Crisis voor de kreeft

Ecologen zijn op zoek naar geschikte wateren voor de Europese rivierkreeft. Het beest kruipt nog maar in één vijvertje, bij Arnhem.

Een perfecte locatie. Geen pest, geen exoten en veel schuilgelegenheid. Zou raar zijn als het hier niet zou lukken." Het is een warme herfstdag als ecoloog en kreeftenkenner Fabrice Ottburg samen met Ben Oosting een ronde maakt over het Arnhemse landgoed Warnsborn. Bomen en bosbodem zijn oogverblindend met hun zachte geel-oranje tinten, de vijvers verzilverd door de heldere zon. Een magistrale plek, maar Ottburg en Oosting ogen vooral serieus en bezorgd. Het móet lukken. "Het is één voor twaalf voor onze Europese rivierkreeft. Zonder nieuwe populaties is de kans op uitsterven levensgroot. En dan zijn we hem echt kwijt."

Ze zijn ongerust over het voortbestaan van de inheemse rivierkreeft in ons land. "Het dier komt nu nog slechts in één vijver in Nederland voor. Hier op Warnsborn. Eén onverlaat die een exoot in de vijver gooit of ongelukkige vervuiling en ook die laatste paar honderd leggen het loodje", zegt Ottburg. "Dat laat ik dus niet gebeuren. Nooit niet", voegt Oosting resoluut toe.

Oosting, boswachter bij de Stichting Geldersch Landschap en Kastelen (GLK), de beheerder van Warnsborn, speelt een cruciale rol in het 'kreeftenverhaal'. Sinds hij in 1983 bij toeval en bij het uitmaaien van een vijver de kreeften ontdekte zit hij - zoals hij het uitdrukt - als een bok op de haverkist. "Er komt niemand bij. Het zijn bijzondere beesten. Prehistorisch, geheimzinnig en nog mooi ook."

Lopend langs de oever van de Warnsbornbeek vertelt Ottburg over de teloorgang van de Europese rivierkreeft. Dik vijftig jaar geleden was de Astacus astacus nog doodnormaal in ons land en kwam de soort op tientallen plekken in het oosten en zuiden van het land voor. Ook op landgoederen. Veel buitens kennen een kreeftenvijver of -gracht. Het dier werd waarschijnlijk nog gegeten, net als in de Middeleeuwen. Evenzo op Warnsborn, vermoedt Oosting.

undefined

Buitenlanders

Maar het tij keerde. Veel wateren raakten vervuild, beken werden rechtgetrokken en duizenden kreeften kwamen om bij het dempen van watergangen. Bovendien ontsnapten exotische types zoals de Gevlekte en de Gestreepte Amerikaanse rivierkreeft en de Californische rivierkreeft uit tuinvijvers om naar natuurlijke wateren te wandelen. Of ze werden daarin zelfs moedwillig uitgezet. De 'buitenlanders' zorgden niet alleen voor geduchte concurrentie maar brachten ook de kreeftenpest mee, een dodelijke ziekte waar alleen de Europese kreeft niet immuun voor is. Het aantal Europese rivierkreeften kelderde razendsnel en eind vorige eeuw kwam het dier voor zover bekend alleen nog in de Rozendaalse Beek in Rozendaal voor. Maar ook deze populatie kwam in een vrije val terecht. De inheemse kreeft leek voorgoed uit ons land te verdwijnen. Leek. Een onbezonnen, toevallige actie van een boswachter bleek een gouden greep. Kort voor het debacle op landgoed Rosendael (ook in beheer bij Geldersch Landschap) had hij een emmertje kreeften uit de beek uitgezet in een vijver op Warnsborn. En daar floreerden ze en werden ze ontdekt door Oosting.

De precaire situatie ten spijt was er tot op dat moment behalve bij een handjevol onderzoekers geen gevoel van urgentie. "Onbegrijpelijk", zegt Ottburg terwijl hij een rivierkreeft uit het water haalt. "Hazelmuis, korenwolf, kiekendief en knoflookpad; ze kregen allemaal hun eigen soortbeschermingsplan, maar dit dier niet." Op aandringen van onder anderen Ottburg en collega Ivo Roessink ging het ministerie overstag en kwam er wat geld voor een eerste onderzoek. Ottburg vond boswachter Oosting, die overigens zelf toegeeft eerst niets van alle voornemens te willen horen. Maar nu ligt er een breed gedragen reddingsplan.

"We moeten eerst zorgen voor meer dieren op meer locaties", legt de onderzoeker uit. "En dat gaat niet zomaar", voegt Oosting lachend toe, terwijl hij een kreeft probeert te ontdekken onder overhangende oeverbegroeiing. Een paar jaar geleden zette hij spontaan 30 kreeften uit het refugium op Warnsborn over in een andere vijver. "Vermoedelijk alleen mannen, of alleen vrouwen want na een paar jaar waren ze weg."

Omdat de paar honderd Europese rivierkreeften in de vijver op Warnsborn echt de laatste zijn, willen Oosting en Ottburg geen enkel risico lopen en is er een kweekprogramma opgezet. In najaar 2012 en 2013 zijn in totaal negen Warnsbornse mannen en vijf vrouwtjes met eieren uitgezet in kweeksloten van Alterra Wageningen UR. Omdat kannibalisme bij Europese kreeften veel voorkomt, zijn de jongen toen ze twee weken oud waren (tot die tijd draagt en beschermt het vrouwtje ze onder haar staart) apart gezet om op te groeien.

Inmiddels zijn er honderden jongen. Voorjaar 2015 kunnen de eerste worden uitgezet in een vijver in Warnsborn. "Die vijvers baggeren we deze winter nog uit. We leggen er een paar mooie oude stobben in waaronder de kreeften kunnen schuilen en zorgen voor een goede oeverbegroeiing, vertelt Oosting terwijl hij met Ottburg vanaf een brug de uitzetlocatie bekijkt.

undefined

Tuinieren

De vijver op Warnsborn - natuurlijk een andere dan de 'bronvijver' - is via een beek verbonden met twee andere vijvers maar is verder van de omgeving geïsoleerd. Ottburg: "En dat is precies de bedoeling. Zo blijft de kans op besmetting of exoten het kleinst." "Er komt ook niemand in mijn vijver", voegt Oosting toe.

Het vijvercomplex op Warnsborn is de eerste van tien locaties waar Ottburg en collega Roessink de komende jaren gekweekte kreeften willen uitzetten. Welke de andere negen zijn, wil hij nog niet prijsgeven. De gemeente Kerkrade en landgoed Slangenburg in Doetinchem lijken in elk geval tot de gelukkige te behoren.

De onderzoeker: "Tot zover is het natuurlijk puur tuinieren, en dat kan en mag nooit het doel van soortbescherming zijn. Uiteindelijk hoort de Europese rivierkreeft thuis in open beeksystemen zodat hij zich kan verspreiden, onafhankelijk van de mens. Na de tien geïsoleerde locaties willen we dan ook dieren uitzetten in twee beeksystemen. Ook die moeten 100 procent vrij zijn van pest en exoten en zelfs dan blijft het dood- en doodeng. Onwelgevalligen of onwetenden kunnen in een paar minuten tijd jaren werk én de overlevingskansen voor de kreeft kapot maken."

Ondertussen slentert Oosting, meer buitenman dan onderzoeker, onder de kapitale beuken en eiken door naar de volgende vijver. Iets blauws vliegt razendsnel voorbij. "Een ijsvogel! Als die onze kreeften maar niet gaat eten!"

Boswachter Ben Oosting (l.) en onderzoeker Fabrice Ottburg op landgoed Warnsborn bij Arnhem, de plek waar Oosting de laatste Europese rivierkreeften in Nederland vond.

undefined

Crowdfunding

Geldersch Landschap en Kastelen wil zowel de Rozendaalse beek als de vijvers op Warnsborn een flinke opknapbeurt geven om de kansen voor de rivierkreeft te optimaliseren. Daarvoor is euro 75.000 nodig. Een deel daarvan moet via crowdfunding bijeengehaald worden.

www.glk.nl/105/geef-een-gift

undefined

Europese rivierkreeft

De Europese rivierkreeft (Astacusa astacus) is inheems in Nederland; de vroegste melding dateert van 1170. De kreeften leven in zoet, redelijk koel en zuurstofrijk water en zijn echte omnivoren. Aas, aquatische ongewervelden en plantenmateriaal worden razendsnel met de kaken verschalkt. Het dier is nachtactief. In tegenstelling tot de buitenlandse soortengenoten loopt de Europese rivierkreeft niet over land maar verspreidt zich zwemmend. Astacusa astacus wordt maximaal 16 centimeter groot en kan 10 jaar oud worden. De paartijd is ver in het najaar, de 50-200 eitjes worden in het voorjaar gelegd.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden