Corrupt Kenia vraagt Westen geld voor eten

Een nationale ramp noemt Kenia de voedselcrisis, die tien miljoen mensen zou bedreigen. Maar aan de crisis zijn vooral politici zelf debet.

De timing was ietwat ongelukkig. Juist op de dag dat de regering van president Mwai Kibaki de internationale gemeenschap om hulp vroeg vanwege droogte en voedseltekorten, regende het in Nairobi. Ook de dag erop viel er regen. In de buitenwijken nam het bruingele gras in de bermen als bij toverslag een frisgroen kleurtje aan. Akkers buiten de stad lagen er plotsklaps vitaler bij. En zoals gebruikelijk in Kenia werd God omstandig geprezen voor het hemelwater.

Maar hoe verkwikkend ook, een paar buiige dagen in Centraal-Kenia maken geen einde aan de huidige problemen. De officiële cijfers zeggen dat ruim een kwart van de 36 miljoen Kenianen honger lijdt. Maar liefst tien miljoen zielen hebben volgens de regering dringend voedselhulp nodig.

Bij verschillende diplomatieke vertegenwoordigingen in Nairobi worden echter vraagtekens geplaatst bij die tien miljoen hongerenden. „We zijn bereid om Kenia te helpen maar we ontberen betrouwbare cijfers. Voorzichtigheid is nu op zijn plaats”, stelde het hoofd van de Europese Commissie in Nairobi.

Waar onder meer de Verenigde Staten, Japan, China en Duitsland reeds aanzienlijke bedragen aan noodhulp hadden toegezegd, zien donoren tegelijkertijd dat Kenia’s noodkreet komt in een tijd dat de corruptieschandalen in het land zich (weer) opstapelen. Die komen bovenop eerdere megaschandalen waarvoor nimmer een politicus zich heeft moeten verantwoorden. Desondanks presenteert Kenia de internationale gemeenschap een cheque van ruim 300 miljoen euro.

In meer recente schandalen figureren politici die een slaatje probeerden te slaan uit nota bene de voedselschaarste zelf. Eind vorig jaar kwamen hoeveelheden maïs – gekookt maismeel, ugali, is het basisvoedsel in Kenia – in handen van kartels die het voor veel geld verkochten aan meelfabrieken. De prijsstijgingen werden afgewenteld op de consument. Daarop besloot het ministerie van landbouw om grootschalig gesubsidieerde maïs te importeren. Daarvan lekte nogal wat weg naar derden, en door de aanwezigheid van de goedkope maïs houden veel boeren hun waar in de schuur, met hernieuwde tekorten tot gevolg.

President Kibaki verklaarde dat het slechts om ’een paar kwaadwillende figuren’ gaat: „Schurken vind je in elk land.” De Duitse ambassadeur in Kenia reageerde boos: „Sommige lieden profiteren van honger. Dat is onacceptabel, immoreel en slecht voor het imago van Kenia.”

Bovenop de niet ontzenuwde aantijgingen van corruptie komt dat de voedselschaarste in Kenia voor een aanzienlijk deel is gecreëerd door de bewindslieden zelf. Tijdens de politieke crisis van vorig jaar sloegen honderdduizenden mensen, onder wie veel boeren, op de vlucht voor het geweld. Met name in de Riftvallei, de ’graanschuur’ van het land, lieten massa’s boeren hun akkers in de steek. Dat de prijs van kunstmest omhoog schoot hielp ook niet. Toen al klonken waarschuwende woorden dat dit tot een ramp voor de voedselproductie zou leiden. „Toen had actie moeten worden ondernomen”, zegt een functionaris van het Wereldvoedselprogramma (WFP) van de Verenigde Naties, „maar al die tijd gebeurde er te weinig”.

Ook in eigen land is er kritiek. Zo zouden boeren ook andere producten dan alleen maïs moeten verbouwen. „Laat dit de laatste keer zijn dat we om voedsel bedelen bij onze ontwikkelingspartners”, liet premier Raila Odinga zich ontvallen tegen de Keniaanse krant The Nation.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden