Coup verrast Eritreeërs in diaspora

Oppositieleden in buitenland willen andere regering, maar maken geen vuist

De couppoging in de Eritrese hoofdstad Asmara van twee dagen geleden kwam voor veel Eritreeërs in de diaspora als een verrassing. Niemand lijkt van tevoren geïnformeerd dat er een opstand van ruim honderd militairen ophanden was. Alles wijst op een geïsoleerde actie vanuit het leger.

"Het was mooi geweest als ze samen met mensen van buitenaf hadden geopereerd. Dan was er misschien meer mogelijk geweest", zucht de Rotterdamse Eritreeër Mehari Tesfamariam. De vijftiger ontvluchtte Eritrea 30 jaar geleden tijdens de onafhankelijkheidstrijd tegen Ethiopië.

Maar wie hadden de militairen moeten bellen? In Eritrea zijn oppositiegroepen verboden door de dictatoriale president Isaias Afeworki die bijna twintig jaar aan de macht is. En de oppositie in diaspora - tientallen organisaties met soms duizenden maar soms slechts tien leden - is tot op het bot verdeeld. Ze hebben meningsverschillen over de toekomst van Eritrea, over wel of geen gewapend verzet. Ook bestaan er etnische tegenstellingen. Ze willen allemaal een andere regering in Eritrea. Maar een duurzame vuist lijken ze tot nu toe niet maken.

Zwitser David Bozzini, verbonden aan het Afrika Studiecentrum in Leiden doet onderzoek naar de Eritrese diaspora in Nederland en Zwitserland en woonde zelf jarenlang in Eritrea. Hij beschrijft de Eritreeërs als zeer wantrouwend tegenover elkaar. Bozzini vermoedt dat de oorzaak van het wantrouwen voor een groot deel is veroorzaakt door de eerste politieke partijen van Eritrea. Die zijn in de jaren zestig gevormd naar het model van de Soedanese communistische partij en opgebouwd uit cellen van ongeveer tien leden. De cellen communiceren alleen met de partijleiding en niet onderling. "Zo kan niemand elkaar verraden maar is ook niet duidelijk wie buiten de eigen cel te vertrouwen is. Misschien hoort je buurman of je broer wel bij de andere partij", zegt Bozzini. Ook in de diaspora leven veel Eritreeërs in 'kleine cellen van vertrouwelingen', waarbij volgens Bozzini het vertrouwen tijdelijk is en nooit voor honderd procent. "Iedereen vermoedt bij de ander een verborgen agenda."

Tesfamariam denkt dat zijn landgenoten te weinig politieke ervaring hebben om samen te werken. "Door het gebrek aan democratie in Eritrea weten Eritreeërs vaak niet wat politieke dialoog is. We moeten met elkaar praten in plaats van elkaar bestrijden. De sentimenten moeten opzij worden gezet."

Liever mengt Tesfamariam zich niet in de onderlinge strijd van de oppositie. Om toch een politieke stem te hebben als het nodig is, is hij lid van een coalitie van oppositiegroepen, de EPDP. Met hen sprak hij zaterdag nog over de onrust in Eritrea. De macht van Afeworki binnen het leger brokkelt af, zegt hij. "Hij heeft de laatste tijd te veel hooggeplaatste militairen laten vervangen voor nieuwelingen. Niemand vertrouwt hem meer."

Tesfamariam hoopt nu op een sneeuwbaleffect; dat anderen zien dat een opstand wel degelijk mogelijk is. Als de president het veld moet ruimen, moet de oppositie een gezamenlijke visie klaar hebben om te voorkomen dat er een machtsvacuüm ontstaat, meent Tesfamariam. "Maar dat kan nog lang duren."

Af en toe lukt het de diaspora om samen te werken. Eritrese jeugdgroepen vanuit de hele wereld plegen duizenden telefoontjes per jaar naar hun thuisland. Aan willekeurige mensen vertellen zij over vrijheid en democratie. Het effect is niet meetbaar. Maar volgens Bozzini 'weten Eritreeërs dat hun gevluchte landgenoten hen niet zijn vergeten'. Ook nu zijn jongeren bezig met een draaiboek om eventuele nieuwe acties in Eritrea te kunnen steunen, laat Bozzini weten.

undefined

Vluchtelingen vallen ten prooi aan smokkelaars

Liever dan zich met politiek bezig te houden, wil Mehari Tesfamariam met zijn stichting Eritrea Relief and Refugee Service aandacht vragen voor de Eritrese vluchtelingen. Volgens de VN vluchtelingenorganisatie UNHCR vluchten iedere maand drieduizend Eritreeërs naar buurland Soedan. Dikwijls vallen zij in handen van smokkelaars die losgeld vragen aan familie of de vluchtelingen vermoorden voor hun organen. Dit blijkt ook uit het rapport 'Human Trafficking in the Sinaï' van de Universiteit Tilburg en de European External Policy Advisors en reportages van televisiezenders CNN en Al Jazeera. Zij interviewden kinderen in een vluchtelingenkamp in Soedan die waren vrijgekocht door familie of ontsnapt waren aan hun ontvoerders. Volgens Tesfamariam worden ze totaal aan hun lot overgelaten.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden