Costa Rica wil met milieu-obligaties munt slaan uit eigen luchtzuiverende bossen

SAN JOSü - Schone lucht verkopen op de effectenbeurs. Costa Rica gaat daar volgende maand mee beginnen. Het idee is even revolutionair als controversioneel. Uniek in de wereld.

TJABEL DALING

De levensvatbaarheid van het Costa Ricaanse project zal spoedig blijken. In Bonn begint volgende week een internationale bijeenkomst, die als voorbereiding dient op de klimaatconferentie van december in het Japanse Kyoto. Op die conferentie moet duidelijk worden of er een rol is weggelegd voor de internationale financiële markten bij de bescherming van de bossen en terugdringing van de broeikasgassen in de lucht. En Kyoto zal ook leren of de Aziatische tijgers, de olieproducerende landen en westerse industrielanden, met name de VS, de grootste veroorzaker van broeikasgassen, bereid zijn hun uitstoot aanzienlijk te verminderen.

“We hopen dat zich in Bonn een consensus aftekent over een protocol met bindende afspraken voor Kyoto”, zegt Alberto Gorbitz, manager van de regeringsinstantie die probeert milieu-obligaties op de beurs te verhandelen. “Als dat niet gebeurt zal er geen grote vraag zijn naar onze nieuwe producten”, erkent Gorbitz. “Dan zijn we afhankelijk van enkele filantropische organisaties of milieuvriendelijke industriëlen.”

Het idee is als volgt. Costa Rica verkoopt de schone lucht die door zijn bossen wordt voorgebracht. “Onze nationale parken fungeren als longen. Zij filteren de hoeveelheid kooldioxide die door de rijke landen wordt geproduceerd”, meent Gorbitz. Door aankoop van de milieu-obligaties, die vanaf eind november op de beurs in Chicago worden verhandeld, en mogelijk later ook op Europese financiële markten, kunnen industrielanden en particuliere bedrijven een bijdrage leveren aan de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Costa Rica investeert de opbrengst in herbebossingsprojecten en in de bescherming van zijn nationale parken. En zo kan de uitstoot van kooldioxide verminderen, ook als grote westerse industrieën in eigen land concrete maatregelen nalaten.

“Als broeikasgassen vrijkomen in de atmosfeer, heeft dat op iedereen een negatieve invloed, waar ook ter wereld ze worden vrijgelaten”, zei René Castro, de Costa Ricaanse minister van milieu, onlangs. “Maar als de uitstoot van kooldioxide vermindert, ondervindt iedereen daar ook de voordelen van, waar dit ook gebeurt.”

Specialisten in het Midden-Amerikaanse land hebben er een uitvoerige berekening van gemaakt. Elke hectare bosland kan volgens hen vijf ton kooldioxide per jaar absorberen. Voor elke ton geldt een minimumprijs van tien dollar. Costa Rica hoopt door de uitgifte van de milieu-obligaties dit jaar meer dan een miljoen ton kooldioxide te 'verkopen' en zo tussen de tien en twintig miljoen dollar te kunnen incasseren. Dit geld komt voor een groot deel ten goede aan kleine landbouwers die hebben beloofd herbebossingsprojecten en andere milieuvriendelijke maatregelen uit te voeren. “De boeren verlenen alle medewerking, maar we gaan natuurlijk niet alleen op hun goede wil af”, stelt directeur Marco Araya Barrantes van het nationaal fonds voor de financiering van bosprojecten. “Er vindt een gedegen controle plaats.”

De gang naar de beurs is het opvallendste onderdeel van het zogeheten 'Joint-Implementation'-programma. Onder dit principe van wederkerigheid kunnen rijke industrielanden en ontwikkelingslanden gezamenlijk projecten financieren, waardoor het broeikaseffect kan worden teruggedrongen. Wereldwijd is Costa Rica veruit koploper bij de toepassing van het wederkerigheidsprincipe.

“Voor ons is het een adequaat financieel mechanisme om onze doelen van duurzame groei te realiseren, en investeerders te vinden voor milieuvriendelijke en energie-arme projecten die ze zelf niet kunnen betalen”, zegt Gorbitz.

Aan de uitgifte van de milieu-obligaties kleven haken en ogen. Allereerst is het de vraag of de conferentiegangers van Bonn en Kyoto het principe van wederkerigheid blijven onderschrijven. Als de steun voor dit type overeenkomst wegvalt, zullen de milieu-obligaties weinig kans maken. Een Amerikaanse overheidscommissie heeft inmiddels de milieuvriendelijke handel op de beurs van Chicago goedgekeurd. Maar de VS zullen het Costa Ricaanse project ondermijnen als de grootste industriële vervuiler ter wereld in Kyoto volhardt in hun weigering om concrete afspraken te maken over het terugdringen van de broeikasgassen. De Europese Unie is van mening dat de uitstoot in 2010 vijftien procent lager moet liggen dan in 1990. De Amerikanen hebben het Europese plan afgewezen en zeggen dertig tot vijftig jaar nodig te hebben om dit doel te verwezenlijken.

Costa Rica heeft de milieu-obligaties tot nu toe slechts aan Noorwegen en aan een Amerikaans bedrijf verkocht. “Dat toont de desinteresse van de buitenwereld aan”, zeggen de critici. “Het is op zich een goed plan, maar het wordt te veel voor pr-doeleinden gebruikt”, meent de bioloog Gabriel Rivas van de Ecologische vereniging van Costa Rica (Aeco), een organisatie die nauwe banden onderhoudt met Milieudefensie. “Het gevaar bestaat dat rijke landen hun geweten kunnen vrijkopen. Zij kunnen rustig door blijven vervuilen, terwijl Costa Rica zorgt voor een schoonmaakbeurt.”

Gorbitz spreekt het laatste tegen. Rijke landen moeten zich ook verplichten tot het terugdringen van kooldioxide in hun eigen omgeving.

Andere bezwaren zijn dat er nog geen verdrag bestaat dat de uitgifte van milieu-obligaties regelt. Evenmin ontbreekt objectieve controle op de bescherming van het regenwoud dat de stof moet absorberen. Zo kan in theorie een land milieu-obligaties uitgeven, en tegelijkertijd doorgaan met de vernietiging van de eigen bossen.

Costa Rica heeft twee gezichten. Bijna nergens ter wereld voert de overheid zo'n actief milieubeschermingsbeleid. Maar ook bijna nergens ter wereld is de kap van het regenwoud zo snel verlopen als juist hier. De conservatieve sociaal-democratische president José Maria Fiqueres die jaren geleden de term duurzame ontwikkeling lanceerde en zichzelf aan het hoofd waande van een 'groene' regering, zegt dat zijn land nu het eerste is ter wereld dat meer bomen plant dan kapt.

Vrijwel alle milieu-organisaties zijn het volstrekt met hem oneens. “Er is nog steeds sprake van ontbossing en erosie op grote schaal”, meent Gabriel Rivas. “Buiten de nationale parken is er een rampsituatie.”

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden