Critici sparen bijbelvertalers

Op heel wat kansels is gisteren de Nieuwe Bijbelvertaling geopend, maar de komende weken valt haast dagelijks te genieten van introducties en promoties en discussies. Zoals gisteren in Amsterdam. De eerste kruitdamp is opgetrokken. ,,Toe, zeg eens iets lelijks.”

Aan de reeks typeringen van (delen van) de Nieuwe Bijbelvertaling: huttemetutterig (Deurloo), kasteelroman (Zuurmond), ontaal, maag draait om (N. ter Linden), onwelluidend, aftreksel (Oosterhuis), hapklare brokken (Schouten) enz. heeft schrijfster Désanne van Brederode er gisteren nog een toegevoegd: 'Balkenendeachtig'. In de Rode Hoed in Amsterdam leverde een flink aantal mensen van rondom, vóór of tegen de NBV gisteren een bijdrage aan een van de talloze manifestaties, discussies en presentaties die deze maand het land doorkruisen. Baas Sijbolt Noorda, concurrent Pieter Oussoren (van de 'Naardense Bijbel'), medevertaler Tom van Deel, criticus Karel Deurloo en anderen lieten zich horen.

Dr. Jan Fokkelman, kenner van de Hebreeuwse poëzie, haar ritme en dynamiek, liet zich lovend uit dat de NBV de psalmen in strofen heeft verdeeld, met regels wit ertussen. Maar liefst duizend regels wit, ,,waarvan maar honderd keer foutief”, zei Fokkelman. Het speet hem dat het poëziekarakter voor de lezer niet nog sterker was benadrukt door de versregels te laten inspringen. Ook was jammer dat dat strofische met witregels niet óók bij Job was toegepast, maar je kon kennelijk niet alles tegelijk hebben.

De hoorders kregen in de korte tijd van Fokkelman en van literair criticus Tom van Deel een inkijkje in hoe moeilijk vertalen is. Bouwt, in Psalm 8, de Heer met 'de stemmen van zuigelingen een macht tegen zijn vijanden', zoals de NBV (met eerdere vertalingen) wil? 'Baarlijke nonsens, onlogisch', vindt Fokkelman. Die zuigelingen horen bij het vers ervoor: ze bezingen de glorie van de Heer. Juist geen nonsens, betoogt Van Deel. Kind tegenover vijand, goddelijke macht tegenover sterveling - de parallelle tegendelen rijmen juist logisch op elkaar. De vraag of de vertalers misschien de Hebreeuwse tekst hadden 'geëmendeerd', zoals Fokkelman suggereerde, mochten de luisteraars van discussieleider Gert Peelen gevoeglijk overslaan.

Enkele schrijvers, schrijfsters lazen een dierbare passage voor, uit de vertaling van hun eigen keus én uit de NBV. Désanne van Brederode werd het te machtig bij het lezen uit Johannes 15 (NBG, '51) ,,Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven...” In de NBV vindt ze ,,als je je aan mijn geboden houdt...”: dat is volgens Van Brederode 'Balkenende-ach-tig', te veel normen en waarden, zeg maar.

Dichteres Marjolein de Vos presenteerde het overbekende I Korinthe 13, over de liefde. Minpunt: dit enige stukje echt nieuwtestamentische poëzie is in de NBV prozaïsch vertaald en als proza afgedrukt. In de NBG was de liefde nog 'lankmoedig en goedertieren'. In de NBV zijn die woorden gesneuveld, als niet meer van deze tijd. De Vos houdt haar twijfel: ,,Nee, je weet niet wat het is, maar je weet het ook wél.”

Lankmoedig: dat was misschien nu wel het woord, na alles wat verdedigers en critici over de nieuwe bijbelvertaling en over elkaar de afgelopen weken hadden gezegd en geschreven. Fokkelman spreekt van een 'sympathiek' project, al constateert hij grote kwaliteitsverschillen tussen het ene en het andere bijbelboek. Zelfs Deur-loo, die het gebruik van de NBV verwerpt voor eredienst, catechese en leerhuis, gunt haar enige ruimte voor het 'brede publiek'. Ja, hij heeft zelfs in de NBV mooie dingen ontdekt:

,,God schenkt het zijn lieveling in de slaap” (Psalm 127). Dat 'lieveling' heeft zijn hartelijke instemming.

In de grote zaal zit intussen Huub Oosterhuis op de eerste rij, voor het debat tussen Sijbolt Noorda en Pieter Oussoren. Ze zouden met gemak felle opponenten kunnen zijn, maar het is een en al verstandigheid en mildheid waarvan ze zich bedienen. ,,Gelukkig maar”, zegt een bezoekster. ,,Ik heb me zo vreselijk geërgerd de laatste dagen aan al die discussies.”

Gespreksleider Bettine Siertsema vraagt het publiek of zij met de term 'Amsterdamse school' geheimtaal spreekt. Dat blijkt allerminst het geval. Hier zitten de ingewijden ('Mag ik je mijn vrouw voorstellen? Zij is óók theoloog”) Zij weten precies dat Siertsema met die 'school' de meest uitgesproken tegenstrevers van de NBV bedoelt. En dus grinniken ze als Oussoren zichzelf 'het Utrechtse neefje van de Amsterdamse school' noemt. ,,Ik heb niet in Amsterdam gestudeerd, dat blijft een handicap.” Zijn Naardense Bijbel, zegt hij, is 'een heel klein luisje in de pels' van het megaproject NBV. Maar, verzekert hij, zeker niet bedoeld als 'anti-vertaling'. Persoonlijk hoopt hij nog steeds op een Oosterhuisbijbel. De échte Amsterdamseschoolvertalingen vindt hij 'gortdroog', 'meestal niet mooi'. ,,Zelf wil ik iets smeuïgers.”

Zijn eigen Utrechtse gemeente heeft Oussoren dan ook aangeraden de NBV te gebruiken. Vanwege de 'fantastische ontstaansgeschiedenis' en omdat het een bijbel is die je ,,met goed fatsoen kunt openleggen”.

,,Ik kan”, zegt Sijbolt Noorda, ,,wat dit betreft ook niet voor vuurwerk zorgen. Ik ben het er helemaal mee eens. De variëteit aan bijbelvertalingen in Nederland is een groot goed.”

En hoe zit het met het 'liturgisch gebruik' van de nieuwe vertalingen? De beide kenners zijn het alweer roerend eens: daar gaan bijbelvertalers niet over - dat is aan de kerken. De NBV, benadrukt Noorda, heeft er bij het vertalen geen rekening mee gehouden.

En zijn opponent moet over zijn bijbel ,,precies hetzelfde zeggen”.

Oussoren: ,,Zeg straks eens iets lelijks, Sijbolt. Wij zitten elkaar helemaal niet in de haren.”

Dan -later -maar even iets pittigers. Waarom heeft Noorda Deurloo, Zuurmond en consorten niet bij zijn project betrokken? Karel Deurloo had geen idee waarom hij uit de boot is gevallen. Noorda verschool zich eerst nog achter het feit dat de (toen nog) hervormde kerk die namen niet aan hem had doorgegeven, alsof hij ze zelf niet had kunnen bedenken. Vervolgens legde hij het toch nóg eens uit. Zijn ploeg vertalers bestond uit mensen die de gekozen vertaalstrategie tot de hunne wilden maken - het bekende 'brontekstgetrouw /doeltaalgericht'. Wie vindt dat je zo de bijbel niet kunt of niet moet vertalen, prima, maar dan hoor je gewoon niet in Noorda's vertaalteam. ,,In een voetbalteam moet je geen korfballer hebben,” maakte Noorda heel doeltaalgetrouw duidelijk. Karel de korfballer liet die bal passeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden