Costa Rica wil geen betweters Middenamerikaans land trekt steeds meer Nederlanders

De een wacht met smart op 30 april, terwijl de ander er niet aan moet denken. Nederlanders in Costa Rica vormen een groeiende gemeenschap, maar in de nieuwe samenleving zich een weg banen is niet eenvoudig. “De valkuilen zijn groot, maar als je er omheen kan lopen, is dit een prachtig land.”

MARIANO SLUTZKY

De politieke stabiliteit, het mooie weer en de relatieve ontwikkeling van het land trekken steeds meer Nederlanders naar Costa Rica. De afgelopen jaren hebben zich er twaalfhonderd gevestigd. Onder hen veel zakenlieden en ontwikkelingswerkers.

Het Middenamerikaanse land heeft een goed investeringsklimaat en geschoolde arbeidskrachten en is daarom volgens Ivo Henfling van Lith (49) ideaal voor mensen met een ondernemersgeest. In 1979 kwam hij samen met zijn ouders, broers en zus naar Costa Rica, maar hij is de enige die er gebleven is. Hij is nu eigenaar en bedrijfsleider van een specerijenfabriek, even buiten de hoofdstad, San José.

“Mijn familie kon hier niet aarden. het ontbrak hen aan het nodige inlevings- en doorzettingsvermogen om met de uiterst subtiele Costaricaanse cultuur te leren leven.”

Het kunnen omgaan met subtiliteiten en geduld hebben, dat is de kern van succes in Costa Rica, aldus Van Lith. “De Nederlandse betweterigheid is hier fataal. Ik ken Nederlandse collega's die hier snel failliet zijn gegaan omdat ze bij problemen met leveranciers en afnemers meteen boos werden. Met een debiteur praten wij eerst een half uur over voetbal en en passant vragen wij het verschuldigde bedrag.”

In zijn kleine woonkamer boven de bedrijfsruimte herinnert alleen een molenplaatje aan zijn land van herkomst. “Mm, nee; van Nederland mis ik, op hockey na, niets. Vorig jaar ben ik er geweest en ik was blij terug te kunnen. Het levensritme daar is alleen geschikt voor stressbestendige mensen. ”

Vanwege zijn uitgebreide kennis over Costa Rica en zijn netwerk van Costaricaanse kennissen wordt hij binnen de Nederlandse Vereniging El Tico (de Costaricaan) genoemd. “Daarvoor is naast een fijne neus voor de reguliere omgangsvormen een Costaricaanse als levenspartner essentieel”, verklaart hij. “De meeste Nederlanders trouwen hier met Nederlanders. Daarom blijven ze outsiders voor Costaricanen.”

Bij de uitgang wijst hij trots naar een oude wagen die in Nederland nooit de APK-keuring zou halen. “Hiermee rijd ik uitstekend. De protserige auto's van Nederlanders staan er hier om bekend meer tijd in de garage door te brengen dan op de weg: ze zijn niet bestand tegen de belabberde Costaricaanse wegen.”

Niet alleen zakenlui ontbreekt het aan culturele finesse. Ook ontwikkelingswerkers zijn volgens Van Lith voorbeelden van olifanten in een glazen huis. “Ze maken continu ruzie met hun Costaricaanse counterparts. Ze denken als een messias ontvangen te zullen worden, terwijl de vraag is of Costaricanen op hen zitten te wachten. Op hun kentekenplaat staat MI van Misión Internacional. In de volksmond worden ze Misión Imposible genoemd.”

Geiteharen sokken draagt hij niet en hij maakt 'beslist niet continu ruzie'. Plattelandsspecialist René Vermeer (35) wil wèl anders leven dan zijn collega's in dienst van de Nederlandse ambassade. “Minder luxueus. Een stukje Nederlands calvinisme in mij”, grapt Vermeer. In 1986, na zijn studie ontwikkelingseconomie, maakte hij gebruik van een regeling voor academici om zes maanden in het buitenland te werken. Het werd Costa Rica, maar liever was hij naar Nicaragua vertrokken. “Ik vond dat land politiek interessanter en had destijds het idee dat Ticos pro-Amerikaans waren. Nu kan ik dat relativeren. Maar nog steeds stoort het mij hoe neerbuigend Costaricanen over de rest van Middenamerikanen praten. Zeker op het gebied van rassencoëxistentie is hun zelfvoldaanheid ongegrond: tot in de jaren veertig mochten zwarten zich niet in San José vestigen. De Atlantische Kust was hun 'thuisland'.”

Toch is hij van het land gaan houden. Als consultant voor Costaricaanse en Nederlandse ontwikkelingsorganisaties leeft hij tevreden. “Dankzij de goed betalende missies voor Nederlandse organisaties kan ik gratis werk voor Costaricaanse boerenorganisaties doen.”

Zijn finest hour beleeft hij iedere keer, als hij boerenorganisaties bij onderhandelingen met de regering kan helpen. “Het ontbreekt hen aan middelen, tijd en ervaring om eisen en doelen helder te staven. Elke keer dat ik daarbij kan helpen krijg ik een opkikker.”

Door zijn intensieve contacten met Costaricaanse boeren is zijn 'oerhollandse zwaarwichtigheid' minder geworden. “Vroeger zat ik op mijn vingers te bijten, als iemand op een afspraak vijf minuten te laat kwam. Dat hou je niet lang vol, want hier is het een nationale sport om minstens twintig minuten te laat te komen. Zeker, ik ben hier spontaner en flexibeler geworden.”

Hij moet er niet aan denken met landgenoten in Costa Rica om te gaan. Van de maandelijke borrelavonden heeft hij niet gehoord noch van de Nederlandse voetbalclub. “Velen gedragen zich als opgeblazen kikkers omdat ze hier een heleboel luxe - personeel, groot huis, zwembad - hebben, wat ze in Nederland nooit zouden kunnen hebben.”

“Heerlijk zo'n Koninginnedag. In Maastricht zou ik mij er niet om bekommeren, maar ik vond al die hapjes en lekkere drankjes zalig.” Juut van der Wijk (27) geniet maanden na het feest op 30 april bij de ambassadeur nog na. Contacten met landgenoten gaat ze zeker niet uit de weg, al woont ze er pas sinds augustus vorig jaar. Nederland mist ze niet zozeer, wel hecht ze belang aan verwantschap. “Alleen wit bier en kwaliteitskranten mis ik.”

Met een beurs van een bank kwam ze er om een onderzoek naar bedrijven in vrijehandelszones te doen. Nu werkt zij bij de Nationale Universiteit in het stadje Heredia. Daar geeft ze economieles en werkt ze aan het post-doctoraal economieprogramma. Daar let ze vooral op dat ze een fout van haar landgenoten niet herhaalt. “Nederlanders in de tropen kunnen meesters zijn in het zwaaien met het calvinistische vingertje. Zoiets brengt hier problemen met zich mee want Costaricanen zijn een trots volk.”

Wel heeft ze moeten wennen aan het ontbreken van privacy op het werk: ze deelt de werkkamer met vijf andere collega's. Daarentegen is de omgang met collega's verrassend aangenaam. “Staan economen in Nederland bekend om hun saaie en snobistische uitstraling, hier gaan ze vriendschappelijk met elkaar om. Op het werk wordt 's morgens een kus als begroeting gegeven: overigens zonder bijbedoelingen. Bovendien, als vrouwelijke econoom moet je je in de overwegend mannelijke Nederlandse economische circuits constant bewijzen, terwijl ik hier juist veel waardering krijg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden