Cultuur in beweging

Er was een tijd waarin een van de voornaamste kenmerken van de Nederlandse identiteit vooral het ontkennen ervan was. Wij kenden geen vervelend chauvinisme. Wij waren het stadium van blind nationalisme voorbij. Wij waren wereldburgers.

Sinds pakweg de millenniumwisseling is er veel veranderd. Nederland heeft oneindig veel gedebatteerd over het eigene en eigenaardige, heeft gedefinieerd en geherdefinieerd.

En vlak niet uit wat in de afgelopen jaren sluipenderwijs van gedaante verwisselde. Het RTL4-programma 'Ik hou van Holland', de juichende viering van 'onze gezelligheid', is een kijkcijferhit. Media bespelen onverbloemd het nationale sentiment, net als de commercie die 'typisch Nederlands' en vele varianten daarop gebruikt als verkoopargument. Eind vorige eeuw had de meerderheid van de bevolking dat wellicht nog ongemakkelijk gevonden. Nu niet meer.

De zaken van vluchtelingenkinderen als de Angolese Mauro en de Afghaanse Sahar krijgen de steun van het publiek, nadat gebleken is dat ze met een sappig Limburgs accent spreken of het hartstikke goed doen op school. Of ze recht hebben om in Nederland te blijven is ook een beetje afhankelijk van het appèl dat ze doen op het nationaal sentiment.

In 'Ons erf' buigt socioloog Warna Oosterbaan, voorheen wetenschapsredacteur van NRC Handelsblad, nu hoogleraar journalistiek en samenleving aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, zich over het nationaal gevoel. Hij schreef het boek in opdracht van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Die financierde de afgelopen jaren het onderzoeksprogramma Culturele dynamiek. Aan tal van Nederlandse universiteiten gingen wetenschappers (historici, antropologen, sociologen) aan de slag met studies naar de omgang met cultureel erfgoed.

De neiging bestaat om in conservatieve termen over waarden te spreken. We beitelen ze in steen, of zetten er een hek omheen. In werkelijkheid is cultuur continu in beweging. Met het denken over erfgoed is dat al net zo. Dat levert vrijwel automatisch frictie op. Het aansprekendste voorbeeld in het boek komt van buiten Nederland. Sadiah Boonstra, opgeleid als historicus, werkt aan een proefschrift over de wajangcultuur op Java. De Unesco met haar lijst voor immaterieel werelderfgoed ziet het poppenspel als iets typisch voor het Indonesische eiland, maar spreekt tegelijkertijd haar zorg uit over het verlies van karakteristieke trekken en de verminderde aandacht voor traditionele verhalen.

Boonstra neemt Oosterbaan mee naar de voorstellingen van Ki Enthus Susmono, wajangpoppenspeler nieuwe stijl. Hij mengt politiek engagement met alledaagse verhalen, gebruikt poppen met een menselijk gezicht en karikaturen van politici en zelfs Superman, Batman en de Teletubbies. De onderzoeker is daar een stuk minder negatief over dan de Unesco: "Vernieuwing is noodzakelijk, de enige manier om wajang levend te houden."

Dichter bij huis krijgt hetzelfde Oranje dat euforie opriep tijdens het WK voetbal van deze zomer hoon over zich heen na matige wedstrijden tegen Tsjechië en IJsland. Het uitgavenpatroon van het koningshuis laat een deel van de betovering rond de inhuldiging van Willem Alexander vorig jaar verbleken. Ook dat is een vorm van culturele dynamiek.

'Nederland' en 'de Nederlander' zijn moving targets, luidt dan ook de onvermijdelijke conclusie van Oosterbaans rondgang langs onderzoekers. De autochtone bevolking combineert onbewust meer identiteiten dan ooit en heeft een wijdere horizon dan welke van haar voorouders ook. De blijvende toestroom van mensen en invloeden van buiten zorgt nog eens voor extra dynamiek. Het vaststellen van wat Nederlandse cultuur is kan niet anders dan een complex en nooit afgerond karwei zijn.

Er is heel veel geschreven over Nederlandse waarden en Nederlands erfgoed sinds het artikel 'Het multiculturele drama' van Paul Scheffer (2000). Soms met verhit gemoed, mede onder invloed van de prangende actualiteit (de aanslagen van 9/11, de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh). Soms met meer rust, bij het samenstellen van canons, boeken met lieux de mémoire (plaatsen van herinnering) of verkiezingen van de grootste Nederlander. Maar ook dan ontstond altijd wel discussie over gemaakte keuzes.

'Ons erf' slaagt er niet in veel toe te voegen aan de bibliotheek die de afgelopen jaren werd volgeschreven over Nederlandse identiteit. De lezer krijgt niet het gevoel dat dit boek erg urgent is. Oosterbaan wisselt een essayerende stijl af met interviews met voornamelijk onderzoekers. Dat levert relatief weinig nieuwe inzichten op. Ook de auteur poneert nauwelijks stellingen die voor een verfrissende kijk op de materie zorgen. Bij een artikelenreeks in een krant zou het wellicht nog voldoen, voor een boek is het net wat te mager.

Dat neemt niet weg dat 'Ons erf' interessante passages kent. Heel aardig is bijvoorbeeld het hoofdstuk dat Oosterbaan aan mode wijdt. Dit fenomeen wordt zelden geassocieerd met Nederlandse identiteit. Toch flirtten tal van ontwerpers de afgelopen jaren met het eigene. Viktor & Rolf stuurden hun modellen op klompen de catwalk op, lingerieontwerpster Marlies Dekkers maakte een knipoog naar Delfts blauw en Jan Taminiau gebruikte postzakken met de vaderlandse driekleur voor kledingstukken. Máxima droeg als prinses nog zo'n opvallend jasje.

Mode trekt zich weinig aan van grenzen. En zelfs schijnbaar onveranderlijke klederdrachten, zoals die van Marken, blijken goed beschouwd elementen te 'lenen' van streken ver weg (in het geval van Marken: handbeschilderde stof uit India). Toch, ondanks de kleedvrijheid van het individu, de vele stijlen, groepen en subgroepen, zijn er wel degelijk typisch Nederlandse elementen te herkennen in veel van de mode die hier het straatbeeld domineert. Modeonderzoeker Constantin-Felix von Maltzahn heeft het over 'een ongedwongen stijl met een randje'. Vaak gaat het daarbij om een individueel accent of een vleugje ironie. Kleding moet vooral ook praktisch zijn. De 'fietsfactor' mag niet worden onderschat: wat onhandig is op de pedalen, komt bij menigeen de kast niet in.

Fraai zijn de dertig foto's van Theo Baart, die zich specialiseerde in veranderend Nederland, in het opmerken van het bijzondere in het alledaagse, in de scheidslijn tussen stad en platteland. Met tal van eerdere projecten toonde hij aan de soms sluipende dynamiek op te merken waar het in Oosterbaans boek om draait. Ook nu stelt Baart niet teleur.

Warna Oosterbaan: Ons erf. Identiteit, erfgoed, culturele dynamiek. Met foto's van Theo Baart. De Bezige Bij; 284 blz. euro 19,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden