Crossen door eigen natuur

Midden in een crosscircuit in de Achterhoek leven knoflookpad en moerasweegbree. Tussen het scheuren door zorgt de motorclub voor de natuur.

Een stevig geronk klinkt uit de bosrand van de Heksenplas, net buiten het Achterhoekse dorpje Hummelo. Een groep felgekleurde crossmotoren scheurt voorbij, modder spat tegen de bomen. Johan Hartemink kruipt snel onder het hek door en steekt het parcours over, richting de groene oase in het midden van het circuit. Want tussen de lussen van het parcours ligt een klein natuurgebied: een bos met oude greppels en ophogingen, ook wel rabattenbos genoemd, en een aantal vennen, met daarin bewoners als de groene- en bruine kikker en de bedreigde kamsalamander.

Hartemink is voorzitter van motorcrossvereniging TCD. Hij stapt over een paar elzenstobben die eigenwijs uit de natte grond omhoog steken. "Kijk, die bomen hebben we pas omgezaagd om ervoor te zorgen dat er meer zonlicht op het ven valt. Dat is goed voor de dieren die er leven."

Groene virus

Het groene virus lijkt behoorlijk aangeslagen bij de Hummelose motorclub. Een groep van twintig vrijwilligers duikt elke week het bos in, om bramen te verwijderen, bomen af te zetten en de vennen schoon te houden. Wat beweegt deze motorliefhebbers om natuur te gaan beheren? Daar heeft Hartemink een simpel antwoord op: "Omdat we het mooi vinden."

Het verhaal begint in 1990, wanneer de Hummelose crossvereniging de 10 hectare tellende Heksenplas koopt van de erfgenamen van een boer. "Met crosswedstrijden hadden we het geld in de loop van de jaren bij elkaar gespaard", vertelt hij. De voormalige boerderij, een monumentaal pand uit 1912, wordt omgebouwd tot een duurzaam clubgebouw, compleet met een batterij zonnepalen op het dak.

De provincie Gelderland verleent een vergunning voor een parcours van 1500 meter. Maar de motorliefhebbers willen meer. "We vinden het leuk om het een beetje netjes te maken hier, dat het er goed uitziet", legt Hartemink uit. En zo valt het oog op de verwaarloosde vennen. "Dat was eigenlijk een zooitje toen we het aantroffen. Jarenlang is er rommel ingegooid, we visten er zelfs oude huisraad uit."

Het plan ontstaat om het ven op te knappen. Aan enthousiaste vrijwilligers geen gebrek in de 800 leden tellende vereniging, en 45 mensen op de wachtlijst. "Mensen kwamen zelfs naar mij toe met de vraag of ik niet een klusje voor ze wist", blikt Hartemink terug. Met hulp van de gemeente Hummelo en de Bosgroep Midden-Nederland, een coöperatie die adviseert bij bosbeheer, schrijven de mannen een natuurplan voor de Heksenplas. Het belangrijkste huiswerk voor de motorcrossers is het openhouden van de vennen, omdat juist daar bedreigde diersoorten als de kamsalamander zich schuilhouden.

De clubleden gaan voortvarend aan de slag. Eerst moet het slib uit het grote ven. De vrijkomende grond gaat meteen in een 5 meter hoge geluidswal, om het aantal decibels richting de bewoonde wereld wat te temperen. Al snel drijft er moerasweegbree in het water, een plantje dat op de Rode Lijst van beschermde soorten staat. Ook de kamsalamander blijkt het goed te doen in het vennetje.

Dat smaakt naar meer. Kort daarop worden de kleinere vennen stuk voor stuk uitgebaggerd. De opschietende elzenboompjes en berkenbomen worden elke tien jaar omgezaagd, helemaal in de sfeer van het oorspronkelijke rabattenbos. Het landschapsonderhoud kost de vereniging geen geld, zegt voorzitter Hartemink met lichte trots, en er komt ook geen subsidie aan te pas. "We doen alles zelf. Zijn er zware machines nodig, dan helpt iemand van ons die in de landbouw werkt of de wegenbouw. Het is een gezellige vereniging waar iedereen bij wil horen, men staat meteen klaar als er iets moet gebeuren."

Peter Rietman, een van de groene vrijwilligers van de motorvereniging, heeft vorige week de onderste takken van een stel elzen rond het vennetje weggezaagd. Met zijn rode sportjack, versierd met kleurig opgestikte motormerken, oogt hij niet meteen als doorsnee natuurvrijwilliger. Hij kijkt vanonder zijn baseballpetje naar een groep voorbij gierende 60pk-motoren. "Voor de veiligheid is het goed dat de ondergroei weg is, je hebt dan beter zicht op de baan en kunt snel ingrijpen als er eventueel iets misgaat", legt hij uit. Hartemink: "Het mes snijdt aan twee kanten. Een open ondergrond in het bos is veiliger voor de motorsport en tegelijk hebben de vennen er baat bij."

Natuurliefhebber Herman Pelgrom is blij met de groene vingers van de motorcrossleden. Als vrijwilliger bij Ravon, een stichting die onderzoek doet naar vissen en amfibieën, is hij tevreden met de geboekte resultaten op de Heksenplas. Jaarlijks inspecteert hij de vennen en poelen in de Achterhoek, waaronder die op het motorcircuit. "Het is een bijzondere plek. Gewoonlijk loop ik op een terrein van een boswachter. Maar ik vind dat de motorclub het goed doet, door de vennen schoon te houden."

Bruine kikker

Pelgrom noteerde drie soorten amfibieën op het motorcircuit: de bruine kikker, de kleine watersalamander en de kamsalamander. "En pas scheerde een ijsvogel over mijn hoofd", vertelt hij. Volgens de specialist leent het motorcrossterrein zich ook goed voor de sterk bedreigde knoflookpad, die op een paar plekken in de omgeving voorkomt.

"Het parcours is er ideaal voor. Aan de zijkanten van de baan heb je fijn zand dat overdag opwarmt door de zon, daar kan de knoflookpad zich ingraven. En 's nachts kan het diertje door naar de vennen, die liggen dichtbij", aldus Pelgrom. De stille hoop is dat de knoflookpad zich binnenkort bij de Heksenplas vestigt. Met speciale onderwaterapparatuur houdt Pelgrom zijn komst in de gaten. "De knoflookpad is ongelooflijk moeilijk te inventariseren. Je kunt ze alleen 's nachts horen."

Hebben die amfibieën eigenlijk geen last van de voorbij scheurende decibels? Pelgrom verwacht van niet. "Dieren hebben vaak helemaal geen hinder van harde geluiden. Het zijn eerder mensen die zich storen aan herrie." Ook voorzitter Hartemink ziet geen problemen voor de natuur. "Tijdens het rijden zie ik de kikkers aan de waterkant zitten, die blijven gewoon zitten. Alleen als er iemand langsloopt, schieten ze terug het water in." Om de geluidsoverlast voor de omwonenden binnen de perken te houden, rijden de crossers alleen op woensdag- en zaterdagmiddag en geldt een maximaal aantal decibel. Hartemink: "Daar controleren we streng op. En bedenk dat hier de rest van de week bijna niemand komt. Dan is het eigenlijk een soort stiltegebied."

Hart van de motorcross ligt in zuidoosten van Nederland

Nederland telt ruim 120 motorcrossverenigingen. De meeste clubs rijden op een eigen circuit met een zandondergrond en in het buitengebied. De clubgrootte varieert van 75 tot 800 leden. Het hart van de motorcross ligt in de Achterhoek, Brabant en het noorden van Limburg. In de Randstad zijn de minste motorcrossclubs te vinden.

Het hele jaar door wordt er gereden. Naast recreatief crossen zijn er talloze crosswedstrijden, festivals en evenementen voor de liefhebber. De motorverenigingen zijn aangesloten bij de Koninklijke Nederlandse Motorrijders Vereniging of bij Motorsport Organisatie Nederland. Alle clubs hebben een vergunning voor geluid (maximaal 94 decibel) en het aantal crossuren is gereguleerd tot gemiddeld twee middagen per week.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden