Correspondenten / Zo versloegen wij de oorlog

Correspondent in oorlogsgebied, voor sommige journalisten is het een manier van leven om van de ene naar de andere brandhaard te trekken. Anderen woonden toevallig in Libanon. Hoe breng je je lezers, luisteraars of kijkers een uitgebalanceerd beeld van een oorlog waarin de propagandamachine bijna net zo dodelijk is als de bommen?

Edo Sturm

Jeroen Oerlemans (Groene, AD) / ’Dat kleine fietsje was er met opzet neergezet’

Freelancer Jeroen Oerlemans (36) was als fotograaf beducht voor propaganda. „Vrij snel ben ik naar Zuid-Libanon afgereisd, daar vonden de grootste bombardementen plaats. Ik fotografeerde de doden, de voedselhulp en de gewonden in de ziekenhuizen. Iedere Libanees waar ik mijn camera op zette, begon ’Hezbollah’ te scanderen. Mensen waren zich heel bewust van de camera. Ze wilden hun standpunt, hun steun voor Hezbollah, laten zien. Ja, dan fotografeerde ik de reactie op de camera, niet de situatie die ik in eerste instantie aantrof. Dat is niet erg, want die mensen lieten zien wat ze voelden. En ik bleef wachten tot die eerste reactie wat geluwd was.”

Hij fotografeert regelmatig in het Midden-Oosten, eerder werkte hij in Irak, Afghanistan en Soedan, voor de Groene Amsterdammer, het Algemeen Dagblad en de Engelse Sunday Telegraph.

„Je moet blijven opletten. Zoals met de enorme bomkraters. Totale verwoesting met daarop één glimmend kinderfietsje zonder stof of viezigheid. Dat is zo opzichtig gedaan, dat fotografeer ik toch. En dan stuur ik het door onder de kop ’propaganda’.”

Ook Oerlemans raakte door toeval in de oorlog in Libanon verzeild. „Ik was met mijn vriendin in Libanon om haar te laten zien hoe mooi en rustig het land is. Maar dat gelooft ze nu nooit meer. We waren net twee dagen in Beiroet toen Israël de eerste bommen gooide.”

„Als journalist kun je er alleen maar van dromen om in zo’n vroeg stadium bij een conflict te zijn. Ik weet niet of ik daardoor mijn werk beter deed, maar het was heel prettig om als het ware in de oorlog mee te groeien. In het begin volgde ik de ontwikkelingen: het puin van de bommen, de slachtoffers. Pas na een paar dagen ging ik kijken welke beelden ik moest toevoegen om dat wat er gebeurde evenwichtig te schetsen.”

„De oorlog in Libanon was te vergelijken met die in Irak, al was de spanning daar latenter. In Libanon was het gevaar veel duidelijker: mensen die op hun mobiel werden gebeld en een Israëlische bandopname hoorden die vertelde dat ze zich uit de voeten moesten maken. Omdat de bommen eraan kwamen. De spanning is er steeds, door de lijkkisten die je ziet, door de auto’s van vluchtelingen met daarop een witte vlag.”

„En door de drones: van een afstand bestuurde Israëlische vliegtuigjes waar camera’s op zitten. Ik moest maar hopen dat degene die dat vliegtuigje bediende me welgevallig was.”

Peter Speetjens (Trouw) / ’Het raakte me, want ik woon hier zelf ook’

Schrijvend journalist Peter Speetjens (39) moest uitkijken dat hij niet té persoonlijk betrokken raakte bij wat er gebeurde in Libanon.

„Als ik inwoners van Beiroet zag vluchten of bruggen die werden gebombardeerd, raakte me dat als mens. Want dit is mijn thuis. Als journalist werd ik daar toch wel door beïnvloed.”

Hij verhuisde tien jaar geleden naar Beiroet. Voor Trouw versloeg hij de oorlog in Libanon. Hij publiceerde al vaker in de Standaard (België) en de Engelstalige krant in Libanon The Daily Star.

„De grondregel van nieuws schrijven is dat je objectief bent. Terwijl ik merk dat ik mooiere stukken maak als ik mijn emoties wel een beetje mee laat werken in wat ik doe. In nieuwsberichten kan dat niet, maar in reportages en op mijn weblog doe ik het wel.”

„Die betrokkenheid merkte ik bijvoorbeeld toen Israël het Libanese leger bij de grens bombardeerde. Ik werd bang: misschien wil Israël het Libanese leger in het conflict trekken. Terwijl het eigenlijk om Hezbollah ging. Ik vroeg me direct af waarom Israël dat deed. Een journalist die even ingevlogen wordt, zal die vraag minder snel stellen.”

„Omdat ik hier al zo lang woon, ken ik het land door en door. Dat maakt dat ik op andere verhalen kom en andere invalshoeken. Ik heb me bij Trouw hard gemaakt voor een reportage over de Bekaa-vallei. Alle journalisten richtten zich op het zuiden, terwijl Israël in die vallei in het oosten vijf fabrieken had gebombardeerd. Vijf fabrieken, tenminste 1300 mensen in één klap werkeloos. Ik maak het liefst de achtergronden, niet het snelle nieuws. Ik zit liever op een plek een maand voordat er wat gebeurt. Zodat ik de aanloop kan beschrijven.”

„Ik ben ook pas nadat het allemaal voorbij was naar het zuiden gereisd. Die tocht was schokkend mooi: de bergen en de valleien. Mooi ondanks de ellende die er verder te zien was. Na weken van bombardementen zag ik daar voor het eerst een onontplofte bom. Twee meter groot in de vorm van een kogel lag die in de boomgaard. Heel bizar, zo’n bom lijkt bijna onschuldig. Terwijl vijf meter verderop aan een gat in de weg te zien is wat voor verwoesting het ding brengt. Zo heb ik dat ook opgeschreven.”

Conny Mus (RTL Nieuws) / ’Propaganda-machine kwam traag op gang’

Conny Mus (55), correspondent in Israël voor ’RTL Nieuws’, ging vooral op zoek naar de verhalen van gewone mensen. „Ik zie mezelf als een oplettende toerist die registreert wat hij meemaakt. Met dat verschil dat de meeste toeristen zich doorgaans niet in oorlogsgebieden begeven. Ik probeer zoveel mogelijk af te gaan op de verhalen van de gewone mensen. Die werkwijze heb ik ook in de afgelopen weken toegepast en ik denk dat het goed is gelukt om de situatie eerlijk in beeld te brengen.”

Hij werkt sinds 1989 als correspondent in Israël. „Mijn taak was de Israëlische kant van het verhaal te vertellen. Waar vielen de bommen? Wat doet het met de mensen daar? Hoe wordt er gereageerd? Ik zat in het gebied waar de Hezbollah-raketten vielen, in het noorden van Israël langs de grens met Libanon. Ik heb geprobeerd zo goed mogelijk de sfeer weer te geven. Door gewoon met mensen te praten. Het was niet ongevaarlijk. In dat gebied zijn zo’n 3500 raketten neergekomen, soms op enkele honderden meters bij mij vandaan. Dan denk je wel eens: wat doe ik hier eigenlijk?”

„Wat in deze oorlog opviel, is dat de Israëlische propagandamachine laat op gang kwam. Het verliep heel chaotisch. Nu trek ik me doorgaans niet zo veel van die machine aan. Vaak gaat Israël heel gelikt te werk: prima faciliteiten voor de pers, volop woordvoerders, keurige infomappen. Ik probeer dat te vermijden. Aan gewone mensen heb je het meest. In de afgelopen weken heb ik slechts één keer een legerwoordvoerder voor de camera gehad.”

„Al een jaar of vijftien werk ik niet meer met lokale camerateams. Een Israëlische cameraman of editor zal altijd proberen om je reportage te beïnvloeden. Dat heb ik vaak zat meegemaakt. Dan wilden ze bepaalde beelden niet in de reportage verwerken of bepaalde situaties niet filmen. Ik heb de afgelopen maand met een Europees team gewerkt. Dat ging prima.”

„Wat moeilijk is aan het correspondentschap in Israël is dat je berichtgeving echt áltijd felle reacties oproept. En als het oorlog is, wordt dat nog erger. Het is of te veel anti- of te veel pro-Israël. Dat is niet altijd even aangenaam. Niet zelden gaan die reacties gepaard met bedreigingen. Maar ja, ook dat laat ik maar gewoon van me afglijden.”

Hans Jaap Melissen (Wereldomroep) / ’Hezbollah reed rond in nagemaakte persauto’s’

Verslaggever Hans Jaap Melissen (38) werd bij aankomst in Beiroet vastgehouden door Hezbollah. „Hezbollah hield me twee uur lang vast terwijl de Israëlische pamfletten naar beneden kwamen. Ik zat in een geblindeerde auto en maakte me een beetje zorgen, want op de pamfletten stond dat Israël daar ging bombarderen. Totdat een Hezbollahstrijder naar me toe kwam en zei: ’Maak je geen zorgen. Als er een bom op ons valt, gaan wij naar het paradijs. En jij misschien ook.’ Daar kon ik wel om lachen.”

Hij werkt al elf jaar voor de Wereldomroep en trekt van oorlogsgebied naar oorlogsgebied. Zijn bijdragen uit Libanon waren ook op Radio 1 te horen.

Melissen deed ook verslag van de bombardementen in het zuiden. „Ik wilde erheen, maar niet voordat er een goede auto was geregeld. Als journalisten rijden we altijd in een witte auto, omdat we er groot ’pers’ op kunnen zetten. Bovendien rijden hulporganisaties ook in witte auto’s, dus dat is handig als je een keer bij een konvooi wilt aanhaken. Hezbollah had al snel in de gaten dat zo’n mooie witte auto met grote persletters erop een handige manier was om spullen te vervoeren. Ik heb een paar keer bijna mijn hand opgestoken omdat ik dacht dat er collega’s aankwamen. Ik had zoiets nooit eerder meegemaakt; ik vond het buitengewoon schandalig. Hezbollah bracht óns in gevaar, terwijl wij er waren om ons werk te doen.

Hij noemt de oorlog in Libanon ’een goudmijn van verhalen’. „Ik had niet het gevoel dat ik in herhaling viel, ook al duurde de oorlog lang. Als een oorlog een tijd duurt, moet je steeds nieuwe dingen verzinnen. Je begint met het politieke verhaal en de slachtoffers. Na een paar weken is dat meestal op en heb je iets anders nodig. Maar in Libanon hoefde ik geen B-items te maken. Het was ook een goede oorlog voor de radio, door de geluiden van straaljagers en bommen. Op een gegeven moment omsingelde Hezbollah een gebouw waarin Israëlische soldaten zaten. De cameraploegen mochten niet met Hezbollah mee, ik als radiojournalist wel.”

„Ik ben als één van de weinigen zo zuidelijk mogelijk gegaan, omdat het daar gebeurde. Ik zat op de grens, mijn telefoon ontving zelfs via een Israëlisch mobiel netwerk. Ik wilde een interview met de VN- commandant die daar op een compound zat. Er vielen bommen, dus we moesten de schuilkelder in. Ik kwam binnen en daar zat de commandant. Dát is op het juiste moment op de juiste plek zijn, goed in het toernooi zitten. Journalisten willen nooit een dag te laat komen. Het is zwaar werk. Zevenenveertig werkdagen van vijftien uur zonder pauze. Nu ik terug ben, komt pas de vermoeidheid.”

Daisy Mohr (RTL, Algemeen Dagblad) / ’Zolang je het maar menselijk houdt’

Met al haar kennis over de politieke en religieuze situatie in Libanon kon verslaggever Daisy Mohr (28) in haar reportages niet altijd iets doen. Ze woont in Beiroet en schrijft voor het Algemeen Dagblad.

„Omdat ik hier al vijf jaar woon, weet ik hoe de samenleving in elkaar zit. Er zijn zo veel groeperingen en de maatschappij is zo complex, dat kan je Nederlanders niet allemaal uitleggen. Als journalist moet je ook niet aan die details beginnen. Zo lang je het menselijk houdt, is voor Nederlanders wel te begrijpen wat er gebeurt. Dat past ook bij RTL en het Algemeen Dagblad. Het zijn media die een voorkeur hebben voor het menselijke verhaal. Ik denk ook dat die verhalen meer aanslaan dan de politieke analyses.”

De eerste bombardementen kwamen als donderslag bij heldere hemel, vertelt ze. „Journalisten werden ingevlogen van over de hele wereld. Ze vertelden me verbaasd dat ze het land zo mooi vonden, dat Libanon een leuke plek leek. Ze moesten eens weten wat voor prachtige zomer het had kunnen zijn, hoe prettig het is om hier te wonen.”

Ze kreeg de vraag om ook voor televisie verslag te doen, bij RTL Nieuws. „Ik had één keer eerder een live kruisgesprek gedaan voor RTL: kijken in de camera en praten met de studio in Nederland. Tijdens de oorlog deed ik het ineens iedere dag.”

„De eerste paar keer was ik zenuwachtig. Je moet daar gaan staan en je verhaal vertellen. Wat als je niet meer weet wat je moet zeggen? Of je begint te stotteren? Maar de zenuwen ebden gauw weg. De oorlog was zo verwoestend dat ik vrij snel dacht: er zijn wel ergere dingen dan voor gek staan op tv.”

„Veel journalisten werken met een westers team, ik maak items met een plaatselijk productiebedrijf. De enige handicap was dat ze RTL Nieuws niet kenden, niet wisten hoe het programma in elkaar zit. Maar het was vooral een voordeel. Ik ben behoorlijk blond en als er vier van die blonde koppen aan komen lopen, schrikt dat mensen af. Nu was ik de enige in de groep die opviel.”

„Het helpt ook dat ik een vrouw ben. In deze regio werken veel westerse mannen. Vrouwen hier zijn toch wat achterdochtig als er ineens een blanke man voor hun deur staat of naast ze gaat zitten, al is het een journalist. Ik heb toegang tot de Libanese mannen én vrouwen. Ik krijg veel gedaan en word met respect behandeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden