Cruijff, groot maar niet de grootste

Alleen Nederlanders en Vlamingen kunnen zijn naam correct uitspreken, maar dit neemt niet weg dat Johan 'Kroejf' Cruijff in de hele wereld de bekendste Nederlander is, vele malen bekender dan koningin Beatrix, bijvoorbeeld.

Eerst in Nederland, maar al spoedig ook internationaal, heeft Johan Cruijff het voetbal van een nieuwe dimensie voorzien. Als hij nog een tiener is, zegt hij bij Ajax al tegen gelouterde internationals als Henk Groot en Sjaak Swart wat zij verkeerd doen. Amper twintig jaar oud is hij het verlengstuk van zijn coach Rinus Michels op het veld. Het unieke en nieuwe van Cruijff bestaat vooral uit een combinatie van twee facetten. Hij is zelf de beste aan de bal en hij laat op basis van zijn tactisch inzicht ook de anderen beter spelen. Cruijff is een ongeëvenaarde solist, maar als strateeg kan hij voor het team ook twee zetten vooruit denken. Hij wist die gedachten over te brengen op zijn collega's.

Aanvankelijk is Johan Cruijff een aartspingelaar voor wie de bal al vroeg geen geheimen meer heeft. Van nature is hij rechtsbenig, maar met de rechtervoet ontwikkelt hij een speciale techniek, die erin voorziet dat hij met rechts ook 'links' kan trappen. Dit houdt in dat hij zodanige effecten aan de bal meegeeft, dat het lijkt alsof met het linkerbeen wordt gespeeld. Zo wordt 'binnenkant-links' door Cruijff uitgevoerd met 'buitenkant-rechts'. Die techniek biedt zoveel voordelen dat hij bij voorkeur aan de linkerkant van het veld operereert. Bij Ajax gaat dat doorgaans in goede harmonie met Piet Keizer. In het Nederlands elftal is zijn dominantie een probleem voor Rob Rensenbrink. Deze linksbuiten groeit bij Anderlecht uit tot een internationaal erkende sterspeler, maar bij Oranje blijft hij meestal in de schaduw van Cruijff.

Johan Cruijff wint met Ajax in 1971, 1972 en 1973 de Europa Cup voor landskampioenen, nadat in 1969 de eerste finale nog van AC Milan wordt verloren. In 1974 is hij al speler van Barcelona, als hij met het Nederlands elftal zijn top bereikt. Op het WK-toernooi in Duitsland speelt Oranje droomvoetbal. Interim-bondscoach Rinus Michels, net als Cruijff in dienst van Barcelona, bedenkt in samenspraak met zijn sterspeler-aanvoerder het totaal-voetbal. Dat speltype wordt gekenmerkt door multifunctionele spelers. Iedereen verdedigt, iedereen valt aan. Na het in 1958 door de Braziliaanse wereldkampioenen geïntroduceerde 4-2-4 systeem, is de aanpak van de Nederlanders in 1974 de grootste tactische verandering in de voetbalsport van de eeuw.

Helaas grijpt Oranje naast de hoofdprijs. In de finale tegen de Duitsers ontbreekt ineens de topvorm van de voorgaande weken. Cruijff, opgejaagd door verhalen in de Duitse boulevardpers over een frivool feestje in het zwembad van het spelershotel, is zichzelf niet en Nederland verliest met 2-1. Vooral omdat het toernooi van 1974 zijn enige WK-evenement blijft, moet Cruijff als 'Europees voetballer van de eeuw' op de mondiale lijst voorrang geven aan de Braziliaan Pele en de Argentijn Diego Maradona.

Goedbeschouwd is dat een juiste volgorde. Pele, de nummer één, is in alle facetten van het spel nog net iets beter en Maradona is individueel zo goed, dat hij in 1986 kans ziet de verder niet zo bijzondere ploeg van Argentinië naar de wereldtitel te leiden. Anders dan Pele en Maradona, maakt Cruijff wél naam als trainer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden