Review

Corver en Grotenhuis schetsen visionair beeld van Stockhausen

Op de hoes van de Beatles-lp 'Sgt Pepper's Lonely Hearts Club Band' (1967) staat de uitgeknipte kop van Karlheinz Stockhausen als vijfde op de achterste rij, tussen de komieken Lenny Bruce en W.C. Fields. Het valt op dat Stockhausen de enige aanwezige componist is (buiten de Beatles zelf uiteraard), op dat mysterieuze defilé van beroemdheden.

De Duitser had die uitnodiging misschien te danken aan zijn zinnelijke klankwereld, die altijd tot de verbeelding heeft gesproken van een relatief breed publiek. Zijn pionierswerk op het gebied van de elektronica opende deuren naar gebieden die nog steeds ontgonnen worden door klassieke en populaire musici. En Stockhausens gedachtegoed paste uitstekend bij het 'we were talking about the space between us all' van de Beatles.

Neem bijvoorbeeld 'Mantra' (1970), een ruim een uur durende cyclus voor twee piano's en elektronica. Niet alleen de titel wasemt de oosterse filosofie uit die aan het eind van de jaren zestig zo veel westerlingen in de ban hield. De kosmische verbondenheid zit in 'Mantra' in de korte melodische formule die Stockhausen als basis voor het hele stuk gebruikt. Het werk is een hedendaagse evenknie van Bachs 'Goldberg-variaties', waarvan de deeltjes ook gebouwd zijn op één gegeven. Interessant om die twee cycli naast elkaar te zetten in hetzelfde concert, zoals zaterdagmiddag in het Concertgebouw gebeurde.

Anders dan de titel doet vermoeden, biedt 'Mantra' geen meditatieve halfslaapklanken, maar eerder een actief soort spiritualiteit als van een hedendaagse mysticus, extatisch en visionair uitgevoerd door het duo Ellen Corver en Sepp Grotenhuis. Bij tijd en wijle deed het tweetal hun elektronisch vervormde pianoklanken klinken als een galactische gamelan. En soms leek het alsof ze, draaiend aan de grote knoppenkast op hun instrument, afstemden op zwakke radiozenders uit verre sterrenstelsels.

Bach schreef zijn 'Goldberg-variaties' eveneens voor twee klavieren, bediend door één klavecimbelspeler. Op het tweede manuaal kon de speler destijds een andere kleur kiezen. De veelgelauwerde Martin Stadtfeld bootste die eigenschap na door op zijn moderne piano wat lijntjes een octaaf hoger te spelen. Maar dat schreef Bach niet voor, het klonk bovendien na een paar keer als een trucje en deed de stemvoering geweld aan. In de snelle variaties trapte Stadtfeld bovendien te onstuimig op het pedaal, wat voor een stofwolk aan snelle noten zorgde. Stadtfeld blonk vooral uit in de langzamere, gezongen delen, waarin zijn poëtische spel wel wat deed denken aan de traagheidskunst van Glenn Gould of Svjatoslav Richter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden