Crocs op het dak

Gerbrand Bakker is schrijver en hovenier. Hij verhaalt over zijn huis, tuin en buren in de Duitse Eifel.

Rothout was het. Ik zou Herr Arnoldy op moeten bellen, me beklagen

Nadat ik het bezoek uitgezwaaid had - ik sta dan op de weg om te kijken of er iets aankomt; het is door de coniferenhaag van Buurman Klaus een onoverzichtelijk punt - zag ik mijn namaak-Crocs op de nok van het dak staan. Eén stond in lijn met de vorstpannen, de ander stond er haaks op. De kleur kwam overeen met de dakpannen, ik denk dat een willekeurige voorbijganger ze niet gezien zou hebben. Het bezoek was naar buiten gekomen met twee dampende koppen koffie en achter haar was de deur in het slot gevallen. "O jee", zei ze. "Zeg dat wel", antwoordde ik. In de Hauswirtschaftsraum hangt weliswaar een reservesleutel, maar daar heb je niets aan als de sleutel aan de binnenkant van de deur in het slot zit. We keken allebei naar het huis, er stonden twee ramen open, in de klapstand, daar hadden we ook niets aan. Gelukkig hadden we allebei een warme kop koffie, het was waterkoud buiten, het zat tegen regen aan. Ik raakte nauwelijks van slag omdat ik wist wat me te doen stond. Dat wilde ik nog een tijdje uitstellen omdat ik er tegenopzag.

Maanden geleden klom Tuinmaat Han op het dak, dat aan de achterkant van het huis een makkie is omdat het huis in een heuvel staat. Je stapt er zo op. Die kant van het dak is niet steil, aan de voorkant maak je al gauw een val van vier meter als je er afdondert. Ik keek niet naar Tuinmaat Han, ik heb jaren met hem gewerkt en altijd gebeurde er wel iets met hem, hij is in een tuin nogal ongeluksgevoelig. Altijd bloed, een snee, een val van een trap; de heggeschaar die ermee ophoudt omdat hij de kabel doorsnijdt. Kijken naar Tuinmaat Han die zich op een dak begeeft is dus niet raadzaam. In het dak zit een tuimelraam dat nooit dichtgeklikt zit.

Ik merkte aan de achterzijde van het dak dat ik op mijn Crocs uit zou glijden, die moest ik kwijt. Daarom zette ik ze op de nok en ik schuifelde op blote voeten naar het opstaande randje van het tuimelraam. Met een voet duwde ik het tuimelraam open en langzaam liet ik me omlaag zakken. Via de boekenkast kwam ik op het tafeltje uit. Daarna deed ik de deur open en was alles weer zoals het moest zijn.

Later die ochtend donderde een rij houtblokken die we aan het stapelen waren in het houthok om. Zo'n dag was het. Bovendien hoorde ik van Dakdekker Rudi én voormalig burgemeester Ernst Görgen dat het ondeugdelijk hout was, het was te oud. Rothout was het. Ik zou Herr Arnoldy op moeten bellen, me beklagen, dit kon echt niet. Maar dat verkrijg ik niet over mijn hart. Herr Arnoldy is 78, hij komt hierna nog één keer met hout. Ik vergeef het hem. Als het hout sneller opraakt dan anders, stook ik wel wat minder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden