CROSSING BORDER FESTIVAL

Vanavond vindt in Den Haag het openingsgala plaats van het Crossing Border festival. Crossing Border: de jaarlijks terugkerende rumoerige ontmoeting tussen literatuur en popmuziek. Het festival duurt tot en met zondagavond. Op deze pagina een portret van een viertal deelnemers.

Een uur later zitten we in de toerbus. Een hedendaagse equivalent voor de huifkar waarmee deze Amerikaanse verhalenvertellers je terugbrengen naar het godsvruchtige en hardvochtige cowboy-bestaan van de 19e eeuw.

David: “Ik hou van het trieste en pure leven van mijn jeugd. Ik ben geworteld in de oorspronkelijke muziek van de pioniers, maar ik ben niet gehecht aan een plek, het kan me niet schelen waar ik woon. Ik voel me thuis in Colorado omdat ik daar mijn gezin heb en ik er geboren ben, maar ik heb geen huis. God is mijn huis. Wanneer ik zing kom ik thuis”. Van 16 Horsepower verscheen voor de zomer het debuut-album 'Sackcloth 'n' ashes'. Het overrompelt je als een meeslepend boek met veertien verhalende songs waarin verloren waarden een nieuwe betekenis krijgen. David: “Ik zie mezelf niet als een entertainer, ik moét dit doen. Niet om 'cool' te zijn. Alles buiten dit muziekleven ervaar ik als overbodig. Bovendien kan ik geen muziek maken zonder instrumenten met een geschiedenis, met oude bandoneons en gitaren waaraan andere mensen hun spiritualiteit en enenergie hebben verbonden. Ik speel op twee archetypische Orphean-gitaren uit de jaren dertig. Ze bezitten hun eigen leven. Ik ben geen meester maar leerling van mijn instrument. Ze laten míj spelen en bepalen hoe ik me voel”.

David ontmoette Jean Yves Tola op de filmset van B-movie regisseur Roger Coreman in Los Angeles waar ze beiden de studios vertimmerden. Tola is van Franse origine en bracht een affiniteit voor cajun en musette in. “Daardoor begreep hij mijn liefde voor 'southern' muziek, voor de Ierse erfenis uit het Appalachian-gebergte. Europeanen bezitten een sterk gevoel voor traditie, zoals The Pogues, dat vind je niet meer in Amerika”.

Edwards fungeert met zijn band als een soort intermediair met het verleden.'' Alles gaat nu wegens de technologie sneller en oppervlakkiger, maar dat staat voor mij gelijk aan het grote kwaad. Mensen denken dat ze met faxen en computers hun leven kunnen controleren. Daar gaan mijn teksten over, meestal verpakt in indirecte verwijzingen. Ik bezit geen controle over de muziek en teksten die ik schrijf. Ik sta mijzelf toe gebruikt te worden als een werktuig voor een doel. En dat is 'God liefhebben'. Tijdens een concert raak ik in trance.Ik vergeet waar ik ben en mijn geest wordt volkomen rustig. Achteraf ben ik soms beduusd dat ík dat was. Misschien heeft het te maken met mijn afkomst. Mijn grootvader en betovergrootvader waren dominee, 'Nazareners' die beweerden dat iedereen naar de hel ging behalve Nazareners. Mijn vader zou het ook moeten worden. Maar kon het niet. Hij werd een outlaw, die op motoren rondreed en aan de alcohol raakte. Hij overleed aan leukemie toen ik zes was. Zodoende voedde m'n grootvader mij op. Hij noemt me altijd bij mijn vaders naam. Misschien ben ik nu wel mijn vader en grootvader ineen.''

Anneke van Giersbergen

Ze stond dit jaar op Pinkpop, Dynamo en Lowlands en morgen speelt ze op Crossing Border. “Ik vind Crossing Border iets heel moois en sympathieks en een eer er te mogen optreden”, aldus Anneke van Giersbergen. Samen met Deniz Çagdas vormt ze het duo Bad Breath, dat in Den Haag vermoedelijk zijn laatste optreden verzorgt.

Want Anneke, behept met een van de mooiste stemmen uit de Nederlandse popmuziek, maakte afgelopen jaar furore in The Gathering. Een formatie uit Oss die met mysterieuze, symfonische metal op plaat en podium het succes van die andere Brabantse groep Doe Maar lijkt te gaan evenaren. Het album 'Mandylion' “De titel verwijst naar de lijkwade van Turijn, maar we zijn niet religieus” staat al 9 maanden lang in de cd-Top 100. “Ik geloof dat er inmiddels zo'n 40.000 zijn verkocht.”

Op festivals en in het zalencircuit werkt hun naam als een magneet: “Op Lowlands stonden er 14 duizend mensen op ons te wachten, dat was heel waardig.”

Van Giersbergen (23) groeide thuis op met Callas, Beatles en Brel. ”Ik zong al op mijn elfde en had vijf jaar zangles. Om het plezier van het musiceren richtte ze in 1992 met haar toenmalige vriendje Deniz het duo Bad Breath op: “We doen folky en jazzy liedjes, eigen nummers afgewisseld met arrangementen van Prince, Zappa en Bootsy Collins. Deniz zingt ook en speelt gitaar en saz, een Turks instrument. Het zal een van de laatste keren zijn dat Bad Breath optreedt, omdat het beter is me geheel te concentreren op The Gathering”.

Het succes van deze band is vooral te verklaren uit de chemische wisselwerking tussen loodzware symphonische rock met evocatieve, doorleefde zang. Van Giersbergen's vocalen roepen de wijdsheid van verlaten arctische landschappen op, tegelijkertijd ervaar je warmte en nabijheid.

Alle teksten op Mandylion zijn van haar hand. Anneke: “Ik laat me inspireren door het dagelijks leven, door wat ik voel. Ik lees eigenlijk weinig, maar ben zelf van jongsaf aan een fanatiek dagboekschrijfster. Daar kan ik veel in kwijt, als in een soort therapie. Een dagboek is mijn 'imaginary friend'. Daarom is het een vervreemdende ervaring, dat nu veertigduizend mensen weten wat er in mij omgaat.” Ook het nieuwe muzikanten bestaan kent in tegenstelling tot haar optredens met Bad Breath zijn schaduwzijden. Anneke: “Je moet erg sterk zijn, soms zak ik thuis als een pudding in elkaar. Fans kunnen zo respectloos met je omgaan. In een concert geef je alles en daarna willen ze toch nog aan je hangen, nog meer met je delen. Dan moet je een pantser dragen, maar daar ben ik nog niet tegen gewapend”. Ook de aandacht die The Gathering ten deel valt concentreert zich hoofdzakelijk op haar. “Ik ben een meisje én als zangeres de blikvanger van de groep. En dat notabene van een metalband. Bij videoclip- en fotosessies moet ik altijd op de voorgrond. Die overtrokken aandacht wil ik niet, we zijn een groep. Misschien zetten we om die reden geen foto op de cd-omslag. Sommigen noemen The Gathering daarom voor de grap al de Anneke Experience, maar we zijn met zijn zessen. Bad breath was daarom een goede compensatie. Crosing Border wilde mij uitsluitend hebben wegens mijn stem. En dat vind ik geweldig.”

James Kelman

'Crossing border' lijkt het perfecte podium voor de Schotse schrijver James Kelman (1946). Het Engelse literaire establishment reageerde aanvankelijk geschokt op het rauwe taalgebruik en de mentaliteit van de personages in de zeven romans die hij tot nu toe op zijn naam heeft staan. “Ach”, reageert Kelman, “dat is nou typisch voor de Engelse koloniale manier van denken. Als iets niet voldoet aan hun typisch blanke middle-class standaard, wordt het nauwelijks geaccepteerd. Het zou gezonder zijn als ze hun ogen eens open doen voor de werkelijkheid: dat ze accepteren dat de Engelse taal allerlei varianten kent die ieder op zich een verrijking van de taal vormen. De Schotse, Afro-Caraïbische, Afrikaanse en Australische literatuur zouden stuk voor stuk op een gelijkwaardige manier moeten worden beoordeeld. Maar ja, zo'n manier van denken zou wel een revolutie betekenen in een land dat in andere opzichten nog zo onderdrukkend, elitair en racistisch is.” Kelman kent het arbeidersmilieu dat hij in zijn boeken beschrijft van binnenuit: hij groeide op in een gezin met vijf jongens en ging op 15-jarige leeftijd van school om als letterzetter de kost te gaan verdienen. Niets wees er op dat moment dat hij ooit nog eens als letterkundige zou eindigen. Met de gretigheid van een typische autodidact sortte hij zich op latere leeftijd op de vakken filosofie en Engels. In zijn privé-guerilla tegen het Britse literaire establishment heeft hij in 1994 een belangrijk resultaat geboekt: voor zijn roman 'How Late It As, How Late', onlangs in het Nederlands vertaald onder de titel 'Blind geschopt', werd hem de befaamde Bookerprize toegekend. De hoofdpersoon Sammy is een 38-jarige drankzuchtige scharrelaar die de gevangenis langer van binnen heeft gezien dan hem lief is. Toch weet hij zich steeds weer in de nesten te werken. Na een knokpartij met de politie wordt hij wakker in een cel met pijn in zijn rug en een paar gebroken ribben. Bovendien blijkt hij zo hard te zijn aangepakt dat hij zijn gezichtsvermogen kwijt is geraakt. Het boek beschrijft de moeizame en soms hilarische pogingen van Sammy om te leren leven met die handicap. Sammy's laconieke levenshouding: 'Het was gewoon een nieuw probleem erbij' en zijn overlevingsinstinct: 'Niet zeuren, doordouwen' zorgen ervoor dat larmoyante sentimentaliteit op veilige afstand wordt gehouden. De gedachtenstroom van Sammy, een mengeling van spreektaal en Glasgow-slang, is de ritmische motor van deze opzienbarende roman.

Er waren nogal wat critici die moeite hadden met het enorme aantal vloeken dat Sammy gemiddeld per pagina gebruikt. Kelman: “Het probleem met die mensen is, dat ze geen idee hebben van de manier waarop een groot deel van de bevolking leeft. Wie zijn oor te luisteren legt in een pub weet dat ik niet overdrijf. Een woord als 'fuck' wordt allang niet meer alleen in z'n oorspronkelijke betekenis gebruikt, maar kan zo'n beetje van alles weergeven, het is meer een ritmisch middel dan een inhoudelijk begrip geworden. Dat probeer ik zo integer mogelijk weer te geven. De arbeidersklasse heeft haar eigen cultuur met een eigen manier van denken, muziek en taalgebruik. Sommigen hebben het er kennelijk moeilijk mee dat te accepteren.”

Kevin Canty

Straatrumoer scoort hoog op 'Crossing Border'. In dat opzicht is Kevin Canty (1953) een buitenbeentje op het festival. Zijn indrukwekkende debuut, de verhalenbundel 'A Stranger in This World', moet het niet hebben van spectaculaire effecten, maar van de dreiging tussen de regels door. Vaak gaat het om pubers, die balanceren op de drempel van volwassenheid maar zich tot hun eigen ontzetting laten meeslepen in gebeurtenissen die ze niet meer onder controle hebben. Een enkele keer kan een catastrofe op het nippertje voorkomen worden, zoals in 'Koning van de olifanten', waarin de hoofdpersoon, de 17-jarige Raymond overweegt om zijn dronken vader in zijn auto langs de snelweg achter te laten en zelf met een vrachtwagen mee te liften om elders een nieuwe toekomst op te kunnen bouwen. Maar soms loopt het echt uit de hand zoals in 'Mooie Judy', waarin een 15-jarige jongen op seksueel avontuur gaat bij zijn verstandelijk gehandicapte buurmeisje. Canty: “Dat verhaal was bijna meteen raak. Daarvoor had ik al wel zo'n 500 verschrikkelijke verhalen geschreven en ze tientallen keren bewerkt en omgegooid, maar met 'Mooie Judy' kreeg ik voor mezelf de bevestiging dat schrijven mijn roeping was. Het kwam op een intuïtieve manier tot stand, zonder dat ik hoefde te piekeren over de vorm. Het thema ligt me ook nauw aan het hart: die jongen doet iets wat hij eigenlijk niet geloven kan, hij ziet zichzelf afglijden maar kan het niet stoppen. Op een gegeven moment is die roos of die droomtoestand voorbij en komt 'ie keihard weer met zijn voeten op de grond terecht. Hoe moet je daarna verder met je leven? Dat zijn de vragen die me interesseren.”

Canty's verhalen worden, behalve door pubers, vaak bevolkt door mensen aan de onderkant van de samenleving: drugsverslaafden, alcoholisten, en rommelaars in de marge. Een weloverwogen keuze die niets te maken heeft met effectbejag. “In Amerika”, zegt Canty, “zijn veel mensen krampachtig bezig voor zichzelf een leven op te bouwen waarin alles draait om veiligheid: een vaste baan, kinderen naar de juiste school en verzekeringen tegen van alles en nog wat. Zij hebben het idee dat ze moreel ver verheven zijn boven dat uitschot, dat ze veel te slim zijn om in dat soort toestanden verzeild te raken. Dat gevoel van veiligheid probeer ik met mijn verhalen te ondermijnen: ik wil de afstand tussen de lezer en mijn personages kleiner maken door ze het ongemakkelijke gevoel te geven dat er maar weinig voor nodig is om dezelfde fouten te maken. De scheidslijn is niet zo scherp afgetekend: voordat je het in de gaten hebt, ben je een grens gepasseerd.”

Hoewel Canty opgroeide tussen de boeken - zijn vader was tijdschriftredacteur - was schrijver worden niet zijn eerste ambitie: jarenlang verdiende hij de kost als muzikant. Hij speelde gitaar in een bluesband en hield zich bezig met geluidstechniek. Melodie en ritme spelen natuurlijk ook een belangrijke rol bij het schrijven: “Ik merk dat ik tijdens het schrijven m'n lippen beweeg en als het ware hardop meelees. Bovendien vereist het een zelfde soort intuïtie: als je een instrument bespeelt, denk je eigenlijk in muziek. Dat stadium moet je bij het schrijven ook bereiken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden