Crisis slaat hard toe in economisch wonderland

BANGKOK - Het verkeer raast langs het immense grasveld naast het koninklijk paleis. Normaal is dit de plek voor vliegerwedstrijden, manifestaties en boeddhistische festiviteiten. Maar deze maand houdt de liefdadigheid er huis. Vrijwilligers van de Hau Kiaw Poh Teck Tung stichting zijn in de weer met mandjes die door goede burgers weldra gevuld worden met rijst en groenten.

Het is oktober, de tiende maanmaand. Dadelijk begint het Vegetarische Festival in Bangkok. Wie nu wat geeft, krijgt er geluk voor terug, dus er is reden te over om een donatie te doen. Deze vorm van liefdadigheid trekt elk jaar tegen de 25 000 armlastigen die al van 's morgens vroeg hun mandje voedsel komen afhalen. Het zijn veelal bejaarden en invaliden, mensen die in Azië toch al tussen wal en schip vallen. Maar dit jaar rekent de stichting op meer dan 75 000 mensen. Want de crisis die Thailand nu al vijftien maanden in een wurggreep houdt, eist zijn tol.

De cijfers van het ministerie van arbeid zijn niet accuraat, maar VN-organisaties schatten dat de crisis tegen de 700 000 mensen werkloos heeft gemaakt. Die kwamen bovenop de miljoen die al voor de crisis zonder werk zaten. Het zijn cijfers die niet eens zoveel voorstellen, op een geschatte beroepsbevolking van veertig miljoen mensen.

Niettemin is de crisis hard aangekomen. Immers, aan de groei van de economie leek geen einde te komen. Tot op 2 juli vorig jaar de Thaise baht en vervolgens de beurs in Bangkok instortten. Exit economisch mirakel. Jarenlang had Thailand cijfers gescoord die ongekend waren. Tussen 1985 en 1995 was het koninkrijk de snelst groeiende economie ter wereld. De Thai hadden een economisch wonder gecreëerd, erkende de westerse wereld. Met keihard werken en door gebruik te maken van de modernste technologieën. Bovendien hoefden zij in veel gevallen het wiel niet zelf uit te vinden; veel productiviteit betrof kopieerwerk van Westerse artikelen; net zo goed, alleen met goedkopere handen gemaakt.

- Vervolg op pagina 6

Thailand: het ergste lijkt voorbij Ondernemers wandelen als VOC-heren rond VERVOLG VAN PAGINA 1

Maar inmiddels is gebleken dat de economie er alleen maar zo hard kon groeien doordat de banken ongecontroleerd en ongelimiteerd leningen hadden verstrekt. Leningen die bij forse tegenslag, zoals een inzakkende onroerend-goedmarkt en een sterk gedevalueerde baht, niet meer konden worden afbetaald.

Banken kwamen in problemen doordat het onderpand de schade niet compenseerde. In de regio had de Thaise malaise een domino-effect: het ene na het andere land kwam in enorme problemen, met het ogenschijnlijk onaantastbare Japan als laatste Aziatische slachtoffer.

Vijftien maanden na het begin van de crisis hebben de voormalige Tijgers nog alle moeite om het hoofd boven water te houden. Maar in het land waar de crisis begon, Thailand, zijn de eerste voorzichtige tekenen van herstel zichtbaar.

Dit jaar krimpt de economie vermoedelijk nog met 8,5 procent, maar voor 1999 wordt een groei voorzien van tegen de anderhalf procent. Dat laatste cijfer is een recente schatting van ING Barings en ligt hoger dan de voorzichtige raming die de regering-Leekpai heeft gemaakt.

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) heeft zijn waardering uitgesproken voor de Thaise aanpak, die als blauwdruk voor de hele regio kan gaan gelden. De nieuwe maatregelen komen in grote lijnen neer op een grootscheepse privatisering van staatsbedrijven en de stimulering van buitenlandse investeringen in het bankwezen.

Alle crisislanden in Azië zijn zich ervan bewust dat ze ingrijpende maatregelen moeten treffen om hun economie draaiende te houden, concludeert het IMF, maar Thailand is het eerste land dat een vergaande hervorming van zijn financiële systeem heeft voorgesteld.

Een opmerkelijk zet is bijvoorbeeld de nieuwe structuur van de centrale bank, waartoe dezer dagen definitieve voorstellen worden gedaan. Nu valt de bank direct onder de minister van financiën, met als gevolg dat veel van de acties van de bank een politieke achtergrond hebben.

Als het voorstel wordt aangenomen, rapporteert de bank voortaan aan de senaat. De gouverneur van de bank moet daarnaast een of twee keer per jaar publiekelijk verantwoording afleggen. Het past allemaal in de maatregelen die premier Chuan Leekpai tegen de corruptie heeft aangekondigd. Maatregelen die inmiddels al diverse topambtenaren en vijf ministers noodlottig zijn geworden.

Het IMF heeft Thailand in totaal voor 17,2 miljard dollar (ongeveer 34 miljard gulden) toegezegd, zonder daar al te strenge eisen aan te verbinden. Eerder deed het IMF dat wel in bijvoorbeeld Indonesië en Rusland, waar drastische hervormingen en bezuinigingen werden geëist voordat tot uitbetaling van het beloofde werd overgegaan.

In Thailand leek dat niet nodig, omdat de Thai het zelf al van plan waren. Bovendien: de Thaise overheid is er nooit een liefhebber van geweest het geld over de balk te smijten. Het land had vorig jaar een staatsschuld die overeenkwam met maar 5,5 procent van zijn bruto binnenlands product. In veel westerse landen ligt dat percentage op zestig.

Dat lijkt een mooi uitgangspunt, maar het IMF bevalt die opstelling op dit moment juist minder goed. Laat die staatsschuld nou maar oplopen, dat is van later zorg, redeneert het IMF. En besteed het geld waar het nu nodig is.

De Thai zijn daarnaast niet snel in paniek als het om het oplossen van economische problemen gaat. Mai pen rai, zeggen ze in Thailand, dit probleem overstijgt onze macht, dus het komt allemaal vanzelf in orde. Die houding is ze meer dan eens opgebroken. Toen de crisis snel naar een hoogtepunt steeg, verwachtte de regering dat de vanouds sterkste en betrouwbaarste steunpilaar, de rijstexport, de malaise vanzelf wel de baas zou worden.

In eerste instantie leek dat ook het geval, toen begin dit jaar de rijstexport toenam. Maar in het voorjaar sloeg het noodlot keihard toe, want de Thaise baht steeg weer en buurlanden, die toch al niet veel geld meer voorhanden hadden, zochten hun rijst massaal elders.

Niettemin kiest de regering van premier Chuan Leekpai ook nu weer voor een eigen koers. Het grootste deel van de steun van het IMF is gebruikt om noodlijdende banken van nieuw kapitaal te voorzien.

Die zijn daardoor in staat op lokaal niveau weer leningen te verstrekken aan bedrijven en particulieren. Daarnaast zijn enkele banken geprivatiseerd en zijn andere onder de hoede van andere banken gebracht. En vervolgens is de deur wijd opengezet voor buitenlandse investeerders.

Vooral dat laatste ligt gevoelig in Azië, met name in Maleisië, China en zijn nieuwe 'provincie' Hongkong. Want met een beetje slechte wil is zo'n beleid uit te leggen als een uitverkoop. De praktijk wijst dat hier en daar ook uit. Een groot aantal bedrijven en banken in Thailand is inmiddels in handen gekomen van buitenlanders die dankzij een wetswijziging de mogelijkheid kregen voor honderd procent eigenaar te worden. Tot dusver waren alleen met Thaise bedrijven gedeelde partnerschappen toegestaan.

Vooral Amerikaanse bedrijven sloegen hun slag, maar ook de Europeanen lieten zich niet onbetuigd. Nederlanders roken uiteraard hun kans. Ahold breidde zijn belang in de Tops-supermarkten uit en ABN Amro is er, na de overname van de Bank of Asia, nu de grootste buitenlandse bank. KLM, Heineken, Unilever, Shell, Philips, het zijn stuk voor stuk moderne varianten van VOC-heren die momenteel met een gretige blik in Thailand rondstappen.

In hun kielzog zal het midden- en kleinbedrijf volgen. In februari volgend jaar leidt staatssecretaris Ybema van buitenlandse handel een delegatie van ondernemers die in Thailand op overnamepad gaan. Het moment is er geschikt voor: de maatregelen van de Thaise regering hebben ertoe geleid dat de koers van de baht al een half jaar stabiel is.

Politiek is Thailand ook momenteel een oase van rust, vergeleken met de buurlanden. En het land heeft geld nodig, veel geld. Leent Thailand dat geld op de buitenlandse markt, dan moet het er momenteel meer dan veertien procent rente over betalen. Dan is het een stuk voordeliger als bijvoorbeeld ABN Amro de knip opentrekt voor een meerderheidsbelang in de Bank of Asia.

Ondertussen loopt het niet bepaald storm onder de zonwerende luifeltjes van de Hau Kiaw Poh Teck Tung stichting. Waar de hele dag door honderden armlastigen werden verwacht, vormen hooguit twintig mensen een rijtje. De Thai, grootgebracht met liefdadigheid jegens de medemens die de boeddhistische ascese ondergaat, is er te trots voor een mandje eten te komen ophalen. Bovendien, zegt een medewerker van de stichting, zit een Thai nooit lang werkeloos thuis. Bij gebrek aan afdoende sociale verzekeringen zal hij altijd een klusje oppakken als zelfstandig zakenman, taxichauffeur of straatverkoper. En daarnaast zijn honderdduizenden werklozen teruggevallen op het enige echte sociale vangnet dat Thailand heeft: de familie, ergens in een dorp in het noorden of noordoosten. Honderden kilometers verwijderd van Bangkok, het economische hart van het land.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden