Crises in kabinet 'onnodig'

DEN HAAG - Het aftreden van zowel het tweede kabinet-Kok als het kabinet-Balkenende was onnodig. De vice-voorzitter van de Raad van State, Tjeenk Willink, wijt beide overbodige kabinetscrises aan verwaarlozing van de staatsrechtelijke regels in de 'dramademocratie' die het Nederlandse bestel volgens hem dreigt te worden.

Tjeenk Willink schrijft dat in zijn jaarverslag. Hij waarschuwt dat de 'dramademocratie' het staatsbestel kwetsbaarder maakt dan ooit. Dat komt ook doordat de media onevenredig veel invloed op de Nederlandse politiek hebben gekregen.

De invloedrijke adviseur van de regering legt een verband met de druk die politici voelen om aan politieke beeldvorming te doen. Bij gebrek aan een vaste aanhang, zijn zij voor hun overleven veel meer dan vroeger afhankelijk van hun 'performance', schrijft hij. ,,Politieke beeldvorming wint het van staatsrechtelijke spelregels. De afhankelijkheid van het publieke optreden, en dus van de media, wordt groter. De politicus moet reageren op de door de media veronderstelde standpunten van zijn kiezers. Hij wordt een acteur, waarbij volgens de logica van de media het bestaande altijd wijkt voor het nieuwe, wat misgaat wegdrukt wat goedgaat, en de korte termijn het wint van de langere termijn.''

Bij de twee kabinetscrises in 2002 bleek volgens Tjeenk Willink de verwaarlozing van de staatsrechtelijke regels. Trad het kabinet-Kok officieel af om verantwoordelijkheid te nemen voor het Srebrenica-drama, in werkelijkheid ontliep het kabinet met zijn ontslag die verantwoordelijkheid juist. ,,Niet opstappen is het bewijs van ministeriële verantwoordelijkheid, maar uitleg geven, het gevoerde beleid verdedigen en doeltreffende maatregelen nemen om nieuwe misslagen te voorkomen.'' Met zijn aftreden liet Kok dat juist na. Tjeenk Willink signaleert ook dat het kabinet enkel aftrad om geloofwaardig te blijven bij de burgers, niet vanwege een gebrek aan vertrouwen bij de Kamer. ,,De ministeriële verantwoordelijkheid werd daarmee van haar essentie ontdaan: ten overstaan van de Staten-Generaal beleid verdedigen.''

Tjeenk Willink vindt het discutabel dat het kabinet-Balkenende direct na het ontslag van de LPF-ministers Bomhoff en Heinsbroek demissionair werd. Ten onrechte heeft kabinet noch Tweede Kamer naar de staatsrechtelijke alternatieven gekeken. Na het ontslag van de twee ruziënde bewindslieden had het kabinet volgens hem missionair, met behoud van alle bevoegdheden en verantwoordelijkheden, kunnen aanblijven. De Tweede Kamer had het kabinet dan kunnen aanspreken op de vraag of nieuwe verkiezingen noodzakelijk waren, zo kort na de verkiezingen in mei. ,,Vrij algemeen werd geaccepteerd dat het demissionaire kabinet verantwoordelijkheid nam voor de ontbinding van de Kamer, hetgeen zo kort na de verkiezingen van mei 2002 geen vanzelfsprekendheid was.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden