Cornelis Verhoeven

Zondag overleed Cornelis Verhoeven, een oorspronkelijk filosoof die ruim tachtig boeken schreef en duizenden artikelen. Verhoeven geloofde niet in een 'overkant'. Hij wilde dan ook geen kerkelijke uitvaartliturgie. Maar hij bleek wel te beschikken over 89 uitgaven van Thomas van Kempen's Navolging van Christus. 'Jezus had het dan ook meestal over het hier en nu, en maar zelden over de 'overkant'. Filosoof Wil Derkse over zijn leermeester: 'Er kwam eens een groepje gymnasiasten mijn lokaal binnen, sommigen met roodomrande ogen. Ze hadden met 'mijnheer Verhoeven' in de Medea gelezen, en hadden met hem meegesnikt.

Als we in zijn ziekenkamer alleen waren, maakten we soms oneerbiedige grapjes over een gepaste dag in de kerkelijke kalender voor zijn heengaan. De voortreffelijke schrijver en monnik Anselmus met zijn warme vriendenhart had ik wel toepasselijk gevonden, maar ondanks het snelle tempo van zijn ziekteproces zou dat er niet in zitten, stelden we vast. Hemelvaart lag er wel erg dik bovenop. Met Pinksteren de geest geven was al iets subtieler. Dat het de nacht van Drievuldigheidszondag zou worden - grapjes maken was er al enkele weken nauwelijks meer bij - hadden we niet overwogen. Maar die dag werd precies gevierd wat Kees Verhoeven als mens bij uitstek was: vader, zoon en geest.

Vader

Zijn vaderschap was voor Kees het grootste geschenk dat hij mocht ontvangen. De geboorte van zijn kinderen noemt hij in een boekje voor intimi 'de grootste gebeurtenissen van mijn leven', een reden voor 'radeloze dankbaarheid'. In het gedachtenisprentje dat Kees vorig jaar augustus alvast voor zichzelf opstelde, schrijft hij: 'Mijn kinderen waren vanaf hun eerste dag het meest ondenkbare geluk in mijn leven' .

Hij was al ruim over de veertig toen hij zijn kinderen kreeg en de vreugde daarover werd niet lang daarna gemengd met de onvermijdelijke bitterheid die met zijn scheiding gepaard ging. Maar ook in die periode zijn Neeltje en Daan zijn ankerpunten. In zijn autobiografische boek 'De glans van oud ijzer' (1996) lezen we: ,,Vier weken zit ik nu in dit zomerhuisje en altijd is er wel iets geweest dat mij met nadruk aan de buitenwereld en aan mijn eigen voorgeschiedenis herinnerde, al was het maar mijn heimwee en het bonzen van mijn wrok. Nu staat er een koepel van vrede over mijn onderkomen. Alles is bijeen onder deze stolp van rust, mijn dronken gedachten, herinneringen en heimelijke verlangens, maar vooral de adem van mijn kinderen. Mijn jongen ligt met zijn kontje omhoog te slapen op de divan en de kleine meid, haar beer tegen zich aan, droomt op het open vlierinkje. Straks zal ik daar ook gaan slapen.''

Over de taal van zijn dochtertje schrijft hij in 1976 het aandachtig en liefdevol dagboek 'Een vogeltje in mijn buik -De taal van Nena', pas heruitgegeven in Damons 'Verhoeven-reeks'. Daarin is een mooi aanvullend hoofdstuk over de taal van Daniël opgenomen. Ook is een opdracht toegevoegd: 'Voor Janine, de moeder van Neeltje en Daan'.

Neeltje en Daan waren het die hun vader zondagnacht letterlijk uit handen hebben gegeven. Ik moest bij hun relaas denken aan de woorden van een abdis over de zorg voor de terminale zieken in haar abdij: ,,Wij houden hun handen hier net zo lang vast tot ze aan de andere kant worden overgenomen'', Kees beweerde dat hij niet in een 'overkant' geloofde. Misschien omdat hij consistent wilde zijn: in zijn briljante Plato-interpretatie houdt Plato er helemaal geen 'tweede' ideeënwereld op na, maar zijn verhelderende ideeën er alleen om deze ene wereld nders te leren zien. Zo luidt ook Verhoevens kernachtige definitie van filosofie: 'hetzelfde anders leren zien'. Deze agnost ten aanzien van een 'overkant' wilde dan ook geen kerkelijke uitvaartliturgie.

De dag na zijn dood telde ik samen met Daan in de slaapkamer van Kees 89 uitgaven van de Navolging van Christus van Thomas van Kempen. Een opvallende verzameling voor een agnost. Maar Jezus had het dan ook meestal over het hier en nu - d r dient de navolging plaats te vinden - en maar zelden over de 'overkant'.

Zoon

'Geboren in Udenhout 2 februari 1928, zoon van Jan Verhoeven (1886-1972) en Jans Verhoeven (1897-1936), broer van Lies, An, Jos, Sjaak, Rien en Riet.' Zo begint het door Kees zelf opgestelde gedachtenisprentje. De jaartallen laten zien dat Jan Verhoeven een aanzienlijk jongere vrouw trouwde, en dat het gezin haar al vroeg verloor. Kees was de middelste die kwam en de eerste die ging.

Over het sterven van zijn vader schreef hij het dagboek 'Zonder een zucht' (in: De resten van het vaderschap, 1975). Daarin komen enkele sceptische passages voor over de religieuze rituelen rond de patiënt, zij het niet zonder respect voor zijn vaders overtuigingen: ,,De priester voltrekt zijn ritus zonder zich op de zieke te richten. Hij keurt hem geen blik waardig. Waarom moeten in zulke situaties altijd van die uiterst belachelijke rituelen worden opgevoerd? De priester, ijverig in de weer om geestelijke bijstand te bieden, komt de gebeden der stervenden bidden. Wij doen allemaal weer dapper mee, in de hoop dat vader het zal merken en zal geloven dat zijn kinderen op het goede pad blijven.''

Dat 'goede pad' heeft Kees Verhoeven dan al lang verlaten. Voor hem dan al lang geen kerkgang meer. Al voor zijn tiende had hij de gedachte dat priesters over een heel kwetsbaar geheim beschikten: 'dat onze lieve Heer niet echt bestond, maar dat alleen priesters dat mochten weten. Anders zou alles mislopen in de wereld. De mensen zouden zondigen en vooral: zij zouden de priesters niet meer respecteren.'

Toch meende hij de 'roeping' te hebben zelf een der 'zonen van de Kerk' te moeten worden. Dat had onder meer te maken met het verlangen naar grote geheimen en het Latijn, en met de start van zijn voorziene clericale loopbaan - met het pausschap als tamelijk virtueel einddoel - als misdienaar. In de publiciteit deze week rond het overlijden van Kees duikt dit element hardnekkig op: 'Hij wilde aanvankelijk paus worden, maar ging klassieke talen studeren'. Hij zou er van genoten hebben hoe een in herinneringen volstrekt tongue in cheek gedane mededeling zonder gevoel voor ironie als harde biografische informatie wordt gelezen. Dat verlangen naar het Latijn werd in ieder geval wél bevredigd: 'Na een jaar las ik met gemak de Navolging van Christus in het Latijn, mij met Sinterklaas cadeau gedaan, geen lectuur voor een jongen van dertien, maar vol mooie, wereldvreemde zinnen die in je hoofd blijven zoemen zonder verplichtingen te scheppen.'

Op het seminarie verloor Kees niet zozeer zijn priesterroeping, als die er al was, maar zag hij een andere roeping gestimuleerd en bevestigd: die tot lezen, nadenken en schrijven: ,,Het liefst zat ik alleen op mijn kamertje, aan een tafeltje dat de timmerman speciaal voor mij had gemaakt, te lezen en te schrijven. Ik had ook het gevoel dat ik daar mijn leven mee door zou willen gaan en stelde mij de toekomst allang niet meer voor als gevuld met zielzorg, ziekenbezoek en de verplichting vooraan in de kerk luidkeels te zingen en krachtig te bidden.''

In zijn herinneringen spreekt Kees de vrees uit zijn vader teleurgesteld te hebben door het verlies van zijn priesterroeping. Toch moet zijn vader ook gemerkt hebben dat hij zijn werkelijke roeping gevonden had en ijverig cultiveerde, een roeping die uiteindelijk met ruim tachtig boeken en duizenden andere publikaties aardig vervuld is. Kees telde eens dat hij al zo'n 2000 bladzijden geschreven had voordat de eerste gedrukt werd. Dat eerste boek, zijn Nijmeegse dissertatie 'De symboliek van de voet', droeg hij aan zijn vader op.

Geest

De meesten die met Cornelis Verhoeven contact hebben gehad - zijn duizenden leerlingen, honderden studenten, tientallen promovendi en collega's, en vooral zijn tienduizenden lezers - hadden contact met zijn geest. Hij was 26 jaar leraar klassieke talen aan het Jeroen Bosch College te Den Bosch. Hij was een zachtsprekende docent, die iets te vertellen had, en leerlingen leerde lezen, en passant duidelijk makend dat deze antieke teksten over onszelf gaan. Er kwam eens een groepje gymnasiasten mijn lokaal binnen, sommigen met roodomrande ogen. Ze hadden met 'mijnheer Verhoeven' in de Medea gelezen, en hadden met hem meegesnikt. Hij kon zijn leerlingen soms zo gepassioneerd gek maken van de wondere dingen die je met Griekse voegwoorden of werkwoordsvormen kon doen, dat zij een ijverige en naar de meisjes lonkende glazenwasser niet eens opmerkten. 'Bedankt voor de aandacht', zei hij na deze les.

In tussenuren en vakanties werkte hij ijverig aan wat al snel een oeuvre genoemd mocht worden. Toen ik in 1974 op het Jeroen Bosch College begon, had hij al een aardig stapeltje boeken geschreven, onder andere wat al klassiekers mogen heten: 'Rondom de leegte', zo'n 12 000 verkochte exemplaren in het Nederlands taalgebied ('eigenlijk iets meer dan ik wel betrouwbaar vind') en 'Inleiding tot de verwondering', in één paasvakantie geschreven. In die jaren verschenen ook de mooie Cicero- en Senecavertalingen.

In 1979 kwam de toekenning van de P.C. Hooftprijs voor Letterkunde. De soms heel lovende en soms bijna gênante reacties onder mede-essayisten laat ik hier maar buiten beschouwing. Tekenend was dat Kees deze prijs op zijn verzoek in april 1980 ontving te midden van zijn collega's, vrienden en leerlingen, en niet op het Muiderslot.

Als hoogleraar antieke wijsbegeerte, en later metafysica en haar geschiedenis, aan de universiteit van Amsterdam (1982-1993), trok hij veel belangstelling van studenten, die zijn filosoferen 'in het wild' konden meemaken. Zijn schrijven kreeg nu vaker accenten vanuit zijn vakgebieden, met briljante boeken als 'Mensen in een grot' en 'Het dat, het wat en het waarom' als mooie vruchten.

Voor Kees was filosofie een kwestie van in je eentje lezen, denken en schrijven, en daarover bijna verlegen wat zeggen in de collegezaal. Als collega-geleerden hem probeerden te verleiden tot een 'goed filosofisch gesprek' wist Kees niet hoe vlug hij dit gesprek in ongevaarlijke banen moest leiden, bijvoorbeeld door te beginnen over zijn favoriete soap 'Goede tijden, slechte tijden'.

Ook na zijn emeritaat bleef Kees actief. Hij gaf collegereeksen in Amsterdam, Tilburg en Eindhoven. Hij schreef in die periode negen boeken, vertaalde vier werken van klassieke auteurs en was tot het laatst een veelgelezen en gewaardeerd columnist. Twee boeken zijn nog onderweg.

In 1985 al noemt Jacques de Visscher Kees 'de meest vruchtbare en oorspronkelijke wijsgeer die het Nederlands taalgebied heeft voortgebracht'. Zestien jaar later mag dit nog eens worden onderstreept. Heeft hij school gemaakt? Hij heeft vooral invloed gehad en mensen leren denken. Hij hield niet van voorzingen en napraten. Zijn groepje promovendi - waaronder ikzelf - hebben behalve hun intellectuele passie niets gemeen dan dat zij van Kees houden en door zijn stille meesterschap zijn begeesterd.

In een interview werd Kees gevraagd of hij nog katholiek was. Zijn laconieke antwoord: 'Het zal wel, maar het is een netwerk waarmee ik nauwelijks nog verbonden ben'. Hij liet zijn kinderen niet dopen, en in de kerk kwam hij slechts bij vieringen rond zijn dierbaren. Maar hij was natuurlijk door en door verbonden met de beste knooppunten in dat netwerk: hij genoot van Augustinus (ook inhoudelijk), en stelde het zeer op prijs dat hij op zijn ziekbed bezocht werd door een zachtmoedige emeritus-bisschop en een priester-musicus geworden seminariegenoot. Gelukkig werd hij niet belaagd door goedbedoelende pastorale deskundigen die hem wilden verleiden tot al was het maar 'het kruisteken van Lord Marchmain' uit 'Brideshead Revisited'.

Wel verbaasde Kees me tweemaal met de niet ironisch gestelde vraag - en nog niet eens toen hij het héél zwaar had: 'Wil je voor mij bidden?' Dat kruisteken begon ik op een gegeven moment zelf maar te maken, in het trappenhuis van het Bossche Groot Ziekengasthuis, telkens nadat ik bij hem op bezoek was geweest.

In de kathedraal op Drievuldigheidszondag ging de gedachte als vanzelf naar de vader, zoon en geest die Kees voor zijn kinderen, familie, vrienden, leerlingen, studenten en lezers was geweest. Ik heb toen maar vast in ieders naam 'Deo gratias' gezegd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden