Crucell is het eerste schaap over de dam

Zie de Nederlandse biotechsector als een wei met schapen. Meer lammeren dan ooien en rammen, en de meeste staan wat gezapig te grazen. Maar er is één schaap dat straks over de dam gaat, en een aantal potige beesten wil spoedig volgen.

Het schaap dat bijna ’over’ is, heet Crucell. Hij staat in een Leidse wei, een Bio Science Park. Daar heeft hij kunnen opgroeien met kennis van de universiteit, het academisch ziekenhuis, wetenschappelijke instituten en andere biotech-ondernemers. Hij weet inmiddels alles van vaccins tegen griep en kinderziekten. Een medicijnboer uit de Verenigde Staten, Johnson & Johnson, wil hem kopen voor een kleine 2 miljard euro. Zo’n bedrag voor één schaap: wat zou die hele wei bij elkaar wel niet waard kunnen worden?

De Nederlandse biotechsector verkeert nog in de lammetjesfase. Voordat een product ’volwassen’ is, en van molecuul tot medicijn geworden, gaan er soms wel twintig jaar voorbij. Er zijn ongeveer 50 medicijnen in ontwikkeling in Nederland, waarvan het merendeel zich in de begin- en middenfase van het onderzoek bevindt. Het is dan nog de vraag of het product uiteindelijk kan leiden tot een geneesmiddel. Het is nog niet getest op mensen, laat staan dat er al aan productie en verkoop gedacht kan worden. Relatief kleine teams van onderzoekers houden zich met de stof bezig, en er wordt nog geen stuiver verdiend. Het laboratorium, personeel en de materialen worden in dit stadium vaak betaald door durfinvesteerders. Die hopen erop dat het onderzoek zal leiden tot een blockbuster.

Voor Crucell lijkt die droom uit te komen. Het moet de vacht dan ook duur verkopen. Net als veel andere internationale medicijnboeren, zoekt Johnson & Johnson naar innovatieve technieken en potentiële geneesmiddelen. Omdat de big pharma veel minder innovatief zijn dan de onderzoekscentra rondom universiteiten, de bio science parken, zijn zij steeds afhankelijker van het aanbod uit deze weiden. Hoe wijzer het schaap, hoe liever. Op het park in Leiden staan ook Pharming, Prosensa, To-bbb en Octoplus. Allemaal schapen die de belangstelling van de medicijnboeren hebben weten te trekken. Via samenwerkingsverbanden besnuffelen ze elkaar al, wordt er ook al geld verdiend, maar van een aankoop is nog geen sprake. Voor Crucell waren er meerdere kopers: Johnsons concurrent Wyeth had het bedrijf ook wel willen hebben, maar werd kort voor het een bod kon uitbrengen door Pfizer ingelijfd.

Voor alle andere schapen is het belangrijk wat er met Crucell gebeurt. Angst voor de Amerikaanse medicijnboeren hoeven de lammeren niet te hebben. Dikke ooi Organon en vette ram Abbott zijn door hen weliswaar de nek omgedraaid, maar toch zijn de boeren heel hard nodig om de lammeren te zogen. Hoe hoger het bod op Crucell, hoe meer durfinvesteerders zich zullen melden om nieuwe onderzoekscentra op te richten. Dat betekent meer gezondheidsonderzoek, en meer mensen aan het werk in een interessante baan.

Dat Crucells grootaandeelhouders Van Herk Groep en Delta Lloyd het onderste uit de kan willen, is van belang voor de hele weide. Hun verzet mag hard zijn, maar niet té: de deal moet doorgaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden