-eeuwse Italiaanse kunstenaar Piranesi. Zijn tekeningen van kerkers tonen een escheriaanse, in zichzelf opgesloten wereld, met oneindig veel kamers, zalen, gangen, trappen. Een wereld die samenvalt met de grenzen van door mensen gebouwde gigantische gevangenissen. De personen in de kerkers gaan doelloos trappen op en af -zouden ze worstelen met hun eigen overbodigheid? Buiten de mensen zijn er geen leven, geen dieren en geen planten. Het is een wereld zonder enige aanwijzing van een buitenwereld. Boven de mensen zie je stenengewelven, nergens een streepje blauw. Er is geen uitzicht op een buiten. Dit wekt angst. ,,Het gevoel te zijn opgesloten is zo absoluut dat zelfs de gedachte aan ontsnapping onmogelijk is.''

Piranesi's wereld is binnenwereldlijk, maar tegelijkertijd blijkt de ruimte oneindig en is tijd er afwezig. Op verborgen wijze is het heilige volgens Weyns zo toch in de niet-religieuze wereld aanwezig. ,,Men is geneigd aan Piranesi's voorstellingen metafysische of religieuze consequenties te verbinden, tot men beseft dat het ontbreken ervan misschien nog een grotere uitdaging stelt aan het menselijke verstand.'' En daarom misschien ook religieus is. ,,Alles blijkt ontsproten aan het menselijk brein en opgebouwd door mensenhanden. Zo'n wereld is niet minder ontzag- en huiveringwekkend dan de geschapen of zichzelf eeuwig hernieuwende natuur.''

Hoewel de oneindig geordende kerkers al lang af zijn, zie je overal lieren, takels, draaibruggen, raderen en vuur. Het zijn, stelt Weyns, symbolen voor energie. De kerkers blaken van orde en energie, maar ze zijn niet geconcentreerd in één punt, zoals op een religieuze heilige plek, maar diffuus, in banale alomvertegenwoordigheid. ,,Is het een afspiegeling van de hoogtechnologische couveuse waarin wij tegenwoordig leven?'', vraagt Weyns.

Prompt dolen Piranesi's geestloze wezens een hoofdstuk later rond in onze tijd. Nu zijn wij het echt zelf. Op straat, in de metro, in de winkel staan we vluchtig met elkaar in contact, maar een moment later is dit 'wij' al weer ontbonden, zonder spijt, zonder hoop, zonder consequenties.

,,Eén ding mijden we als de pest: duurzaamheid. Het heil dat we zoeken, vinden we niet in verbondenheid maar in verstrooiing. Het ligt niet aan het einde van een lange gemeenschappelijke tocht, maar kant-en-klaar. Dit nagestreefde heil is zo kortstondig dat het tot niets verplicht, zo futiel dat niemand erom treurt als het weer verdwenen is. Zo verkregen, zo weer weg.'' Voor de bevrediging van hun heilsverlangens komen leden van deze 'onsloze' groep bij de gevestigde, traditionele godsdienst niet aan hun trekken'', weten Walter Weyns en zijn collega Walter van Herck.

,,Maar hoe banaal zij in veler ogen ook moge zijn, winkelparadijzen zouden wel eens de meest adequate uitdrukking van onze cultuur kunnen zijn. Zoals de kathedraal vele eeuwen symbool stond voor de centrale plaats van de traditionele godsdienst, zo symboliseert het winkelparadijs de dominante plaats van het consumeren in onze cultuur.''

In deze cultuur hoeven waarden geen richtsnoer meer te zijn voor het handelen. Wispelturigheid is verheven tot de hoogste norm. Het ik hoeft niet eens consequent te zijn aan zichzelf. Het consumerend ik is soeverein over het nu, en daarbuiten bestaat niets. Net als bij Piranesi's kerkers is de hele wereld tegenwoordig op mensenmaat gemaakt, en staat ze de consument ten dienste. ,,Het winkelparadijs verbeeldt het religieuze verlangen naar vernieuwing van de wereld.'' En de er overal opduikende reclamefiguren zijn volgens Weyns en Van Herck de heiligen van onze hedendaagse consumptiecultuur.

Piranesi heeft zijn fantasiekerkers waarschijnlijk geschapen tijdens zware malaria-aanvallen. De beide Belgen proberen nu met zijn tekeningen als leidraad een soortgelijk beklemmend bouwwerk te construeren, maar dan met woorden. Ze willen meer dan hij: niet louter een esthetische sensatie scheppen, maar vooral een diagnose van deze tijd geven. Dan wordt eenzijdigheid een beperking in plaats van een wel haast transcendente kwaliteit.

Herman De Dijn en Walter van Herck (red.), Heilige plaatsen; Jeruzalem, Lourdes en shopping malls. Kapellen 2002, p. 144, € 13,95, ISBN 907707029.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden