Cultureel ondernemerschap

Lange tijd stelden kunstenaars hun creatieve vermogens in dienst van opdrachtgevers. Zonder hen zou bijvoorbeeld de Gouden Eeuw niet zulke belangrijke schilderkunst hebben opgeleverd. In de vorige eeuw begonnen kunstenaars steeds autonomer te werken: het publiek moest maar proberen de verbeeldingskracht van de kunstenaar te volgen. Eind twintigste eeuw keerde de wal het schip. Subsidiegevers dwongen kunstenaars meer rekening te houden met hun publiek. Nu is er een staatssecretaris die het begrip 'cultureel ondernemerschap' hoog in zijn vaandel schrijft. Maandag maakt de Raad voor cultuur bekend welke cultureel ondernemers de komende vier jaar op financiële overheidssteun kunnen rekenen. Bij wijze van voorproef op deze pagina zes portretten van kunstenaars die uit overtuiging ondernemer zijn, maar geen artistieke concessies wensen te doen.

'Toch verkoopt mijn kunst goed'

Kriki Momdjian, beeldend kunstenaar

Een atelier vol kunst dat je aan de straatstenen niet kwijtraakt. Dat past niet meer in het cultuurbeleid van deze tijd. De kunstenaar moet 'cultureel ondernemer' worden. Maken wat verkoopt. Je werk afstemmen op de vraag van het publiek. Maar de Armeense beeldend kunstenaar Kriki Momdjian volgt liever zijn eigen weg.

,,Dit cultuurbeleid heeft op mij geen invloed. Ik doe eigenlijk precies het tegenovergestelde. Ik maak wat ik wil maken en dan kijk ik of het verkoopt. Zakelijk gezien ben ik dus niet erg commercieel ingesteld. Toch is het resultaat hetzelfde. Mijn kunst verkoopt goed.''

De 53-jarige Momdjian is twintig jaar beeldend kunstenaar. Hij heeft zich zonder subsidies of sponsors weten te redden. Met de verkoop van zijn kunst kan hij goed rondkomen. Te danken aan een vaste klantenkring van zo'n twee tot driehonderd mensen die hem al jaren trouw volgen.

Naast zijn werk als beeldend kunstenaar geeft hij ook lezingen en workshops. ,,Ik doe dit werk vooral omdat het heel leuk is. Voor het geld hoef je het niet te doen, maar het vergroot wel de belangstelling van mijn publiek. Dan komen ze naar mijn atelier en verkoop ik weer werk.'' En hij beoordeelt als 'extern deskundige' eindexamenwerk van kunstacademiestudenten die afstuderen op 'beeldende kunst'. Ook geen vetpot, maar: ,,Het leuke hiervan is dat het toch een erkenning is dat je op een bepaald professioneel niveau zit.''

Het merendeel van zijn tijd is hij inhoudelijk met zijn vak bezig. ,,Maar soms kun je niet om die zakelijke kant heen. Het geld moet toch ergens vandaan komen.'' Twee keer ontving Momdjian een basisstipendium van het Fonds voor de Beeldende Kunsten. ,,Zo'n stipendium is bedoeld als steuntje in de rug voor de kunstenaar die het al goed doet. Als je een keer geld nodig hebt voor een project, kun je dat daar vandaan halen.''

Het culturele ondernemerschap heeft zijn positieve en zijn negatieve kant, vindt Momdjian. ,,Enerzijds is het goed dat een kunstenaar zich zo niet kan isoleren van de maatschappij. Uiteindelijk maak je toch kunstwerken om die met de samenleving te delen. Anderzijds moet je als kunstenaar niet in dienst zijn van het grote publiek. Dan ga je toepassen en aanpassen. Straks hebben we dan honderden kunstenaars die allemaal hetzelfde maken. Dat zou vreselijk saai zijn. Kunst moet juist vernieuwend en authentiek zijn.''

,,De uitgangspunten van Van der Ploeg staan haaks op elkaar. Aan de ene kant wordt van je verwacht dat je je blik richt op de toekomst. Aan de andere kant moet je voldoen aan de wensen van het publiek. Dit is het grote dilemma voor de kunstenaar.''

'Gelukkig ben ik niet van subsidies afhankelijk'

Robbert Bleys, filmer

,,Liever verdien ik mijn brood door filmpjes te maken die inhoudelijk misschien niet helemaal interessant zijn, om daarmee mijn eigen projecten te financieren. Dat voelt beter dan mijn hand op te houden bij een fonds en te moeten wachten of ik alsjeblieft iets zou mogen maken.''

Robbert Bleys (37) studeerde in 1991 af aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Utrecht, afdeling audiovisueel. ,,Iedereen die van de academie komt heeft natuurlijk die droom van die lange speelfilm, ik ook. Maar je wordt toch wel erg in het diepe gegooid, althans, zo was het toen ik afstudeerde. Ik had geen idee hoe ik mezelf moest verkopen. Daar werd in het onderwijs weinig aandacht aan besteed.''

Via via kwam Bleys bij de Humanistische Omroepstichting terecht, waar hij bijdragen leverde voor het jongerenprogramma Yoy. ,,Dat was heel leuk werk, heel vrij. Ik keeg telkens weer een contract voor drie maanden. Verder keek ik niet, daar had je het te druk voor. Maar na een paar jaar is het niet leuk meer om steeds weer te moeten terugvallen op een uitkering als zo'n contract weer ophoudt, je wilt toch ook iets opbouwen.''

Met een parttimebaan bij de uitleen van videoapparatuur van het Utrechts Centrum voor de Kunsten als basis om op terug te vallen, kon hij anderhalf jaar geleden een eigen bedrijf beginnen: Astrorama film en video-producties. ,,Ik had inmiddels genoeg contacten opgebouwd om die stap te kunnen nemen. En het werd financieel steeds aantrekkelijker, je kunt tenminste wat investeren.''

Gevraagd naar de verhouding tussen tussen dat wat hij móet maken om het bedrijf gaande te houden en dat wat hij zelf het liefst zou wíllen maken, komt Bleys op dit moment op een verdeling van 90-10. ,,Maar ik ben ook net begonnen, ik moet nu nog zo veel mogelijk klanten binnenhalen, en dan hoop ik dat de verhouding over een paar jaar 50-50 is. Ik heb genoeg plannen liggen voor documentaires, experimentele films.

Natuurlijk ben ik ook best idealistisch en doe ik het liefst alleen dingen waar ik inhoudelijk helemaal achter sta, maar je moet toch je instelling aanpassen, proberen ook van de dingen die je als broodfilmer doet iets goeds te maken.''

Het is goed dat er subsidies zijn, vindt Bleys. Zelf heeft hij onlangs ook subsidie aangevraagd voor een film die hij wilde maken over het FC Utrecht-huis, waar piepjonge voetballertjes uit het buitenland worden opgeleid en opgevangen. ,,Helaas wilde uiteindelijk FC Utrecht niet meewerken.'' Het zal hem er niet van weerhouden nog eens aan te kloppen bij een fonds. ,,Maar ik ben blij dat ik niet afhankelijk ben van subsidies.''

'Van der Ploeg zou zijn pijlen op het onderwijs moeten richten'

Michel van der Aa, componist

De jonge Nederlandse componist Michel van der Aa kan rondkomen van zijn beroep; net, maar het lukt. Hij is full time componist en hij is zich bewust van het feit dat niet veel jonge collega's in Nederland hem dat na kunnen zeggen. Het helpt uiteraard als je de Gaudeamusprijs wint. Van der Aa won die in 1999 met zijn compositie 'Between', een stuk voor slagwerk en tape. Daarvóór waren er overigens al goede opdrachten: Louis Andriessen vroeg hem de elektronische inserts voor zijn opera 'Writing to Vermeer' te componeren en van het Schönberg Ensemble mocht hij 'Attach' maken.

,,Die prijs werkt natuurlijk wel door'', peinst Van der Aa nadat hij aanvankelijk had gezegd dat er geen tastbare resultaten aan vastzaten. ,,Ik heb er een paar buitenlandse opdrachten aan over gehouden. In het circuit wordt je naam door het winnen van Gaudeamus wel bekender. Wat overigens niet wegneemt dat je veel zelf moet netwerken. Praten met deze en gene in het wereldje van de hedendaagse muziek is belangrijk. Dat deed ik overigens al toen ik nog studeerde.'' Over de plannen van Rick van der Ploeg is Van der Aa pessimistisch. ,,Een bepaalde mate van ondernemerschap kan wel effect hebben, maar je moet ervoor waken dat de inhoud van waar je mee bezig bent niet in gevaar komt. Van der Ploeg spreekt steeds maar over het grote publiek dat wij zouden moeten bereiken, maar zoiets laat zich niet dicteren. Je maakt je eigen ontwikkeling door en daar moet je de kans voor krijgen. Ik zie wel mogelijkheden om op het gebied van promotie meer ondernemer te zijn. Je eigen stukken aan de man brengen door de media te bespelen. Ik heb bijvoorbeeld een eigen web-site, waarop ik via de e-mail vaak reacties krijg van mensen die mijn muziek gehoord hebben.''

Van der Aa vindt het Fonds voor de Scheppende Toonkunst een belangrijke instelling. Een deel van zijn inkomsten komt daar vandaan. ,,Ik vind het een slecht idee om het geld waarover het Fonds beschikt bij de orkesten en de ensembles onder te brengen. Volgens mij gaan die dan voor makkelijke composities kiezen, die met weinig moeite gerepeteerd en uitgevoerd kunnen worden. Een subtop van componisten die veelal experimenteler werkt komt dan helemaal niet meer aan bod. Dat levert beslist vervlakking op - een groot gevaar.''

Van der Aa had vroeger een opnamebedrijfje waar hij nu niet veel meer mee doet. Door de inkomsten daarvan kon hij wel zijn eigen studio inrichten. Elke dag werkt hij daar aan zijn composities. Vindt hij dat hij een onzeker bestaan leidt? ,,Nee. Ik heb altijd vertrouwen gehad dat het zou lukken. Ik weet alleen niet of ik over tien jaar alleen nog maar muziek aan het maken ben. Ik wil veel meer met video en beweging gaan doen, meer interdisciplinair bezig zijn.''

In Van der Ploeg heeft hij geen vertrouwen. ,,We zien hem nooit op concerten. Daar gebeurt al heel veel van wat hij nu adviseert. Onze kunst is niet elitair, maar er is wel een zekere voorkennis van het publiek voor nodig. Van der Ploeg zou zijn pijlen moeten richten op het onderwijs waar nu hoegenaamd niets aan muziek wordt gedaan. Hij wil nu teveel in de inhoud van het werk rommelen, maar een kunstenaar moet autonoom kunnen zijn.''

'Nooit zal ik rekening houden met de wensen van de meerderheid'

Chantal Acda, muzikante

,,Nooit zou ik in de Wik, de uitkeringsregeling voor muzikanten, terecht willen komen. Van de dertig muzikanten in mijn omgeving die in de Wik zitten, is er één die daar goed mee omgaat. Hij staat 's ochtends op om liedjes te schrijven en is 's avonds weer thuis. De rest vangt geld en zit op de bank te blowen, om maar eens een vooroordeel te bevestigen. Ik werk liever om rond te komen.''

Zangeres en multi-instrumentaliste Chantal Acda (22) heeft een volle baan bij de Helmondse concertzaal Plato, en werkt verder in deeltijd bij podium Effenaar in haar woonplaats Eindhoven. ,,Pas als ik 's avonds thuiskom, heb ik tijd voor mijn songs. Daar lijdt mijn muziek wel onder.''

Vorig jaar bracht Acda haar debuut 'Dreamly yell' uit in eigen beheer, de oplage van 500 exemplaren was voornamelijk in Eindhoven en Breda te verkrijgen. Als de proefopnames momenteel in een Brusselse studio redelijk verlopen, volgt in de zomer het echte debuut. ,,Dan hoop ik minder te gaan werken. Optreden in het buitenland gaat al aardig, vooral in Frankrijk, België en een beetje Canada.''

Acda zong mee op het album 'I paint pictures on your wedding dress', van de Vlaamse band Zita Swoon, die direct gesubsidieerd wordt door de Belgische overheid. ,,Ik ben sterk tegen zo'n vorm van financiering in Nederland. Bands moeten vechten om het te redden, hun plek veroveren op de podia. Het is prima ze daarbij te stimuleren, maar je bereikt het omgekeerde door gewoon geld te overhandigen.''

Subsidiesteun krijgt Acda via de stichting Brabantpop. Met zeven andere bands staat ze op een garantielijst, vergezeld van de promotie-cd 'Bijna boven'. Brabantse podia kunnen deze acht talentvolle bands in voorprogramma's laten optreden, om vervolgens een aanzienlijk deel van de kosten 0.van Brabantpop retour te krijgen. ,,Zo stond ik plotseling in een uitverkochte Effenaar bij Ilse de Lange. Doodeng, maar zulke optredens helpen je wel van je angst af.''

,,Mijn naam begint al bekender te worden. Vorige week belde een agent die mijn zaken wil behartigen. Hij kan iedere week optredens door het hele land garanderen. Verder vroeg concertzaal 013 uit Tilburg vroeg me laatst voor een optreden. Die boekingssubsidies van Brabantpop werken goed, ze laten zien dat je bestaat. Verder hang ik overal aan de telefoon om te zorgen dat niemand me vergeet. Kortom, noem me gerust cultureel ondernemer.'' Acda verkoopt zichzelf aan podia, maar weigert hetzelfde te doen voor het publiek. ,,Nooit zal ik rekening houden met de muzikale wensen van de meerderheid. Nederland is nogal afwachtend als het gaat om afwijkende popmuziek. Het liefst zou iedereen hier nog naar de Beatles luisteren. Ik pas me niet aan, maar vecht oor liedjes waarin ik kwijt kan wat ik voel. Ik hoop binnenkort van mijn muziek te kunnen leven, maar vindt een doorbraak niet zo belangrijk. Optreden in een leuke kroeg is even waardevol als in een volle concertzaal.''

'De ochtend is heilig, die is voor de romans'

Graa Boomsma, schrijver

,,Voor de belasting ben ik een culturele ondernemer. Een kleine zelfstandige die elk jaar een verlies- en winstrekening opmaakt. De winst fluctueert, ook een schrijver pleegt investeringen: de computer stort in elkaar, je werkkamer moet verbouwd, voor research moet je op reis en je koopt boeken - niet één boek, honderden boeken.''

,,Maar literair inhoudelijk voel ik me zeker geen culturele ondernemer. Dit soort termen raakt slechts de buitenkant, ze worden verzonnen door mensen als Rick van der Ploeg. Ik ben een zingevende ondernemer: ik geef mijn lezers zinnen, en probeer met literaire ondernemingen zin te verschaffen. Mijn boeken zie ik niet als goederen, maar als gedachteprojecten.''

,,Zoals negentig procent van de schrijvers kan ik niet rondkomen van mijn boeken. Ik verkoop een paar duizend exemplaren per boek, op de royalty's daarvan houd je geen kurk drijvende.''

,,Voor mijn inkomen ben ik grotendeels afhankelijk van stipendia die ik krijg van het Fonds voor de Letteren. Wanneer dat Fonds je romans aan bepaalde kwalitatieve maatstaven vindt voldoen, kun je een beurs krijgen. Deze is minimaal drie, maximaal twaalf maanden lang 5000 gulden. Ik zit op acht maanden. Je krijgt de beurs voor drie jaar toegewezen, zodat je niet onder druk staat elk jaar een boek af te leveren. Na drie jaar beoordeelt het Fonds je werk en bepaalt of je in de toekomst opnieuw in aanmerking komt voor geld.''

,,Dit stipendium is niet mijn enige bron van inkomsten. Voor het tijdschrift De Groene Amsterdammer schrijf ik over Amerikaanse literatuur, voor Vrij Nederland over recente Twintigste-eeuwse geschiedenis. Ook geef ik les aan de Schrijversvakschool, werk dat in het verlengde ligt van mijn schrijverschap. Hoe zet je een verhaal op poten, hoe geef je een personage karakter, hoe enthousiasmeer je een beginnend schrijver?''

,,Wanneer je een roman geschreven hebt en deel wilt nemen aan het literaire circuit, kun je je aanmelden bij de Stichting Schrijversschool Samenleving. Zij hebben een minimum honorarium van 200 gulden voor twee uur en 500 gulden voor drie uur. De lezingen houd ik meestal uit mijn hoofd. Ik vertel wat mijn literaire obsessies zijn, en hoe ik deze verwerk. Als illustratie lees ik fragmenten voor die bij de lezing aansluiten. En natuurlijk vertel ik dat de biografische elementen anders in het verhaal verwerkt zitten dan het publiek denkt. Gemiddeld geef ik een keer per maand een lezing.''

,,Om deze verschillende activiteiten enigszins te kunnen combineren, hanteer ik een strikte dagindeling. De ochtend is heilig, die is voor de romans. Ik werk van 9.00 tot 13.30 uur. Daarna eisen de nevenaktiviteiten aandacht op: in de bibliotheek doe ik onderzoek voor een artikel, ik lees boeken, ik denk na over een te schrijven stuk. Ik kan niet zeggen dat ik veertig uur werk, zo'n werkweek is voor mij een lachertje.''

'Een kunstenaar doet niet anders dan ondernemen'

Dick Molenaar, directeur accountantsbureau

Ondernemend kunstenaarschap? De meeste kunstenaars doen niet anders. En anders wijzen bemiddelingsbureau's hen er wel op dat het fiscaal gezien handiger en verstandiger is om als ondernemer kunst te maken. Net als optredende artiesten zijn kunstenaars eerder ondernemer dan werknemer van jezelf. In tegenstelling tot acteurs die bij een theatergezelschap of musici in een orkest wel werknemer zijn.

Directeur Dick Molenaar van het accountantbureau All art heeft langzamerhand zo'n duizend kunstenaars en artiesten (van Candy Dulfer tot Jack Spijkerman) in zijn bestand. Wat staatssecretaris Van der Ploeg over 'cultureel ondernemerschap' bepleit, raadt hij zijn klanten al sinds jaar en dag aan. ,,De meeste kunstenaars voelen de aansporing om zich wat weerbaarder in de markt op te stellen in plaats van alleen als werknemer af te wachten. Dat vind ik positief.''

Tijdens de Beeldende Kunstenaarsregeling konden beeldende kunstenaars geen ondernemer worden als die 'geen koopkrachtige vraag op de markt ontmoetten'. Belandde je als kunstenaar in de bijstand, dan mocht je nooit meer dan twintig uur of 'in bescheiden mate' bijwerken. Met zeventig procent bijstand had die kunstenaar geen sollicitatieplicht en ontving hij de uitkering met de maximumtijd van vier jaar. Met de invoering van de Wet inkomensvoorziening kunstenaars (WIK; begin 1999) verviel de uitzonderingspositie die kunstenaars in de bijstand genoten. Parlement en sociale diensten vonden het te ver gaan om van die kunstenaars te verlangen dat ze maar ander werk moesten gaan kiezen.

Elke kunstenaar die bij zijn bureau aanklopt - voor zover hij ze wegens drukte niet naar collegabureau's moet verwijzen - adviseert Molenaar om ondernemer te worden. Niet op artistieke, maar op louter fiscale gronden. Die 'koopkrachtige vraag op de markt' telt in die zin niet meer aangezien kunstenaars niet moeten maken om louter te verkopen, maar omdat musea of festivals daar geld voor uittrekken. Een vorm van subsidie, die Molenaar aangenamer voorkomt dan de wetten van de verkoopmarkt: ,,In de subsidie- en fondsenmarkt wordt je werk eerlijker en minder subjectief beoordeeld. Voor een kunstenaar is het een hele toer om geld bij de Mondriaanstichting los te krijgen. Veel freelancers, die overal en nergens inkomen proberen te krijgen, hebben de weg naar de fiscale voordelen van het ondernemerschap gevonden.''

Het hoeft niet in de krant, maar zo iemand is bijvoorbeeld de muzikant die we Cees Ploph uit Schiedam zullen noemen. Hij heeft nooit subsidie of bijstand aangevraagd en richtte al snel een maatschap op. ,,Ik voel me ook niet zo'n kunstenaar; ik doe wat ik leuk vind, ik werk van klus naar klus. Ik heb altijd alles aangepakt, tot en met de meest afschuwelijke bedrijfspromotiefilms toe. Zo'n tien jaar geleden kwam de bodem van de kist nog wel eens in zicht, maar dat is nu niet meer aan de orde.'' In die dagen dat de bodem opdoemde gaf hij soms muziekles. ,,Kunstenaars die kwijnend wachten tot de telefoon voor een opdracht gaat? Onzin. Alle ontwerpers die ik ken zijn al jaren ondernemende zelfstandige.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden