Crisis maakt een eind aan imperium van 'CP'

De economische crisis begon ruim een jaar geleden in Thailand en kreeg daarna via Zuid-Korea, Indonesië en Japan vat op de rest van de wereld. In een serie beschrijft Trouw de gevolgen van de crises in de verschillende werelddelen. Vandaag deel 6: De Charoen Pokphand Group.

BANGKOK - Op een foto in de Thaise krant The Nation wandelt Dhanin Chearavanont losjes door de gang in zijn kippenfabriek. Hij leidt de Vietnamese president Tran Duc Luong rond, die een driedaags werkbezoek brengt aan Bangkok.

Hij is dus wel degelijk in het land, Dhanin Chearavanont. Zijn secretaresse bezwoer nog dat hij plotseling naar het buitenland moest, zodat er echt, echt geen sprake kon zijn van een interview. Mevrouw Ponsee van de PR-afdeling heeft een dag later een eerlijker antwoord klaar: “Mijnheer Dhanin houdt het tegenwoordig liever low profile. Ook voor de Thaise kranten is hij momenteel niet te spreken.”

Het is nog te begrijpen ook. Want de economische crisis heeft flinke schade toegebracht aan een van de machtigste mannen van Thailand en aan zijn bedrijf, de Charoen Pokphand Group. Zodanig zelfs, dat de prominente rol die Dhanin tot dusver in het Thaise politieke leven kon vervullen, wel eens uitgespeeld kan blijken te zijn. En de CP Group, nu nog het grootste bedrijf van Thailand, staat op het punt ineen te schrompelen. Hier doet de crisis zijn louterende werk: het is tijd om een eind te maken aan vriendjespolitiek en monopolies.

Het gezegde luidt dat elke Thai die een stap buiten de deur zet, elke dag op zijn minst een dubbeltje aan de CP Group kwijtraakt. Zelfs Dhanin (59) zelf schijnt niet precies te kunnen vertellen hoe omvangrijk zijn CP Group is. Tegen de vierhonderd bedrijven vallen onder de paraplu van het Thaise concern. In totaal zijn er meer dan zeventigduizend mensen werkzaam voor bedrijven die tot de groep behoren. 'CP', zoals het conglomeraat bijna liefkozend in Thailand wordt genoemd, zit vooral in voedingsmiddelen, maar heeft vertakkingen in vrijwel alle denkbare sectoren, van landbouw tot garnalenkweek, van de petrochemie tot rijwielen. En de CP Group heeft met TelecomAsia een stevige vinger in de pap waar het gaat om de telecommunicatie.

Zeven dochterondernemingen zijn aan de Thaise beurs genoteerd, twee in Indonesië en twee in Hongkong en ook bij de beurzen van Taiwan en China heeft CP een bedrijf ingeschreven. Doordat niet alle lijnen bij één openbare bankrekening eindigen, is de economische waarde van het concern moeilijk in bedragen uit te drukken. De Bangkok Post schatte de totale omzet in 1995 op achthonderd miljard gulden.

Invloedrijk

Geen wonder dat Dhanin, die het bedrijf ruim tien jaar geleden overnam van zijn vader, kon uitgroeien tot een invloedrijke man. Zijn privévermogen werd twee jaar geleden door het Amerikaanse blad Forbes Magazine geschat op tussen de tien en vijftien miljard gulden. Forbes zette Dhanin de afgelopen jaren steevast bovenin de lijst van vijftig meest invloedrijke mannen in heel Azië. Hij was kind aan huis bij de vroegere premiers en maakte er nooit een geheim van dat hij in de regering en de ambtenarij op belangrijke plekken zijn stromannen had zitten. Onder het motto 'zonder het zakenleven kan de politiek niets' verwierf Dhanin zich een positie waarin niemand meer om hem heen kon en waarin zijn woorden vaak van doorslaggevend belang waren.

Zo was het vanzelfsprekend dat de overheid in 1991 op CP uitkwam, toen drie miljoen telefoonaansluitingen gerealiseerd moesten worden: twee miljoen in Bangkok en een miljoen op het platteland. Pas jaren later, toen Thailand meer op het democratische pad terechtkwam, is dat besluit enigszins teruggedraaid. De aansluitingen op het platteland zouden door de kleinere concurrent TT & T worden uitgevoerd. De reactie van Dhanin was veelzeggend: hij besloot TT & T over te nemen. Uiteindelijk stak de crisis daar een stokje voor.

Dhanins expansiedrift beperkte zich niet tot Thailand. In China, het geboorteland van zijn ouders, groeide hij uit tot de grootste buitenlandse investeerder. Hij maakte zich er razend populair door ten tijde van het bloedbad op het Tiananmenplein te verkondigen dat hij zich nooit uit China zou terugtrekken. Hij laat zich er trouwens op voorstaan dat hij liever mandarijns spreekt dan Thais. In Hongkong, waar zijn broer voorzitter is van een adviserend orgaan van de Chinese autoriteiten, heeft Dhanin belangen in diverse bedrijven.

Zijn poging om ook in de Verenigde Staten vaste voet aan de grond te krijgen, mislukte overigens. Twee jaar geleden stapte een charmante medewerkster van CP op president Clinton af met in haar handtas meer dan een miljoen gulden. Clinton hield destijds geregeld 'koffieochtenden' om in contact te komen met het internationale bedrijfsleven. Pas later bleek dat er flink in de buidel moest worden getast om bij de president te mogen aanschuiven. Een grootscheeps onderzoek toonde aan dat er in die tijd miljoenen zijn gedoneerd om Clintons herverkiezing mogelijk te maken. De zaak ging als een nachtkaars uit omdat niet kon worden aangetoond dat de gulle gevers zelf ook beloond zijn. Maar alle tumult zorgde er wel voor dat CP geen schijn van kans meer had in Amerika.

Dat alles was nog geen ramp geweest als niet opeens, als een donderend noodweer, de recessie over Azië schoof. CP bleek uitermate kwetsbaar omdat het belangen heeft in alle landen die door de crisis geraakt werden. Bovendien werden juist CP's voornaamste sectoren het eerste slachtoffer, zoals de garnalenexport en de elektronica en in eigen land zakte de vraag naar voedingsmiddelen in. De export van kippen (CP is na het Amerikaanse Tyson Foods de grootste producent van kip) viel eveneens stil. Op 2 juli vorig jaar devalueerde de Thaise munt, de baht, waarna alle markten en valuta in de regio instortten. Binnen de kortste keren keek de CP Group aan tegen een schuld van drie miljard gulden. Inmiddels moet dat er een veelvoud van zijn. En schuldeisers laten er in tijden van crisis geen gras over groeien.

Redden

In een poging te redden wat er te redden valt, heeft Dhanin de CP Group drastisch gesaneerd. Forse aandelenpakketten werden verkocht, zelfs van het strategisch zo belangrijke TelecomAsia, dat enorm te lijden kreeg doordat de overheid de opdracht in Bangkok moest opschorten. Diverse sectoren zijn samengevoegd zodat er met aandelenemissies nieuw kapitaal kon worden verkregen.

Maar wat hem nog het meest aan het hart ging: hij was gedwongen delen van zijn concern te verkopen. Vrijwel alle supermarkten van de Lotus-keten zijn deze zomer voor zeven miljard gulden in handen gekomen van het Britse Tesco, dat nu in Thailand de voornaamste concurrent is van Ahold. In China deed CP zijn belang in de autoindustrie van de hand en de aandelen in de Sjanghai Mila brouwerij zijn verkocht aan Heineken. Momenteel staat nog het meerderheidsbelang van de CP in die andere supermarktketen, Seven Eleven, te koop.

Uiteraard geeft Dhanin zich niet zomaar gewonnen. De sanering brengt de groep weer grotendeels terug op het terrein waar hij altijd sterk was: de voedingsmiddelenindustrie. En juist de kippenfabriek waar hij de Vietnamese president zojuist doorheen loodste, krabbelt er weer bovenop. De oorzaak: de overstromingen van de rivier de Jangtze hebben de grootste concurrenten in de regio, de Chinezen, vrijwel van de kaart geveegd.

Maar toch: de crisis blijkt ook aan Dhanin zelf niet voorbijgegaan. Hoewel hij op de Kaaimaneilanden nog wat appeltjes voor de dorst schijnt te hebben bewaard, moet toch de publicatie van het laatste Forbesrapport, drie maanden geleden, voor hem een stevige domper zijn geweest. Op de lijst van Aziatische miljardairs, toch al aardig geslonken door de crisis, komt de naam Dhanin Chearavanont niet meer voor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden